Ieder seizoen presenteert de opera van Lyon, “le deuxième théâtre lyrique de France” (sinds 2003 onder de artistieke directie van de Vlaming Serge Dorny) een mini-festival rond een bepaald thema. Dit jaar was het “Vies et destins” en stond het leven en lot van drie vrouwenfiguren centraal, mythische zoals Dido en Penelope en Nastassia, de “tovenares” de titelheldin van de tragedie van Vassiljevitsj Sjpazjinski.

Voor Penelope greep de Opera Van Lyon terug naar “Il ritorno di Ulisse in patria” van Monteverdi  in de bekende versie gerealiseerd door William Kentridge en zijn Handspring Puppet Company, in 1998 voor het eerst gepresenteerd in de Munt. Dido kwam tot leven in “Dido and Aeneas” een opera in drie bedrijven met een proloog uit 1689 van Henry Purcell, hier bewerkt en aangevuld met “Remember me” van de Finse componist-gitarist Kalle Kalima.  Nastassia, de tovenares, is de centrale figuur in “Tsjarodejka” de (weinig bekende) opera van Tsjaikovski, door de Vlaamse Opera  in België geïntroduceerd in 2011 en nu door de opera van Lyon voor het eerst in Frankrijk opgevoerd.

“Tsjarodeijka” gecreëerd in het Mariinski Theater in Sint Petersburg in 1887 en te situeren tussen “Mazeppa” (1884) en “Pique Dame” (1890) kan omschreven worden als een kruising van “grand opéra” in Russische stijl en een hartverscheurend persoonlijk drama. Private en politieke dimensies van het maatschappelijke leven zijn er onlosmakelijk met elkaar verbonden. Vorst Nikita laat de staatszaken meer en meer over aan zijn corrupte minister Mamyrov die het gemunt heeft op de herberg van Nastassia, een vrij gevochten jonge vrouw, waar een anti-conformistisch gezelschap bijeenkomt. Mamyrov brengt de vorst en de “tovenares” samen wat de ongerustheid van Nikita’s vrouw en zoon Youri opwekt. Youri die de situatie wil onderzoeken wordt verliefd op Nastassia en dus de rivaal van zijn vader. Nikita’s vrouw vergiftigt Nastassia en de vorst doodt zijn zoon.

Om deze indrukwekkende opera in vier bedrijven met een uitgebreide bezetting, koren en talrijke toneelwisselingen, die in een rijke muzikale taal handelt over nationale en universele thema’s, te ensceneren heeft de Opera van Lyon beroep gedaan op Andriy Zholdak, een veelzijdige kunstenaar uit Kiev die nu in Berlijn woont en enkele seizoenen geleden in de Vlaamse Opera “Der König Kandaules” van Zemlinsky ensceneerde en…volledig naar zijn hand zette.

Ook in Lyon heeft Zholdak de opera volledig ondergeschikt gemaakt aan zijn visie in een overdaad van beelden en referenties, voortdurend bewegende decors, wisselende kostuums en extra figuranten zodat je niet weet waar eerst te kijken en wat of hoe te interpreteren. Het koor, nochtans een belangrijk element in de opera, staat nooit op het toneel maar klinkt vanuit de coulissen of de orkestbak. Je ziet hoe Nastassia voortdurend andere jurken aantrekt, zonder te begrijpen waarom, hoe de jonge prins Youri nu eens als een overjarige tiener wordt voorgesteld dan als sportieve jonge man. Je vraagt je af waarom dat enorme kruisbeeld opeens op de grond komt te liggen en tenslotte waarom de dramatische finale door een visuele gag moet begeleid en verstoord worden.

Wat niet gebeurt op het toneel, gebeurt gelukkig wel in de orkestbak waar Daniele Rustioni het werk respecteert en het prima orkest van de Opera van Lyon inspireert tot een mooi vloeiende en dramatisch sterke interpretatie van Tsjaikovski’s partituur. Ogen dicht, oren open was meer dan eens de beste optie om ten volle te genieten van het muzikale drama, de rijkdom van de orkestratie en de warme kleuren en fijne details.

Hoe de zangers hun rol invulden en/of hun personage gestalte gaven, werd grotendeels bepaald door de visie van de regisseur die niet altijd duidelijk of overtuigend was. Mamyrov, door de enscenering als dé centrale figuur en motor van alle intriges voorgesteld, werd uitstekend vertolkt door Piotr Micinski. Elena Guseva gaf de “tovenares” jeugd, persoonlijkheid en een ruime, expressieve sopraan. Ksenia Vyaznikova  overtuigde als de getormenteerde echtgenote met dramatische accenten van haar soms wat moeizame mezzo-sopraan.

Evez Abdulla was de zelfverzekerde vorst met kruimige bariton en Migran Agadzhanyan vertolkte de hartstochten van Youri met een heldere, krachtige tenor. Deze protagonisten werden omringd, in de kleinere partijen, door een overtuigend ensemble dat zijn plaats vond in Zholdaks wereld, welke figuur ze ook moesten leven geven, wat voor mij , niet altijd duidelijk of vanzelfsprekend  was. De onzichtbare koren zongen mooi.

Werd de partituur van de Tsjaikovski-opera ten minste gerespecteerd, dan was dat niet het geval voor “Didon et Enée, remembered”. Blijkbaar vond de regisseur, de Hongaar David Marton (van wie de Munt de enscenering van “Capriccio” (R.Strauss) presenteerde) dat de opera van Purcell die ongeveer 50 minuten duurt, te kort was. Dus werd die aangevuld met teksten van Vergilius, “interludes” van Erika Stucky en “Remember me” een compositie van de Fin Kalle Kalima, wat de speelduur op ongeveer twee uur bracht. En in die twee uur gebeurt er heel veel dat min of meer met het verhaal van Dido en Aeneas in verband kan gebracht worden en waarin de oorspronkelijke partituur van Purcell bijna roemloos verdrinkt. In de bekende, aangrijpende slotaria van Dido vraagt ze “remember me” , beslist geen vergeefse smeekbede in deze versie waarin Dido’s emoties verwerkt worden in een dikwijls onoverzichtelijk geheel waarin moeilijk een weg te vinden is tussen archeologische opgravingen, antieke goden en onverwachte, schreeuwerige tussenkomsten van Erika Stucky (de heks?),ondefinieerbare geluiden, teksten van Virgilius en (ja toch!) fragmenten van Purcells partituur. Die werd met liefde verdedigd door Pierre Bleuse met het orkest en koor van de Opera van Lyon en hield stand naast de variaties en toevoegingen bedacht en live uitgevoerd door Kalle Kalima. Dit alles tegen een wisselende achtergrond samengesteld uit de decors van Christian Friedländer, kostuums van Pola Kardum, lichteffecten van Henning Streck en videobeelden van Adrien Lamande. Respekt voor Alix Le Saux (Dido), Guillaume Andrieux (Aeneas) en Claron McFadden die er in slagen in dit verwarrende geheel stand te houden en in het geval van Alix Le Saux, ook emoties op te wekken. Maar als geheel is deze adaptatie (een bestelling van en coproductie met Opera Vlaanderen!) weinig geslaagd of toegankelijk.


  • WAT: Festival Vies et Destins
  • WAAR: l’Opéra de Lyon
  • WANNEER: 15 maart tot 3 april 2019
  • FOTO’S : © Stofleth, © Blandine Soulage, © IKHEO