Donderdag 1 juni: JeongHyoun (Christine) Lee (°1991 – Zuid-Korea) en Yuya Okamoto (°1994 – Japan). De tweede helft van de finale werd ingezet met het letterlijk breken van een spanningsveld. Christine Lee brak bij aanvang van haar uitvoering van het opgelegde Sublimation twee snaren. Dapper lachend ging ze achter de coulissen om ze te vervangen en herbegon.

Christine Lee is iemand die zich door zulke feiten niet laat afschrikken. Ze is ook geen onbekende voor uw reporter ter plaatse. De eerlijkheid doet me bekennen twee concerten van haar te hebben ingeleid. Die eerste dag was er echter een groter concert in de buurt, waardoor ze voor een zeer select publiek diende te spelen. Ze gaf zich alsof ze voor een volle arena speelde. De mensen toen aanwezig wisten het: zij komt echt wel in de finale. En zo gebeurde het ook. Haar opgewektheid kent geen grenzen. Ze speelde een vrij eigenzinnige versie van Sublimation. De jury zat werkelijk op het puntje van de stoel. Het ijs van de overdreven ernst bleek te zijn gebroken, want ze bekeken mekaar geregeld met grote glimlach en er werd een voorzichtig woordje gewisseld. Toch bleven ze de partituur aandachtig bekijken, samen met de intrigerende verschijning op het podium.

Tijdens haar versie van het Concerto in a op. 129 van Robert Schumann speelde Lee helemaal hoe ze was. Ze heeft iets fijnzinnig, dat eigenzinnig tegelijk is. Je bent er voor of je bent er tegen. Door de gebeurtenis met de snaren werd haar zuivere, onbezorgde Sitz im Leben duidelijk, en zo speelde ze ook: complexloos en gevoelig. Publiek, dirigent en jury waren duidelijk gecharmeerd door deze Aziatische met Pipi Langkous-allures. Ze kreeg een staande ovatie en een elegante handkus. Hoe het in de rangschikking zal uitpakken, blijft een raadsel.

Na de pauze bleek de Sublimation compleet, want alle vorige kandidaten werden van de kaart geveegd door de Japanse kandidaat Yuya Okamoto. Hij speelde de compositie niet enkel correct, hij wist de correcte spanningsboog te vinden. Het werk klonk en was Zen, met  typisch Japanse klanken, aards en boeddhistisch. Muzikaal was het hierdoor perfect. De zenmeester speelde.

Waar de avond ervoor een Koreaanse storm door de Henri Le Boeufzaal trok, kregen we nu hetzelfde werk – het Concerto n. 2 in b op. 104 B 191 van Antonín Dvořák – in Japanse stijl. Evenwicht, beheersing, ontroering. En muzikaal perfect. De stijl van de jongen is ook zo ongecompliceerd. Genietend van de muziek, niet overdrijvend. Evenwicht leidde naar perfectie. Eigenlijk zijn er weinig woorden aan vuil te maken. Laat ons de zuiverheid er niet door bezoedelen en Okamoto gewoon bovenaan onze pronostiek plaatsen.

Herbekijken? Klik hier.

Voorlopige pronostiek

Yuya Okamoto: eerste plaats

Brannon Cho: top drie

Maciej Kułakowski: tussen vier en zes

Aurélien Pascal: tussen vier en zes

JeongHyoun (Christine) Lee: vijfde (publieksprijs?)

Seungmin Kang: laatste helft

Sihao He: laatste helft

Yan Levionnois: laatste helft


  • WAT: KEW voor cello, finaledag  4
  • WIE: JeongHyoun (Christine) Lee en Yuya Okamoto
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: donderdag 1 juni 2017
  • FOTO’S: © Canvas