Is het omdat ik het opgelegde werk intussen 8 keer hoorde dat ik het nu toch niet meer zo enthousiast kan beluisteren als de dag dat ik het voor het eerst hoorde? Vallen de clichés meer op, namelijk deze die in elk virtuoos stuk weerkomen: onmogelijk snelle toonladders, dubbelgrepen, octaafsprongen enzomeer? Is het omdat het toch redelijk lang is – 20 minuten is niet niks – en luidruchtig? Hoe dan ook, nog vier keer intens naar dit werk luisteren, de plicht roept.

Júlia Pusker (Hongarije, geb. 7.9.1991)

Nogal snel voel je dat het niet helemaal zal zijn zoals het hoort. De Hongaarse violiste speelt nogal aanvallend met veel krakende inzetten van de strijkstok waardoor ze ook niet altijd toonvast is en uitschuivertjes maakt. Er is ook te weinig muziek. In de flageoletten, dé adders onder het gras in dit werk, is niet alles even zuiver en zijn haar bogen te kort. Het orkest kan me ook niet overtuigen, als dat ook zo overkomt bij deze kandidate, stelt zich echt een probleem.

Bij het begin van het vioolconcerto van Ludwig Van Beethoven is het orkest niet in zijn beste doen en dat houdt nogal aan. Wat scheelt er? Vermoeidheid? Dat laatste is niet onmogelijk. Er wordt van de orkestleden, elke wedstrijd weer, van hen geëist dat ze dubbel presteren tijdens de daguren met de repetities en nog eens tijdens de finale-avonden. Beethovens vioolconcerto is naar mijn smaak een van de allermooiste vioolwerken die ooit gecomponeerd zijn. Dit werk is het verhaal van verliefdheid, maar we horen hier eerder iemand afgewezen worden. Er zijn te veel onzuiverheden in het spel van deze laureate, de zang en zeker de brede zo typische Beethoveniaanse brede bindende bogen zijn echt te beperkt en bij wijlen bijna ruw al weet ze soms ook heel fraaie beelden te schilderen. Wat is er aan de hand? Zenuwen? Zoiets want ze staat ook niet spontaan, veeleer gespannen op het podium. En op het einde lees je het van haar gezicht: “Sorry mensen, ik ben de mist in gegaan”. Ach, het kan gebeuren op een wedstrijd. Dat kan ontgoochelend zijn, maar niet getreurd, er komen betere kansen op tal van podia waar er geen wedstrijdstress heerst.

Foto: © Kurt Chan


Yukiko Uno (Japan, geb. 11.11.1995)

Dat de persoonlijkheden zich aftekenen in zoiets al het opgelegd werk, is duidelijk.  Niet één uitvoering kent dezelfde interpretatie. Hoe de jury beoordeelt, is een open vraag, maar ik zou deze Japanse violiste toch al zeker bij de eerste zes plaatsen. Nog vier kandidaten te gaan, dus nog zeker geen gedoe van deze daar en die ginder. Wel speelt ze zonder enige fanatieke virtuositeit en legt ze meer nadruk op de mooie klank van een viool al laat haar instrument in de diepe snaar aan draagkracht te wensen over. Ondanks dat euvel genoot ik tot nu toe het meeste van dit werk met haar vertolking.

Het vioolconcerto van Brahms krijgt van haar een gelijkaardige aandacht met veel frasering, bogen die zangerig en fijn op- en afbouwen in mooi afgewogen crescendo’s en decrescendo’s. Ook hier krijgen de talloze virtuoze grepen een muzikale onderbouw en bindt ze het geheel aan elkaar.  Ondanks ook deze kandidate steken laat vallen en een paar keer niet de juist toonprecisie haalt, kwam ze over als iemand die niet wedijvert, maar een vioolconcert komt spelen. Dat deed ze dan ook, concerteren en je zag haar genieten.

Foto: © Bruno Vessiez