De creatie van Les Bienveillantes waarmee intendant Aviel Cahn afscheid neemt van Opera Vlaanderen, beukt er hard in. Van regisseur Calixto Bieito konden we uiteraard geen vrijblijvende prentjes verwachten. Componist Hèctor Parra hebben we met deze nieuwe opera dan weer meteen leren kennen als een onverbiddelijke klankvirtuoos. Gelukkig kunnen ze met uitgelezen solisten werken: zij maken de opera aangrijpend verteerbaar. Of is het verteerbaar aangrijpend?

De Catalaanse componist Hèctor Parra (°1976) werd aangezet door regisseur Calixto Bieito om op de roman van Jonathan Littell, die de Prix Goncourt won in 2006, een opera te componeren. Librettist Händl Klaus verrichtte het titanenwerk om de lijvige roman tot een libretto te bewerken. Aviel Cahn wilde na de successen van Bieito in Opera Vlaanderen nog een regie van hem op de planken brengen. Les Bienviellantes is geen historisch gelinkt verhaal van deportatie of holocaust. Toch hebben de personages die erin voorkomen er alles mee te maken. De plot is geplaatst in de geest van het hoofdpersonage, Max Aue. Het is “een afdalen in de hallucinante geest van het hoofdpersonage” zoals de perstekst zegt. Dat personage staat dan ook zowat continu op de scène en vertolkt de – volgens zijn eigen bewering – langste bestaande operarol! Max Aue keert in zijn herinnering terug naar de periode van het nazisme, waarin hij medeplichtig is geweest aan de verdelging van de Joden in de concentratiekampen. Het is allesbehalve een anekdotisch verhaal van de kampen of hun slachtoffers. Het is een “geestelijke afrekening” die Max Aue beleeft, als een flashback van feiten én aanleidingen tot die feiten. De context is wel historisch, maar het verhaal focust enkel op de psychologie en de onderlinge relaties die Max Aue ervaren heeft. Als een geestelijke zoektocht naar het eigen verleden. Het is misschien het wonder van deze productie – en zeker van de regie en de vertolkers – dat het misschien net door cast en decor nog harder aankomt bij de toeschouwer.

Concentratiekampen en incest

De opera begint met een beeld van de nette en fijn geklede carrièreman Max Aue in een zuiver wit kantoor met koele tl-lampen. Maar eens de interne reis van de gecultiveerde burgerlijke intellectueel begint, komen we al gauw terecht in een (letterlijk) drekkige wereld van wreedaards, moordenaars en foute genieters. Naargelang we meer in het leven en de geest van Max Aue doordringen, wordt de opera harder en bijtender. Ondanks zijn aanvankelijk uiterlijk fatsoen dringen we steeds dieper binnen in de vunzige innerlijke wereld van Max Aue. Zijn kinderjaren bevlekt door incest met zijn tweelingzuster, een relatie die zijn leven blijft beheersen en meteen het tweede hoofdthema in de opera is. Ze wordt zowat in alle mogelijke aspecten belicht en krijgt ook een visueel pendant met twee kleine tweelingbroertjes, die kinderlijke fantasietekeningen maken op de ondertussen bevuilde witte wanden van het decor. Ook de seksuele fantasieën van de vreselijke kampen worden zonder ontzien uitgebeeld. Summum is de naakte vrouw die tot de strop veroordeeld is en een object wordt van abject misbruik. Een fysiek veeleisende prestatie van de figurante!

Fysiek worden er trouwens nog een paar slopende houdingen vereist, zoals de jongeman die vermoord op het voorplan van de scène ligt of Una (Rachel Harnisch) die in de lange scène (Air) van de perverse incest gehurkt blijft zitten. Dat Aue toch ook een (zij het minder belichte of sowieso minder uitgesproken) verfijndere kant in zijn persoonlijkheid heeft, moet blijken uit zijn (ontgoocheld) verlangen naar muziek. Bach is zijn muzikaal idool en hij had pianist willen worden. Het past tegelijk in het bourgeoismilieu waartoe zijn ouders behoren. Dit (enige!) zachtzinniger element van de inhoud levert het sublieme decorbeeld op van de piano die bijna onmerkbaar de hoogte in getild wordt met pianiste incluis – de sarabande uit een suite van Bach spelend. Eindelijk een stukje lyriek in de brutale wereld van Max Aue … Een kleine verademing voor de toeschouwer die zo stilaan hoopt op een pauze, letterlijk!

