Geen negentiende-eeuws componist slaagt er beter in dan Giuseppe Verdi om politiek-maatschappelijke aspecten onontwarbaar met persoonlijke conflicten te verbinden. In De Nationale Opera in Amsterdam heeft Andreas Homoki dat perfect begrepen. In zijn productie van Nabucco vertrekt de regisseur van het zeer persoonlijke thema van de relatie vader-dochter, het Verdi-gegeven par excellence. Het maatschappelijke gegeven weeft hij er naadloos rond tot een verstrengeld geheel dat hij sober en efficiënt vormgeeft. 

In het verhaal van Nabucco staat de onderdrukking van de Joden door de Babylonische overheerser centraal. Door de combinatie met een liefdesverhaal wordt de politieke tegenstelling nog scherper gesteld: de geliefden Ismaele – Hebreeër – en Fenena – Babylonische en zelfs dochter van de vorst Nabucco – behoren tot de vijandige kampen. Hun liefde wordt bovendien gedwarsboomd door de jaloezie van Abigaille, een slavin die zich uitgeeft voor een andere dochter van Nabucco en aanspraak maakt op de macht. Stof genoeg dus voor een stuk waarin de politieke en persoonlijke aspecten tot een spannend verhaal verweven kunnen worden en waarbij Verdi’s psychologische aanpak van volk en individu in deze vroege opera tot een eerste muzikaal hoogtepunt komt.

Vaderfiguur en superieure heerser

Na het opgaan van het rode theatergordijn, laat Homoki ons tijdens de ouverture onmiddellijk inzien dat de essentie van de opera voor hem in de verhouding van Nabucco met zijn dochters ligt. Nabucco koestert twee kleine meisjes, gekleed in dezelfde groene jurken als de sierlijke crinoline jurken van de koordames. Het levert meteen een visueel prachtige scène op. Die vader van het openingsbeeld wordt trouwens in de loop van de voorstelling, telkens Nabucco zich van zijn rol als vader bewust is, in herinnering gebracht.

Na de ouverture speelt de hele voorstelling op een groen vlak met een dominerende, reusachtige monoliet in geaderd groen marmer. Hij beslaat bijna de hele breedte van de scène en kan op vele manieren gedraaid worden, naargelang de dynamiek van het verhaal dit vereist. Bij het prachtige openingskoor van de Joden bijvoorbeeld, verdeelt het blok de mannen van de vrouwen als de mannen de vrouwen aansporen hun gebed naar de hemel te richten. Het is een sober procedé. En hoewel continu hetzelfde decorelement een monotone uitwerking riskeert, is het zo vernuftig in de handeling gebruikt dat het zinvol is. Door haar glurend vanachter de wand te laten verschijnen, wordt de intrige van de jaloerse en perverse Abigaille er bijvoorbeeld mee geaccentueerd. Het kan personages afzonderen in hun eenzaamheid en trots, door ze alleen voor het monumentale blok te laten verschijnen. Zoals de superieure Nabucco die zich tot god uitroept. Homoki slaagt er wonderlijk in het eenvoudige decorbeeld voortdurend betekenis te geven voor het detailleren van de personenverhoudingen.

Koor en kostuums

Ook de kostuums hebben in dat kader hun betekenis. Homoki trekt de kaart van de negentiende eeuw en kiest voor kostuums uit de periode van Verdi. Overeenkomstig de groepen die tegenover elkaar staan, zijn de Joden gekleed in eenvoudige burgerlijke kledij, als de “underdogs”. De kleur is monochroom beige, een zachte kleur als contrast met het felle groen van de bezetter. Als groep zouden ze zo uit de film Novecento van Bertolucci kunnen komen. De Babyloniërs dragen als onderdrukkers kledij van de aristocratie. De keuze past uiteraard in het thema van de bevrijding van Italië uit de heerschappij van Oostenrijk. Het idee van bevrijding van een onderdrukte natie of volksgroep is van dan af in verschillende schakeringen in veel opera’s van Verdi terug te vinden, tot aan het einde van zijn carrière. In het tweede deel van de voorstelling is wel duidelijk dat deze vroege opera nog niet de overtuigende dramatische kracht heeft die latere opera’s als Simon Boccanegra of Don Carlos kenmerkt.

We kunnen nauwelijks de betekenis van het koorfragment Va pensiero overschatten. Verdi componeerde Nabucco in een bui van enthousiasme, na een periode van depressiviteit. De tekst van dit koorfragment gaf hem letterlijk vleugels om door te gaan met componeren. Het betekent de bevrijding uit zijn depressiviteit die hem belette creatief te zijn. Tegelijk past het in zijn risorgimento engagement: de bevrijding van het onderdrukte Italië. Daarmee is meteen duidelijk dat het koor in deze opera eigenlijk het belangrijkste personage is. Het koor van De Nationale Opera was dan ook schitterend, zowel de vertegenwoordigers van de Joden, als de Babyloniërs.

Vuur en vlam

Ook de andere personages kregen een scherpe invulling. De voorstelling illustreert dat Nabucco niet alleen de start zet voor de politieke opera’s van Verdi, maar ook voor de karakterontleding. Alisa Kolosova zet een liefdevolle Fenena neer, die teder overkomt in het pijnlijke conflict met haar vader Nabucco, die ze door haar liefde verraadt. Ze zingt haar rol met lichte en kleurrijke stem. Als personage wordt ze in de opera natuurlijk overvleugeld door de niets ontziende en trotse Abigaille, een prachtig vrouwelijk personage dat we in het oeuvre van Verdi kunnen plaatsen in de rij van de latere Azucena, Lady Macbeth, Eboli en Amneris. Jammer dat Anna Pirozzi haar passie vocaal niet helemaal onder controle hield en geregeld krijsend klonk. Acteren deed ze evenwel met vuur en vlam. Ismaele kreeg een wat onopvallende, maar mooi gezongen vertolking door Freddie De Tommaso. George Petean gaf de door macht verblinde heerser Nabucco overtuigend gestalte, zowel in zijn autoriteit als in zijn vertwijfeling. En Dmitry Belosselskiy zong Zaccaria met empathisch diepe warme bas.

Maurizio Benini ontpopte zich als een overtuigd Verdi-verdediger. Hij slaagde erin het Residentie Orkest zowel met energieke stuwing als met verstilde verfijning te laten spelen, bijvoorbeeld in het sublieme Va Pensiero. Hij gaf ook nauwgezette aanwijzingen aan de zangers op scène. Op het einde liet hij ook vanop het podium speciaal applaus vragen voor solisten uit het orkest als fluit en piccolo, klarinet, hobo en trompet.

Een voorstelling die op een visueel mooie en correcte manier een integere interpretatie gaf aan een vroeg meesterwerk van Giuseppe Verdi en terecht toegejuicht werd.


  • WAT: Nabucco | Giuseppe Verdi (1813-1901)
  • REGIE: Andreas Homoki
  • STEMMEN: George Petean, Alisa Kolosova, Anna Pirozzi, Freddie De Tommaso, Dmitry Belosselskiy
  • ORKEST: Residentie Orkest en Koor van De Nationale Opera o.l.v. Maurizio Benini
  • WAAR: De Nationale Opera, Amsterdam
  • WANNEER: zondag 2 februari 2020 (voorstellingen nog tot en met 22 februari)
  • FOTO’S: © Martin Walz