Het Rossini Opera Festival in Pesaro, de geboortestad van de componist, droeg zijn 40ste editie op aan Montserrat Caballe en Bruno Cagli, twee prominente Rossini-vertolkers. Blikvangers waren de opera’s Semiramide, L’Equivoco stravagante en Demetrio e Polibio en een jubileumsconcert.

Voor Semiramide, de bekroning van Rossini’s Italiaanse carrière in 1823, bedacht regisseur Graham Vick een psychologische interpretatie die uiteraard voor hem een waardevolle betekenis zal gehad hebben, maar die niet bepaald gemakkelijk te ontcijferen was voor het publiek dat zich op het libretto van dit melodrama tragico van Gaetano Rossi steunde. Vergeet Assyrië en de tempel van Baal en probeer te begrijpen wat de betekenis is van de Brahmin priester en zijn volgelingen die in een hoekje van het toneel zitten. Of waarom de onderdanen van Semiramide in strenge formaties evolueren en de vrouwen op airhostessen en showgirls lijken. En waarom Arsace duidelijk niet als een man wordt voorgesteld. Stuart Nunn, verantwoordelijk voor decor en kostuums, voorzag grote, groene schermen die door machinisten duidelijk zichtbaar verschoven werden om af en toe, onder meer, de kamer van Ninia, de jonge verloren zoon van Semiramide voor te stellen, een grote blauwe teddybeer inbegrepen! Salome Jicia, elegant in een blauw broekpak en witte bloes, gaf Semiramide autoriteit en elegantie en zong met een volle, expressieve sopraanstem en virtuoze coloraturen. Varduhi Abrahamyan is beslist een van de beste vertolkers van de partij van Arsace met een ruime, warme, soepele mezzosopraan die de vocale partij virtuoos beheerste. De verraderlijke Assur had de edele stem van Nahuel di Pierro die gerust wat meer snedigheid had kunnen krijgen, vooral dan in zijn hallucinaties. Carlo Cigni was een nobele Oroe, Martiniana Antonie een fris klinkende Azema, Sergey Artamonov een indrukwekkende Ombra di Nino en Antonino Siragusa een eerder pijnlijk klinkende Idreno. Het koor van het Teatro Ventidio Basso zong wel en Michele Mariotti leidde het Orchestra Sinfonica Nazionale della Rai in een kleurrijke, mooi uitgewerkte orkestrale uitvoering met een goed gestructureerde ouverture en indrukwekkende ensembles. Ik vraag me af hoe deze Semiramide, een coproductie met de Opéra Royal de Wallonie, op het Luikse operatoneel zal  overkomen.

Levendige karikatuur

Voor L’Equivoco stravagante – vrij te vertalen als “het bizarre misverstand” – een drama giocoso uit 1811, dirigeerde Carlo Rizzi het Orchestra Sinfonica Nazionale Della Rai in een goed uitgebalanceerde, levendige vertolking van een partituur die duidelijk Rossini’s meesterschap voor briljante ensembles en finales aankondigt. Die kregen precieze en wervelende uitvoeringen van het koor van het Teatro Ventidio Basso en de solisten in een enscenering van het duo Moshe Leiser en Patrice Caurier in een decor van Christian Fenouillat (een grote kamer met veel deuren en een raam met blik op koeien in de weide) en kostuums van Agostino Cavalca (rijke 19de-eeuwse bourgeois). Het regisseursduo schrikte niet terug voor karikatuur en hield het tempo levendig. Maar waarom de solisten allemaal een valse neus opgezet kregen, is mij een raadsel. Paolo Bordogna was schitterend als Gamberotto, de nouveau riche-vader die de best mogelijk echtgenoot voor zijn dochter Ernestina wil. Teresa Iervolino gaf haar de juiste mengeling van onhandigheid en onschuld en zong haar partij met een heldere, virtuoze sopraan. De zelfingenomen Buralicchio kreeg een goed profiel van Davide Luciano en een sonore stem, maar Pavel Kolgatin (Ermanno) klonk niet erg overtuigend. Claudia Muschio en Manuel Amati, uitgerust met frisse stemmen, waren het goed bedoelende bemoeizieke dienstbodenpaar Rosalia en Frontino

De derde opera op de affiche was Demetrio e Polibio, algemeen beschouwd als de eerste (gedeeltelijk) door Rossini gecomponeerde opera, uitgevoerd in 1812. Voor de gelegenheid werd de eerder eigenaardige en onnodig gecompliceerde productie in regie van David Livermoore uit 2010 met decor en kostuums door de Accademia di belle arti di Urbino weer opgefrist, maar het resultaat was niet overtuigender. Gelukkig had de zangersbezetting een veel beter niveau. Het publiek kon zich dus gerust daarop concentreren en de omkadering vergeten. Jessica Pratt (Linsinga), Cecilia Molinari (Siveno), Juan Francisco Gatell (Demetrio-Eumene) en Riccardo Fassi (Polibio) brachten hun personages op virtuoze manier tot leven en gaven ze dramatische intensiteit. Paolo Arrivabeni leidde het Coro del Teatro Della Fortuna M.Agostini, de Filarmonica Gioachino Rossini en de zangers in een alles samen boeiende uitvoering.

Om de veertigste editie te vieren, bood het festival ook een galaconcert aan dat live op de Piazza del Popolo via videoprojectie mee te beleven was. Voor de gelegenheid dirigeerde Carlo Rizzi het Orchestra Sinfonica Nazionale della Rai, het Coro del Teatro Ventidio Basso en een schare solisten (veertien aangekondigd, dertien opgetreden) in een programma in twee delen dat de komische en de ernstig-heroïsche Rossini belichtte. De ouverture tot Il barbiere di Siviglia, wellicht Rossini’s populairste opera, zette de avond in. De finale van Guillaume Tell, zijn laatste meesterwerk met zijn boodschap van vrijheid en hoop, rondde de avond af. Niet alle beurten waren even overtuigend, maar natuurlijk werd publiekslieveling Juan Diego Florez onder applaus bedolven evenals zijn tenor-collega Lawrence Brownlee. Grote indruk maakte de Amerikaanse sopraan Angela Meade – geen vertrouwde gast in Pesaro – met haar vertolking van het dramatische toneel van Ermione uit de gelijknamige opera.

Voor 2020 kondigt het Rossini Opera Festival een editie aan van 8 tot 21 augustus met Moïse et le Pharaon, Elisabetta regina d’Inghilterra en La cambiale di matrimonio.


  • WAT: Rossini Opera Festival – 40ste editie
  • WAAR: Pesaro, Italië
  • WANNEER: dinsdag 20 tot vrijdag 23 augustus 2019
  • WEBSITE: https://www.rossinioperafestival.it/