De bijl die op enkele ijzingwekkende momenten in het verhaal voorkomt, zorgt voor een duidelijke link met de Griekse noodlotstragedie van Orestes, die verwacht wordt door zijn zuster Elektra om met een bijl zijn moeder te vermoorden. Het zorgt trouwens ook voor een muzikale reminiscentie aan Richard Strauss.

De lange scène met het incestverhaal in het voorlaatste deel (Air) is té expliciet. Alsof librettist, componist en regisseur ervan genieten de toeschouwer het summum van perversie in zijn strot te duwen. Ik kan niet vergelijken met de gebruikte taal in het boek, maar dergelijke sekstermen lezen in de intimiteit van individuele lectuur is nog anders dan er op een scène mee geconfronteerd te worden. Jammer ook dat het laatste toneel (Gigue) zo lang uitgesponnen is, aan het eind van een al zeer lange zit. Wat daar voor “humor” moet doorgaan, komt absoluut niet over na drie uur wreedheid, vunzigheid en seks, waar geen enkel lichtpuntje of toets van ironie of humor in voorgekomen is. De scène komt eerder belachelijk en vooral ongepast en vervelend over. Jammer en eerder een anticlimax na de opgebouwde spanning. Enkel de “redding” van Max Aue door de “Welwillenden” (“Les Bienveillantes” of de Eumeniden uit de Griekse tragedie) biedt dan nog een verrassend en mooi orgelpunt.

Muzikaal geweld, unieke prestatie

Is de inhoudelijke toon en de taal van het libretto allesbehalve verhullend, dan trekt ook de muziek de kaart van overdaad en geweld. Complexe orkestmassa’s en fel geconstrueerde clusters stormen onophoudelijk op de toehoorder af. Even gul als de viezigheid waarmee de scène overstroomd wordt. De accenten die gelegd worden, zijn evenwel duidelijk dramatisch afgelijnd en indringend. De structuur is overgenomen van Littells roman: de delen van een baroksuite van Bach. Ook Bachs Johannespassie doordringt de opera als een laag die het lijden van de humaniteit uitdrukt. Maar naast het liturgische van een oratorium is de structuur ook ingevuld met verwijzingen naar Babi Yar van Shostakovich, Wozzeck van Alban Berg (Herr Doktor!), Bruckner, Richard Strauss, de Theresienstadt-componist Viktor Ullmann, of banale nazi-liederen. De vocale taal is allesbehalve melodisch: de zangers moeten over een uitzonderlijk talent voor Sprechgesang beschikken, maar dan wel met uiterst veeleisende tonaliteiten en soms schreeuwerige hoogte. Vooral Natascha Petrinsky (de moeder Heloïse) is er meesterlijk in. Ze beheerst bewonderenswaardig haar akelige moederpartij zowel vocaal als qua acteren. Ook Rachel Harnisch is fenomenaal als Una, de tweelingzus van Max. Wat Peter Tantsits presteert als Max Aue is uniek. Hij vertolkt wreedheid, dominantie, angst, lijden, passie, burgerlijkheid, seks en naaktheid alsof het allemaal lagen van zijn eigen persoonlijkheid zijn. Echt en zonder pose. Vocaal en onverschrokken fysiek. Wie kan dit ooit evenaren?! Het koor speelt een zeer expressieve rol en is net als het orkest meesterlijk onder leiding van Peter Rundel. Een meesterzet van een orkest dat een extreem zware opdracht tot een goed einde brengt.

De componist betitelt zijn opera als “most terrible crazy project”. Inderdaad! Het lijkt wel een stomp in de maag van een rebels afscheidnemend intendant: kijk wat ik jullie tot slot nog in de strot durf te duwen …


  • WAT: Hèctor Parra (°1976) | Les Bienveillantes
  • REGIE: Calixto Bieito
  • STEMMEN: Peter Tantsits, Rachel Harnisch, Natascha Petrinsky,Günter Papendell, David Allegret, Gianluca Zampieri
  • ORKEST: Symfonisch Orkest Opera Vlaanderen, Koor Opera Vlaanderen o.l.v. Peter Rundel
  • WAAR: Opera Vlaanderen Antwerpen (tot 2 mei) – nadien ook in Gent (12, 14, 16 en 18 mei 2019)
  • WANNEER: zondag 28 april 2019
  • FOTO: © Annemie Augustijns