Heerlijk, zoals Paolo Carignani ons meteen meeneemt in de onheilspellende sfeer van Verdi’s Macbeth. De prelude klinkt dwingend en gevat, met scherp ritme en gedurfde pauzes. De opmaat voor een voorstelling waarin het orkest je in elke vezel van hun vertolking laat voelen wat een meesterwerk de Italiaanse componist puurde uit het stuk van Shakespeare. Dezelfde spanning ging niet uit van de regie van Michael Thalheimer. Na zijn producties van La Forza del destino en Otello liet Opera Vlaanderen hem opnieuw los op een meesterlijk dramatische Verdi.

Thalheimer zet zichzelf vast in het weliswaar originele, maar monotone en moeizaam te bespelen decor. Een hoge zwarte kuip met wanden als banen voor skateboarders vormt de ruimte voor het verhaal. De zangers moeten telkens vanop de bovenrand van de kuip naar beneden op de scène “schuiven”. Het moet een fysieke klus zijn voor de solisten om de beweging naar beneden en naar boven te maken, via de min of meer zichtbare steunpunten op de wanden. Dat heen en weer geeft bovendien een vorm van verveling, al heeft die bovenrand heel af en toe ook een zinvolle functie.

Voor de heksen bijvoorbeeld. Als geesten overschouwen ze van bovenaf de situatie en zijn hun voorspellingen nog geheimzinniger. Het allegaartje van blond gepruikte heksen, als levende geschminkte barbiepoppen, steekt fel af tegen de zwarte scènewand. Ook als ze naar beneden tuimelen, zijn ze een bizar troepje zonderlingen, die zeker overkomen als de onwezenlijke en onaardse wezens zoals Verdi ze wilde. Met hun rare voorspellingen zingen ze het verhaal regelrecht de afgrond in. Het koor zingt knap, zoals steeds, en een goede vondst van Thalheimer is dat hij één heks af en toe solo in een scène laat optreden: alsof ze nauwgezet wil volgen of het verloop wel getrouw hun profetie verloopt. Ze wordt dan ook in de bezetting aangegeven als “Una strega” (Laura Gils). Een knap detail, zeker geïnspireerd door de bewering van Verdi dat de heksen de rol van hoofdpersonage hebben.

Net té veeleisend

De Russische mezzo Marina Prudenskaya was als actrice goed gecast als Lady Macbeth. In haar mooie zwarte jurk ziet ze er slank en majestatisch uit. Ze gedraagt zich zelfverzekerd en autoritair. De vastberadenheid klinkt overtuigend in haar grote aria in het eerste bedrijf (Vieni t’affretta), maar ook daar reeds hoor je dat de partij net iets te veel van haar vocale kracht vergt. In La luce langue, waarin ze uitkijkt naar de tweede moord, moet haar stem opboksen tegen de zeer expressieve orkestratie van de aria. Haar parade-aria in de slaapwandelscène van het derde bedrijf, Una macchia è qui tuttora, waarin ze het bloed van de moorden probeert weg te wissen, is net te veeleisend. Het is een spannende, lange melodielijn als een innerlijke monoloog met plotse wisselingen tussen de hoogste en laagste noten van de zangeres, in de klagende toon mooi ondersteund door de althobo. Een her en der té moeilijke klus voor Prudenskaya, met een paar pijnlijk genepen klanken als gevolg. Ook hier krijgt de bovenrand van het decor een scenische betekenis: Lady Macbeth verschijnt er met een fijn kaarslicht, la lampada che sempre si tiene accanto al letto (- haar bedlampje – tekst hofdame). Dat opkomen in haar zwarte jurk tegen de al even zwarte achtergrond, is een van de mooiste beelden van de voorstelling. Het beklemtoont de vereenzaming en ontreddering van de gefrustreerde vrouw.

De mannelijke protagonisten, met Macbeth op kop, bieden vocaal een uitstekende voorstelling. Dit geldt voor de hoofdrollen tot de kleinere partijen van Macduff (tenor Najmiddin Mavlyanov) die een mooie O figli, o figli miei zong en Malcolm (Michael J. Scott). Ook Tareq Nazmi was vocaal indrukwekkend als Banco. Craig Colclough (Macbeth) zong met indrukwekkende en toch genuanceerde stem zijn partij. Zijn donkere timbre past perfect bij het sombere noodlot dat hem te beurt valt onder impuls van zijn machtsgeile echtgenote. Hun relatie is er allesbehalve een die liefde uitstraalt, en zijn stem is dan ook vooral bepaald door kracht en angst. Bizar kwamen de marionetachtige gestes over in hun duet op het einde van het derde bedrijf. De afschuw voor elkaar is beklemtoond door de vreselijke bloedvlekken die Macbeth bedekken sinds hij de moord op Duncan pleegde. De vermoorde Banco zit nog meer onder het bloed bij zijn verschijning als geest op het banket. Een kitscherige overdrijving. Bovendien is deze scène door het kwistig rondstrooien met serpentines eerder een carnavalesk tafereel. De beangstigende waanzin die Macbeth op dat ogenblik door gewetenswroeging beheerst, is dan totaal ontkracht. Een jammerlijk mislukte scène.

Van deze Macbeth in Opera Vlaanderen onthouden we vooral de prachtige prestatie van het orkest onder leiding van Paolo Carignani en de mooie zangpartijen van de mannelijke protagonisten. Hoewel de enscenering de sombere sfeer van het drama weergeeft, is ze door het decor te beperkend en vooral te belachelijk door het overmatige bloed.


  • WAT: Macbeth | Giuseppe Verdi (1813-1901)
  • REGIE: Michael Thalheimer
  • STEMMEN: Craig Colclough, Marina Prudenskaya, Tareq Nazmi, Najmiddin Mavlyanov, Michael J. Scott
  • ORKEST: Symfonisch Orkest en Koor van Opera Vlaanderen o.l.v. Paolo Carignani
  • WAAR: Opera Vlaanderen, Antwerpen
  • WANNEER: donderdag 27 juni 2019 (nog op 2, 4 en 6 juli – volgend seizoen in Gent)
  • FOTO: © Annemie Augustijns