Serge Dorny, de Vlaamse directeur-général van de Opéra de Lyon zette zijn voorlaatste seizoen (vanaf 2020-21 staat hij aan het hoofd van de Bayerische Staatsoper München) in met Rossini’s ‘grand opéra’ Guillaume Tell (Willem Tell).

Het is een grandioos maar veeleisend werk dat de ensembles van de opera van Lyon (orkest en koor) samen met een uitgelezen zangersbezetting schitterend verdedigd hebben onder leiding van Daniele Rustioni, de chef dirigent van de Opera van Lyon. Rossini’s rijke partituur bloeide open, kleurrijk en dramatisch vanaf de bekende ouverture met de heerlijke cello-solo, over de wervelende dansen, de virtuoze vocale bijdragen en de dramatische momenten om te culmineren in die grandioze finale “Liberté, redescends des cieux et que ton règne recommence!” Of die hoop en verwachting ook werkelijkheid wordt, daaraan twijfelt regisseur Tobias Kratzer blijkbaar want hij laat Jemmy, Tells jonge zoon, wegglippen uit het huiselijk tafereel om zich een hoedje op te zetten dat naar de vijand verwijst. Die vijand, in het oorspronkelijke verhaal, zijn de Oostenrijkse Habsburgers, vertegenwoordigd door de tirannieke gouverneur Gesler, die het Zwitserse volk onderdrukt. In de enscenering van Tobias Kratzer (decor en kostuums Rainer Sellmaier, licht Reinhard Traub en choreografie Demis Volpi) zijn ze een brutale, vernielende groep in witte overalls en met zwarte bolhoeden die onmiddellijk aan de gangsters uit Stanley Kubricks film “A Clockwork Orange” doen denken. Ze treden voor het eerst op tijdens de ouverture en vernielen de (nep)cello op het toneel: een lege ruimte voor een wit-zwart panorama van de Alpen.

Zwart

Naarmate de handeling van de opera zich ontwikkelt zal dit panorama langzamerhand volledig onder zwarte verf verdwijnen. Zwart is ook de kleur van de (hedendaagse) kledij van het Zwitserse volk waaraan af en toe ook een folkloristische toets wordt toegevoegd. Jemmy, de jonge zoon van Tell, speelt viool, Arnolds oude vader Melcthal, zwaait met een dirigeerstokje dat later door Geslers trawanten gebruikt wordt om hem de ogen uit te steken. Wanneer de afgevaardigden van de verschillende Zwitserse kantons samenkomen en de eed afleggen hun vaderland te verdedigen en te bevrijden, treden ze aan als de instrumentengroepen uit een orkest: de strijkers, de houtblazers, de kopers…

De wapens die de Zwitsers hanteren zijn samengesteld uit delen van instrumenten. Wat dat alles te betekenen heeft, is niet duidelijk, soms komisch en maakt de opstand van de Zwitsers en hun strijd om onafhankelijkheid zelfs belachelijk. Of wou Kratzer ons vertellen dat de muziek het belangrijkste element van de opera is?

En gelukkig heerste de muziek soeverein en was er het voortreffelijke  ensemble dat Rossini en de Zwitsers met glans verdedigde en meestal voor een goede projectie van de Franse tekst instond.

Nicola Alaimo’s slanke bariton is misschien niet ideaal voor de partij van Tell maar zijn expressiviteit en warme menselijkheid maken veel goed. Hij geeft de figuur autoriteit en weet hoe men Rossini zingt. Dat geldt misschien nog meer voor John Osborn die de veeleisende partij van Arnold al jaren tot de zijne heeft gemaakt en ze nog altijd met glans en virtuositeit vertolkt met een uitstekende woordprojectie. Jane Archibald, niet bepaald gediend door het haar toebedeelde kostuum, was een vastberaden Mathilde die haar ruime sopraan met kennis van zaken inzette maar niet veel sympathie voor haar personage kon inspireren. Hedwige, Tells echtgenote kreeg extra reliëf in de vertolking van Enkelejda Shkoza met warme mezzo-sopraan en veel vibrato. Jean Teitgen zette een verachtelijke Gesler met snedige stem neer. Tomislav Lavoie was een eerbiedwaardige, sonore  Melcthal en Philippe Talbot een zoetgevooisde  Ruodi. Jemmy, het zoontje van Tell, werd op bijzonder overtuigende manier gespeeld door een kleine jongen en tegelijkertijd gezongen door Jennifer Courcier met frisse sopraan. De koren zongen kranig en de drie dansers-paren mochten niet alleen elegant evolueren maar ook de kwellingen uitgedacht door Gesler ondergaan.


  • WAT: Guillaume Tell van Gioachino Rossini
  • WIE:

Directie Daniele Rustioni

Koor en orkest van de Opéra de Lyon

Enscenering Tobias Kratzer

Decor en kostuums Rainer Sellmaier

Licht Reinhard Traub, choreografie Demis Volpi

Stemmen: Nicola Alaimo, John Osborn, Jane Archibald, Enkelejda Shkoza, Jean Teitgen, Tomislav Lavoie, Philippe Talbot, Jennifer Courcier

  • WAAR EN WANNEER: Opéra de Lyon, oktober 2019
  • BEELDMATERIAAL: © Opéra de Lyon