Vrijdag 2 juni: Bruno Philippe (°1993 – Frankrijk) en Santiago Cañón‐Valencia (°1995 – Colombia). Gemengde gevoelens, daarmee kan men de vijfde avond van de finale van de eerste KEW cello het best omschrijven. De verwachtingen waren vooral hoog voor Santiago Cañón‐Valencia, die als zogenaamd vreemde eend in de bijt de populaire media haalde. De hamvraag was vooral of iemand met zulk lang haar en zoveel ringen wel überhaupt er in slaagt deftig te spelen. Een overbodige vraag voor een finalist, me dunkt. Laat ons overgaan tot de prestaties van beide heren.

Bruno Philippe is weer zo één van die finalisten waarmee het alle richtingen op kan. Hij deed een beetje denken aan een eerdere Franse finalist, Yan Levionnois. Hij keek en draaide op dezelfde manier naar het orkest en voelde zich goed op zijn gemak. En ja, zo klonk het opgelegde stuk Sublimation dan ook. Niks boeddhistische invloed terug te vinden: de jongen speelde gewoon muziek. Hij speelde ze niet slecht. Maar ik hoorde in de cello niks “zang van de monnik op de natuurklanken van het orkest“, zoals componist Toshio Hosakawa het beschrijft. Philippe snapte de muziek niet.

Maar toch, hij zette een wel heel speciale interpretatie van het  Concerto n. 2 in b op. 104 B 191 van Antonín Dvořák neer. Daar waar Levionnois een slordige dromer was, ontpopte er zich hier een hopeloze romanticus, maar dan eentje van het soort dat mensen raakt. Ja, de klanken raakten desondanks de kleine slordigheden. De jury nam flink nota, maar knikte ook lustig mee met de muziek. Ze waren even de kluts kwijt. Dit is bijzonder moeilijk. Ook het publiek ging erin op. Het vermoeden is dat zijn romantische insteek hem geen windeieren zal opleveren. The Frenchman, you know.

De Colombiaan Santiago Cañón‐Valencia is in zijn land een soort van popster. Op het wedstrijdpodium was daarvan weinig van te merken. Hij maakte zijn opwachting zeer erudiet, en werd gekenmerkt door bescheidenheid. Misschien heeft hij zijn populair gehalte wat willen terugschroeven in het kader van deze prestigieuze wedstrijd. Zijn versie van Sublimation was nochtans overtuigend goed. Hij speelde de muziek zoals ze was bedoeld. Hij kon de spirituele inslag volledig vatten. Het was prachtig, maar Yuya Okamoto evenaren lukte vrijwel niet. Oké, zijn strijkstok viel even na een ongelukkige beweging van dirigent Stéphane Denève. Laat ons hier verder geen aandacht aan besteden. Het was tijdens een interval, en hij recupereerde de stok ruim op tijd.

Wat zijn interpretatie van het Concerto n. 1 in Es op. 107 van Dmitri Shostakovich betreft, gebeurde er iets merkwaardigs. Hij begon sterk, met het nodige charisma. Maar toen kwam het moment waarop hij zijn populaire imago bewust naar de achtergrond schoof. Je kan hem geen ongelijk geven, zeker niet in het kader van de KEW zoals eerder vermeld. Maar of hij daar goed aan deed, valt te betwijfelen. Het werd correct, gewoontjes en zelfs een beetje oppervlakkig, en daarmee win je deze wedstrijd nu eenmaal niet.

Herbekijken? Klik hier.

Voorlopige pronostiek 

Yuya Okamoto: eerste plaats

Brannon Cho: tweede plaats

Aurélien Pascal: derde plaats

Maciej Kułakowski: vierde plaats

Bruno Philippe: vijfde plaats

JeongHyoun (Christine) Lee of  Santiago Cañón‐Valencia: zesde plaats (publieksprijs?)

Seungmin Kang: laatste helft

Sihao He: laatste helft

Yan Levionnois: laatste helft

*opgelet: deze pronostiek houdt geen rekening met de kandidaten van vanavond, aangezien hun finaleprestatie nog niet gekend is.


  • WAT: KEW voor cello, finaledag  5
  • WIE: Bruno Philippe en Santiago Cañón‐Valencia
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: vrijdag 2 juni 2017
  • FOTO’S: © Canvas