De  39ste editie van het Rossini Opera Festival (ROF) in Pesaro, de geboortestad van de componist, viel samen met de 150ste verjaardag van zijn overlijden. Misschien daarom werd het festival, dat liep van 11 tot 23 augustus,  afgerond met een uitvoering van zijn “Petite messe solennelle”. Op het programma, zoals gewoonlijk, drie scenische operaproducties naast de ondertussen reeds traditionele uitvoering van “Il Viaggio a Reims” door de studenten van de Accademia Rossiniana “Alberto Zedda” en een aantal concerten en recitals.

Het festival werd geopend met “Ricciardo e Zoraide” een weinig opgevoerd of bekend “dramma serio per musica” gecreëerd in het Teatro San Carlo van Napels op 3 december 1818, tijdens Rossini’s rijke Napolitaanse periode. Maar in tegenstelling met “Mosè in Egitto” (eveneens in Napels gecreëerd in hetzelfde jaar) heeft “Ricciardo e Zoraide” nooit hetzelfde succes gekend. De reden? Misschien het weinig geïnspireerde, vrij gecompliceerde libretto van Francesco Berio Di Salsa over de perikelen van de Aziatische prins Ircano die, tijdens de periode van de kruistochten, zijn toevlucht gezocht heeft in Nubië en daar in conflict komt met de plaatselijke koning Agorante. Die wil Ircano’s dochter Zoraide trouwen tot grote woede van zijn vrouw Zomira. Maar Zoraide houdt van de moedige paladijn Ricciardo  en die zal haar uiteindelijk uit de klauwen van Agorante redden, de dochter met haar vader verzoenen en Agorante en Zomira vergiffenis schenken. Daarbij komt dat de opera drie tenoren vraagt met contrasterende vocale eisen, een sopraan en mezzo met ruime stemmen en dat er naast het orkest in de bak ook nog een “banda” voor toneelmuziek nodig is. Redenen genoeg dus om een mogelijke opvoering twee keer te overwegen.

Maar Pesaro heeft zich daardoor niet laten afschrikken en een zangers-bezetting samengebracht die Rossini’s partituur alle eer heeft aangedaan. De drie tenor-partijen werden prima vertolkt door goed harmoniërende stemmen. Juan Diego Florez, dé ster van Pesaro (waar zijn carrière in 1996 gelanceerd werd)  was Ricciardo, moedig en verliefd en zette zijn aparte timbre en vocale virtuositeit zonder reserves in.  Agorante, een partij voor een “bari-tenore”  werd met stijl vertolkt door Sergey Romanowky,  die echter soms wat meer vocale kracht mocht gehad hebben. Met zijn zonnig, heerlijk vloeiend geluid, mooie frasering en rijke klank was Xabier Anduaga (Ernesto) een echte ontdekking. Als Zoraide toonde Pretty Yende zich waardig van Isabella Colbran voor die de rol was geschreven, door haar gevoelige, stralende zang en intense vertolking. Victoria Yarovaya (in Opera Vlaanderen nog in “Sadko” te horen) leende haar rijke mezzo aan de intrigerende Zomira en Nicola Ulivieri was een waardige Ircano.

Giacomo Sagripanti dirigeerde het ensemble, de koren van het Teatro Ventidio Basso en het Orchestra Sinfonica Nazionale della Rai in een homogene uitvoering die Rossini’s partituur goed deed klinken en de opera mooi tot leven bracht, iets waarin de enscenering van Marshall Pynkoski jammerlijk faalde. Deze Canadese regisseur, die vooral naam maakte door zijn ensceneringen van barokopera’s, besliste de Aziatisch-Afrikaanse contekst volledig te negeren en zijn enscenering op de machtsverhoudingen tussen de protagonisten te concentreren. Een uitgangspunt dat volledig te verdedigen is en de opera geenszins verraadt zoals zo veel producties vandaag. Niets mis daarmee dus, was het niet dat zijn personen- en vooral koorregie weinig  overtuigend en dikwijls te statisch en zelfs eerder stuntelig was en er weinig dramatisch elan te merken was. De decors en kostuums (Gerard Gauci, Michael Gianfrancesco) combineerden Oost en West in eigenaardig contrasterende stijlen (weelderige 18de eeuwse westerse jurken, krijgers recht uit de Balkan en een kruisvaarder in bisschopsgewaad)! Helemaal overbodig waren de balletnummertjes (choreografie Jeannette Lajeunesse Zingg) in brave, klassieke stijl die nergens bij pasten en eerder irriteerden. Een deel van het publiek liet bij het slotapplaus duidelijk zijn afkeuring blijken!

