In de buurt van de stad Figueras in de provincie Girona in Catalonië ligt het domein van Peralada, een veertiende eeuws kasteel, omgeven door schitterende tuinen waar jaarlijks in de zomermaanden een festival georganiseerd wordt dat hoofdzakelijk klassieke concerten, opera en  dans aanbiedt maar ook andere muzikale genres zoals jazz en pop een kans gunt

Het werd gesticht in 1987 op initiatief van Carmen Mateu, een grote muziekliefhebster, en onder meer op een suggestie van Montserrat Caballé die zo’n zomers lyrisch rendez-vous aan de Middellandse zee wel zag zitten. Nu is het festival dus al aan zijn 31ste editie toe en heeft in de afgelopen jaren heel wat grote kunstenaars mogen verwelkomen zoals Montserrat Caballé, Placido Domingo, José Carreras, Teresa Berganza, Juan Diego Florez, Mstislav Rostropovitsj, Rudolf Nurejev of Maurice Béjart. In het ruime auditorium in de tuin  kunnen, naast symfonische concerten, ook zowel scenische als concertante uitvoeringen van opera’s plaats vinden, meer dan eens in coproductie met belangrijke theaters. Met terechte trots vermeldt het festival dat de ondertussen befaamde en door veel operatheaters (ook in 2005 door de Vlaamse Opera) overgenomen “Carmen”-enscenering van Calixto Bieito in Peralada in première gegaan is. Het festival houdt er immers van jong talent een kans te geven. Voor meer intieme recitals kan men terecht in de Eglesia del Carme, vlakbij, een stemmige gotische kerk met kruisgang. Verschillende restaurants bieden de mogelijkheid voor of na een uitvoering van gevarieerde buffetten met een rijke keuze van allerlei zeevruchten te genieten.

De grote opera’s op een rij

Het festival Castell Peralada 2018 loopt van 5 juli tot 17 augustus, ingezet met een uitvoering van Verdi’s “Requiem” en afgerond met een dansspektakel dat hip hop met barokmuziek zal combineren. Operaliefhebbers kunnen kiezen tussen uitvoeringen van “Rinaldo” en “Acis and Galatea” (Händel) en een scenische realisatie van “Die Zauberflöte” van Mozart. Ik koos voor een opera-weekend met concerten met de tenoren Javier Camarena en Jonas Kaufmann en een concertante uitvoering van de opera “Thaïs” van Massenet. Voor zijn debuut bij het festival van Peralada bracht de Mexicaanse tenor Javier Camarena, aan de piano begeleid door Angel Rodriguez,  in de Eglesia del Carme een boeiend recital  waarin vooral het Italiaanse belcanto aan bod kwam met composities van Rossini, Donizetti en Bellini. Maar hij startte zijn optreden met Ferrando’s aria “Tradito! Schernito! Uit Mozarts “Cosi fan tutte” en bracht ook hulde aan Manuel Garcia, de Spaanse tenor, componist en pedagoog en vader van Maria Malibran en Pauline Viardot. Jammer dat de tekst van bv. het duidelijk komische “El poeta Calculista” niet in het programma afgedrukt was, dan hadden we nog meer kunnen genieten van Camarena’s interpretatievermogen. Maar dat bleek natuurlijk ook overduidelijk uit de bekende aria’s uit Rossini’s “L’Italiana in Algeri” en “La Cenerentola”, Donizetti’s “Lucia di Lammermoor” en “La Fille du Régiment” of Bellini’s “I Puritani”. In deze nummers konden we genieten van Camerena’s soepele en krachtige stem, zonnige timbre, moeiteloze, briljante top noten, heerlijke frasering en voorbeeldige tekstprojectie. Hij is geen tenor die alleen hoge noten uitstoot, hij interpreteert tekst en muziek en weet te nuanceren en te differentiëren. In de Cubaans-Mexicaanse pianist Angel Rodriguez had hij een uitstekende partner en samen vergastten ze het publiek op een reeks bis-nummers waaronder een paar populaire Spaanse liedjes die door het publiek konden worden meegezongen! Niet te verwonderen dat het enthousiasme groot was. En terecht.

Jonas Kaufmann, jazeker !

