Vorig jaar werd het tweehonderdste geboortejaar van Charles Gounod (1818 – 1893) herdacht en precies twee jaar geleden werd in de Opéra Royal de Wallonie – Liège La damnation de Faust van Hector Berlioz gepresenteerd.

Na dertien jaar wordt daar het Franse meesterwerk van Gounod opnieuw opgevoerd. Niet alleen gaat het hier om actuele, maar tevens universele thema’s die steeds weer opduiken, alles uitgedrukt in prachtige muziek hetgeen voorzeker aan de basis van de populariteit van het werk ligt.

Vanaf zijn twintigste levensjaar was Charles Gounod geboeid door de Faust van Goethe. Nog eens twintig jaar later resulteerde dit in een opera in vijf bedrijven op een libretto van Jules Barbier en Michel Carré. Het libretto is gebaseerd op het romantisch drama Faust et Marguerite (1850) van Carré welk geïnspireerd werd door Berlioz en teruggaat op Goethe (Faust I). De première op 19 maart 1859 kende een beperkt succes; een decennium later werd een ballet toegevoegd en werden de gesproken dialogen vervangen door gezongen recitatieven. Zo werd Faust een grand opéra die naast Carmen wel de meest opgevoerde Franse opera is.

Veelgeprezen werd Stefano Poda voor de kostumering, choreografie, belichting, regie en decors (die al eerder in Turijn, Teatro Regio 2015, en elders te zien waren). Zijn werk is omvattend, een conceptuele eenheid zoals dat heet, waarvan de karakteristieken ook hier weer opduiken (o. m. monumentale decors, hiëratisch langzaam bewegende figuren, specifieke kostuums, enz.). Zo organiseerde hij sinds 1994 een 110 schouwspelen. Centraal en voortdurend aanwezig is een monumentale ring die een diepere duiding tot uitdrukking wil brengen. Er zijn ook her en der teksten aanwezig die ik echter niet lezen kon. De reusachtige ring staat zoals bekend symbool voor heel wat gedachten, overwegingen en alle personages zijn er ook lichamelijk bij betrokken. Deze wordt hier niet zomaar statisch neergezet, maar kan ook daadwerkelijk (ook in de hoogte, schuin) roteren, een technisch meesterstuk van het operahuis. De kostuums zijn hedendaags en sober, de choreografie is in één woord prachtig en sterk expressief. De diverse bijdragen die Poda leverde zijn opmerkelijk, maar zo kan de aandacht wel snel afgeleid worden van zang en muziek, hetgeen vanzelfsprekend niet de bedoeling is.

In zijn algemeenheid maar ook in de verfijnde detaillering dirigeerde Patrick Davin op gedreven wijze de dramatische en gevoelvolle partituur van Gounod. De lange voorstelling (3 uur 50 incl. twee pauzes) verveelde nooit dankzij de muziekgolven van Gounod met diens welbekende melodieën, koorscènes, aria’s en ensembles. Davin bezit een heel internationaal curriculum en treedt regelmatig op in Luik waar we zijn deskundige leiding steeds appreciëren.

Tenor Marc Laho zingt internationaal in belangrijke huizen (Scala, Liceu) en beheerst een groot repertoire. Op de bijgewoonde voorstelling scheen hij als Faust helemaal niet zijn topdag te hebben, maar al bij al bracht hij het er nog ternauwernood voorbeeldig van af. De sopraan Anne-Catherine Gillet speelde de fragiele Marguerite, maar soms was ze te fragiel.

De revelatie van de avond was wel de Méphistophélès van Ildebrando d’Arcangelo. Deze basbariton, Kammersänger van de Weense Staatsopera, was ongetwijfeld de beste solist en tevens een erg goed acteur in deze rol. We konden hem twee jaar geleden ook al in Luik horen als Méphistophélès in La damnation de Faust waarbij hij ook een memorabel optreden verrichtte.

Een puike prestatie leverde ook de Israëlische mezzosopraan Na’ama Goldman als Siébel. Bariton Lionel Lhote speelde een doorleefde Valentin. Een andere bariton, Kamil Ben Hsaïn Lachiri, was een opmerkelijke verschijning als Wagner. Onder leiding van Pierre Iodice zetten de koorpartijen een opmerkelijke prestatie neer.

Wanneer we de voorstelling in zijn geheel bekijken, traden zeker Lachiri, alsook Lhote en Goldman heel verrassend naar voren. Onder de drie protagonisten was Méphistophéles / d’Arcangelo de meest overtuigende qua zang en handelingen, maar Faust / Laho en Marguerite / Gillet waren ietwat grijs, vocaal niet meeslepend, ook wel eens foutief en toneelmatig mak. Misschien hadden beide een mindere dag, spijtig. Het orkest, de koren en balletten maakten alles goed. Het werk van Poda is voor de liefhebbers van modernisering van de opera; eigenlijk moeten we ons richten naar de bedoeling van de componist (en librettisten) wat tot uitdrukking komt in tekst, muziek en originele regieaanwijzingen.


  • WAT: Faust
  • WIE: Charles Gounod (componist); Stefano Poda; Marc Laho, Anne-Catherine Gillet, Ildebrando d’Arcangelo, Lionel Lhote, Na’ama Goldman, Kamil Ben Hsaïn Lachiri; koor en orkest van de Opéra Royal de Wallonie, Liège o.l.v. resp. Pierre Iodice en Patrick Davin
  • WAAR: Liège, Opéra Royal de Wallonie
  • WANNEER: Woensdag 23 januari 2019
  • Foto: © Opéra Royal de Wallonie-Liège