Adina, Il Barbiere di Siviglia, Il viaggio a Reims

De tweede opera op het programma was “Adina”  een “farsa in un atto” een korte komische opera in één bedrijf, waarvoor Rossini de opdracht kreeg in datzelfde jaar 1818 maar die uiteindelijk pas in 1826 in de opera San Carlo van Lissabon werd gecreëerd. Omdat er aanvankelijk haast was om de compositie af te ronden, zou Rossini enkele fragmenten uit bestaande opera’s gecombineerd hebben met nieuwe nummers en de recitatieven aan medewerkers toevertrouwd hebben. Maar die haast was blijkbaar nergens voor nodig want “Adina” ging dus pas acht jaar later in première. Het libretto van Gherardo Bevilaqua Aldobrandini sluit aan bij de Oosterse onderwerpen die populair waren voor komische opera’s in de 17de en 18de eeuw denken we maar aan Mozarts “Entführung aus dem Serail” of Rossini’s eigen “l’Italiana in Algeri” of “Il Turco in Italia”. Hier gaat het om een kalief die de jonge slavin Adina wil trouwen omdat ze hem aan Zora, zijn grote, verloren liefde herinnert. Adina stemt toe omdat ze meent dat haar geliefde Selimo dood is. Maar die blijkt springlevend te zijn en dat verandert de zaak. Uiteindelijk ontdekt de kalief dat Adina zijn en Zora’s dochter is en volgt er uiteraard een happy end. Dit alles is door Rossini en zijn assistenten met zangerige melodieën en de nodige ironische toetsen in muziek omgezet. Voor haar enscenering van deze coproductie met het festival van Wexford in Ierland, koos Rosetta Cucchi (zoals Rossini in Pesaro geboren) voor een frivole, door films geïnspireerde aanpak. Het decor van Tiziano Santi stelt geen Oosterse harem voor maar een enorme bruidstaart waarrond een kleurrijk gezelschap (te) druk bezig is. Adina en haar kortgerokte gezellinnen bevolken de bovenste laag van de taart, de kalief de onderste. Selimo, verbergt zich onder een grote tuiniershoed en zijn vriend Mustafa schijnt onder de taart doende te zijn. Omringd door de vele, soms storende, figuranten wordt het verhaal  met de nodige fantasie verteld en kunnen de protagonisten hun gevoelens uiten. Dit gebeurt met overtuiging door Lisette Oropresa, een charmante, sexy Adina met soepele, virtuoze , expressieve sopraan, de nobel zingende Vito Priante als de verliefde kalief, die van verraden vorst in liefhebbende vader verandert en Levy Sakgapane als Adina’s geliefde Selimo met slanke tenor. Goede kleinere partijen van Matteo Macchioni (Ali) en David Giangregorio (Mustafa) en prima beurt van het Coro del Teatro della Fortuna M. Agostini. Diego Matheuz dirigeerde het Orchestra Sinfonica G. Rossini met lichte, vinnige  hand.

“Il barbiere di Siviglia”, wellicht Rossini’s populairste opera maar daarom niet het meest opgevoerde werk in Pesaro, kreeg een nieuwe enscenering van de hand van de grootmeester Pier Luigi Pizzi (ondertussen 88 jaar oud!) sinds 1982 een geregelde gast in Pesaro die zich nu voor het eerst met Rossini’s barbier uiteenzette. Het werd een bijzonder stijlvolle, esthetische enscenering in Pizzi’s eigen decor- en kostuumontwerpen met dominerende wit-zwarte kleuren, geen dolle bedoening maar een in essentie burgerlijke komedie met scherp getekende maar nooit overdreven figuren, nauw aansluitend bij Beaumarchais’ toneelstuk waarop librettist Cesare Sterbini zich baseerde. Tekst en muziek werden nauwgezet gerespecteerd: we hoorden een “edizione critica integrale” (volledig kritische uitvoering) met enkele korte, zelden gehoorde fragmenten,  die het werk dus nooit verraadde maar het tevens een enigszins gestroomlijnde, modernere interpretatie gaf waarin de humor met fijne trekjes was aangebracht. Deze zeer genietbare visie werd prima vertolkt door een schare uitstekende zangers-acteurs met sterke persoonlijkheden. De zwakste was misschien Aya Wakizono, een mooie Rosina met een homogene, warme mezzo-sopraan maar iets te weinig karakter. Dat kan niet gezegd worden van de briljante Figaro van Davide Luciano met bronzen stem en sterke présence of van de zoetgevooisde Graaf Almaviva van Maxim Mironov met veel autoriteit en de nodige vocale virtuositeit om de veeleisende tenorfinale “Cessa di piu resistere” die vroeger meestal weggelaten werd, te vertolken. Michele Pertusi zette een in zijn soberheid indrukwekkende Basilio neer met expressieve en waar nodig donderende stem en Pietro Spagnoli gaf niet alleen de nodige komische toetsen maar ook waardigheid aan Don Bartolo. Elena Zilio sloeg zich kranig uit de slag als Berta en William Corro leverde prima werk als Fiorello en Ufficiale. Een goede beurt ook van het koor van het Teatro Ventidio Basso en het Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI geleid door Yves Abel die de opvoering tempo, lichtheid en vaart gaf en de melodische rijkdom liet openbloeien.