De Duitse tenor Jonas Kaufmann, een van de meest gevierde zangers van het ogenblik,  kwam reeds voor de derde keer naar Peralada.  Hij trad op in het grote auditorium, begeleid door het orkest van het Teatro Real van Madrid met als dirigent Jochen Rieder. Zij brachten een Frans-Duits programma met aria’s en orkestrale fragmenten uit werk van Saint-Saëns, Gounod, Bizet, Chabrier, Halévy, Massenet en Wagner. Het orkest van het Teatro Real zette de avond in met de Bacchanale uit “Samson et Dalila” van Saint-Saëns en zou over het algemeen een goede beurt maken in het Franse repertoire  ook al waren bepaalde tempi van de dirigent betwistbaar. Maar de musici voelden er zich blijkbaar beter thuis dan in Wagner. De Walkurenrit was vrij rommelig, de Meistersinger-ouverture nogal schools en de Lohengrin-prelude startte weinig etherisch. Voor Jonas Kaufmann daarentegen was Wagner duidelijk een meer vertrouwd terrein dan de Franse opera. Van de vier aria’s die hij vertolkte : “Ah, lève -toi soleil” uit “Roméo et Juliette” van Gounod, “La fleur que tu m’avait jetée » uit “Carmen” van Bizet, “Rachel, quand du Seigneur » uit « La Juive » van Halévy en « Ô souverain, ô juge, ô père » komt er eigenlijk maar één uit een opera die hij geregeld op het toneel zingt: Don José’s  bloemenaria. Die bracht hij vol nuances met heerlijke pianissimi. Ook de andere aria’s werden met zorg en goede techniek vertolkt maar niet echt beleefd, met een niet altijd ideale Franse uitspraak en een donker timbre waar soms een lichtere klank meer welkom was geweest (Roméo). Maar in “Ein Schwert verhiess mir der Vater” uit “Die Walküre” kwam Kaufmanns stem volledig tot haar recht en leefde zijn vertolking echt. Of zijn “Wälse”-uitroepen zo indrukwekkend en lang moesten zijn, neem je er maar bij. Walthers “Morgenlich leuchtend” uit “Die Meistersinger” vloeide lyrisch mooi en Kaufmann verraste door van Lohengrins “In fernem land” de volledige versie met twee strofen te zingen. De volle zaal reageerde geestdriftig en kreeg toemaatjes : “Pourquoi me réveiller” uit “Werther” van Massenet, de Franse opera waarin Kaufmann als geen ander schittert,  “Winterstürme wichen dem Wonnenmond” uit Wagners “Walküre” en tenslotte “Träume” een van de Wesendocklieder, misschien wel een hulde aan de onlangs overleden stichtster van het Peralada Festival.

En ja natuurlijk ook… Placido Domingo!

Voor de concertante uitvoering van “Thaïs” van Massenet stond de Franse dirigent Patrick Fournillier aan het hoofd van het orkest van het Teatro Real van Madrid en samen hebben ze alle kleuren en emoties uit Massenets partituur gehaald met mooie contrasten tussen de levendigheid en sensualiteit van de Alexandria-scènes en de ascese en sereniteit van de cenobieten, de tocht door de woestijn en de kloostergemeenschap. Ook de koren van het Teatro Real presteerden prima. Blikvanger van de uitvoering was natuurlijk de Athanaël van Placido Domingo, een van de eerste baritonrollen die de grote tenor op zijn repertoire heeft genomen. De stem blijft verrassend krachtig, sonoor en soepel en de vertolker nog altijd even geëngageerd. Is zijn projectie van de tekst niet altijd even duidelijk, dan weet Domingo, ook in een concertante uitvoering, zijn personage overtuigend tot leven te brengen, de gedrevenheid, verbetenheid, tweestrijd en uiteindelijke wanhoop van Athanaël te vertolken. Een nog altijd indrukwekkende prestatie. Thaïs vond in Ermonela Jaho een verleidelijke, triomfantelijke, getormenteerde en tenslotte serene vertolkster met een expressieve stem, stralend en in staat tot fijne nuances.  Een ontroerende interpretatie. Thaïs’ laatste minnaar Nicias kreeg een uitstekende vertolking van de tenor Michele Angelini met veel présence, een stralende, slanke stem, met moeiteloze hoogte en een voorbeeldige tekstprojectie. Jean Teitgen gaf de cenobiet Palémon waardigheid en autoriteit met een opmerkelijk sonore basstem.  Goede prestaties van Marifé Nogales (Albine), Elena Copons (Crobyle), en Lidia Vinyes Curtis (Myrtale). De bekende “Méditation” kreeg een mooi gefraseerde vertolking van violist Vesselin Demirev.


  • WIE: Javier Camarena, Jonas Kaufmann, Angel Rodriguez, Jochen Rieder, Orkest van het Teatro Real, Patrick Fournillier, Placido Domingo, Ermonela Jaho, Michele Angelini, Jean Teitgen, Marifé Nogales, Elena Copons, Lidia Vinyes Curtis, Vesselin Demirev
  • WAT: Festival van Peralada
  • WAAR & WANNEER: Peralada 27, 28, 29 Juli