Aya Wakizono en Maxim Mironov zijn twee van de talrijke zangers die de afgelopen jaren deelnamen aan de Accademia Rossiniana “Alberto Zedda” en zich ieder festival aan het publiek mogen presenteren in twee uitvoeringen van “Il viaggio a Reims” met zijn vele zangpartijen. Ook dit jaar werd de eenvoudige maar effectieve enscenering van Emilio Sagi hernomen begeleid door de Filarmonica Gioachino Rossini dit keer gedirigeerd door Hugo Carrio. Het was opnieuw een mooie ervaring waarin zich dit keer vooral de warme stemmen en het interpretatietalent van Carles Pachon (Lord Sidney), Petr Sokolov (Don Profondo) en Igor Onishchenko (Barone Trombook) en de présence van Maria Barakova (Marchesa Melibea) deden opmerken.

Bronzen tonen

Van de verschillende concerten en recitals kon ik er twee bijwonen. De Amerikaanse sopraan Lisette Oropresa, begeleid door de Filarmonic Gioachino Rossini gedirigeerd door Christopher Franklin bood een recital met aria’s van Mozart, Verdi, Meyerbeer, Bizet, Saint-Saêns, Gounod en Rossini aan en illustreerde haar stembeheersing, zangkunst, interpretatievermogen en voortreffelijke tekstprojectie in de verschillende repertoires. Ze is een gevoelige zangeres die weet te interpreteren, geen extra vocale effecten nastreeft maar de stem inzet om tekst en muziek tot leven te brengen en dat doet met heel veel stijl. Het publiek reageerde geestdriftig. Haar debuut in Pesaro mag zeker een succes genoemd worden!

De Siciliaanse bariton Nicola Alaimo is al sinds 2010 een geregelde en geliefde gast in Pesaro. Dit keer presenteerde hij enkele “Grandi scene Rossiniani” begeleid door het koor van het Teatro Della Fortuna M. Agostini en het Orchestra Sinfonica G. Rossini onder leiding van de jonge dirigent Michele Spotti. Die werd vorig jaar nog tweede laureaat van de dirigentenwedstrijd georganiseerd door de Opéra Royal de Wallonie. In 2017 dirigeerde hij ook de uitvoeringen van “Il viaggio a Reims” in Pesaro. Ieder groot Rossini-toneel dat Alaimo vertolkte werd ingeleid door de acteur Remo Girone die dit met de nodige humor deed. Alaimo presenteerde fragmenten uit “Torvaldo e Dorliska”, een opera die hij nog vorig jaar in Pesaro vertolkte en dan, enigszins verwonderlijk, uit “Maometto II”, “Il Viaggio a Reims” en “Semiramide” die eigenlijk voor bas bedoeld zijn. Hoe dan ook, hij vertolkte alle fragmenten met bronzen tonen en prima interpretatievermogen, goed begeleid en ondersteund door koor en orkest. Natuurlijk moesten er bis-nummers komen en die kwamen dan weer uit Alaimo’s vertrouwde repertoire: “Guillaume Tell”  en “La cenerentola”, het eerste fragment vol emotie en dramatiek vertolkt, het tweede met heerlijk komisch talent en knipoogjes naar het publiek. Dat jubelde.

Voor volgend jaar kondigt Pesaro producties aan van “Semiramide”, “L’equivoco stravagante” en “Demetrio e Polibio” tussen 8 en 20 augustus 2019.


  • WIE: Teatro Ventidio Basso, Orchestra Sinfonica Nazionale della RAI, Yves Abel, Filarmonica Gioachino Rossini, Hugo Carrio, Christopher Franklin
  • WAT: Rossini Opera Festival
  • WAAR & WANNEER: Pesaro 11, 12, 13, 14, 15, 16 augustus 2018