Tussen 10 september en 9 oktober kon Gent opnieuw het Festival van Vlaanderen ontvangen dat dit jaar reeds aan zijn 60ste editie toe was. Maar omdat de toekomst even of zelfs meer belangrijk is dan het verleden koos artistiek directeur Veerle Simoens als slogan Flash Forward en was er veel aandacht voor jong talent om naast gevestigde namen op te treden of samen te musiceren. Zo bracht het FvV ook voor het eerst de European Chamber Music Academy (ECMA) naar Gent die een doorgedreven opleiding aan kamermuziekensembles geeft in de schoot van toonaangevende Europese festivals, universiteiten en conservatoria.

Vijf dagen lang werkten  musici uit de kamermuziekwereld met enkele jonge ensembles  en het publiek kon vrij de masterclasses bijwonen. De deelnemende ensembles waren tenslotte in een concert met kamermuziek van Haydn, Mozart, Beethoven, Mendelssohn en Dohnanyi te horen en musiceerden ook in het kader van Odegand.

Dit populaire stadsfestival lokte opnieuw vele muziekliefhebbers naar de Arteveldestad voor meer dan 50 concerten  met klassieke en wereldmuziek en een afsluitend spektakel op de historische Gras- en Korenlei begeleid met een spetterend vuurwerk. Daarna opende het orkest van het Mariinsky Theater van Sint-Petersburg onder leiding van Valery Gergiev de reeks concerten in de indrukwekkende Sint-Baafskathedraal. Na een uitvoering van Zavod een korte compositie van Aleksander Mosolov , begeleidde Gergiev met zijn orkest Pavel Miliyukov die een temperamentvolle en virtuoze uitvoering van Prokofievs Vioolconcerto nr. 1 liet horen. De musici van het Mariinsky orkest volgden hun chef dan in een boeiende uitvoering van de dikwijls beklemmende  Vierde Symfonie van Sjostakovitsj waarvan de aparte klank zich een weg zocht onder de hoge gewelven van de kathedraal. Hoe de harp van Anneleen Lenaerts,  de Vlaamse harpiste van de Wiener Philharmoniker in de kathedraal geklonken heeft, kan ik niet vertellen want ik moest dit concert, jammer genoeg, missen evenals het optreden van het Chineke! Orchestra, dat aparte ensemble opgericht door de Britse muzikante Chi-Chi Nwanoku dat “meer kleur op het podium wil brengen” en een orkest van de minderheden is met musici met een donkere huidskleur die ergens anders niet aan bod komen.

Het podium van de Gentse opera verwelkomde  de bekende Tsjechische mezzo-sopraan Magdalena Kozena in een programma getiteld “The flamenco connection” waarin ze voor de eerste keer “haar grote liefde, de Spaanse barokmuziek combineerde met flamencomuziek”. Dit gebeurde met de medewerking van het ensemble Private Musicke o.l.v. Pierre Pitzl die Magdalena Kozena in haar vertolkingen van de barokmuziek begeleidde en de Compania de Flamenco met de flamboyante danser Antonio El Pipa. Eerlijk gezegd vond ik het geen geslaagde combinatie. Magdalena Kozena zong vrij keurig enkele  Spaanse barokcomposities die niet echt aansloegen. Antonio El Pipa schreed over het podium als een fiere pauw in steeds wisselende kostuums en stampte temperamentvol op de overdekte orkestbak terwijl drie bescheiden zangeressen en twee gitaarspelers  de achtergrondmuziek leverden. Uiteindelijk waagde ook Magdalena Kozena in een (weinig flatterende) groene jurk, een bloem in het haar, zich aan enkele flamenconummers al of niet samen met Antonio El Pipa. Niet echt boeiend, zelfs eerder amateuristisch. Maar het publiek  scheen het te smaken.

Ter ere van zijn zeventigste verjaardag kreeg de Gentse dirigent Philippe Herreweghe in de Sint-Jacobskerk een concert aangeboden door  Collegium Vocale Gent, het internationaal gevierde koor dat hij in 1970 oprichtte. Dit keer dirigeerde hij het ensemble niet zelf maar luisterde hij met het publiek naar een uitvoering van het Concerto for Choir van Alfred Schnittke, een compositie geïnspireerd door vocale religieuze muziek uit de Russisch-Orthodoxe eredienst op mystieke poëzie van de 10de eeuwse monnik Gregorius van Narek (Grigor Narekatsi). Onder leiding van Kaspars Putnins , dirigent van het Lets radiokoor, brachten  32 zangers van Collegium Vocale Gent in de stemmig verlichte kerk een indringende, intense  uitvoering  van dit twintigste eeuwse Koorconcerto. Vooraf werd Philippe Herreweghe geïnterviewd en gelauwerd. Na afloop kon nagepraat en geklonken worden met een glaasje.

De concertzaal van het Muziekcentrum De Bijloke (die dit seizoen zijn tiende verjaardag viert) verwelkomde het London Chamber Orchestra en zijn dirigent Vladimir Ashkenazy . Op het programma Beethoven en Sjostakovitsj.  Bescheiden wringt Ashkenazy zijn kleine gestalte door het ensemble van de musici die alert reageren van zodra hij voor hen staat. Beethoven vormt de hoofdbrok van het programma dat wordt ingezet met de ouverture  Die Geschöpfe des  Prometheus op. 4, afgerond met zijn Vijfde symfonie. Alerte musici  produceren een vinnige , homogene, slanke  klank en Ashkenazy houdt er het tempo in. Geen bombast, geen Hineininterpretierung maar duidelijke musiceervreugde. Die bleek ook bij de uitvoering van het “Concerto voor piano, trompet en strijkers nr. 1. Op. 35 van Dmitri Sjostakovitsj vol elan virtuoos uitgevoerd door het orkest en twee jonge, begaafde solisten:  de Russische pianist Daniel Kharitonov  en de Franse trompettiste Lucienne Renaudin-Vary, ongelijk van gestalte maar evenredig in talent. En vaderlijk begeleid door Vladimir Ashkenazy en zijn orkest.

Jong en ervaren talent ook in het slotconcert van deze editie van het Festival van Vlaanderen Gent in de Sint-Baafskathedraal. Dat was tegelijkertijd het openingsconcert  van de Gentse universiteit die dag op dag, 200 jaargeleden het allereerste academiejaar opende.  Omdat het Festival jong talent wil samenbrengen met een gevierde ster, “zodat ze opgemerkt worden door het publiek”,  presenteert het  The Generation Project  een ontmoetingsplek voor levende legendes en sterren van morgen, aldus artistiek directeur Veerle Simoens.  De legende dit jaar was bas-bariton José van Dam, de ster van morgen de sopraan Sarah Defrise. Begeleid door het Symfonieorkest Vlaanderen met als dirigent Jan Latham-Koenig brachten ze aria’s en duetten uit opera’s van Mozart, Massenet, Donizetti en Rossini. José van Dam zong nog  liederen van Ravel en een aria uit Elias van Mendelssohn. Het orkest liet zich verder nog horen in de ouverture tot Le nozze di Figaro (Mozart) en fragmenten uit opera’s van Massenet, Mascagni en Bizet. José van Dam is onbetwistbaar internationaal de meest bejubelde Belgische zanger van de laatste decennia, geprezen voor de magistrale beheersing van zijn volle, ronde en homogene stem die hij schijnbaar moeiteloos en met zoveel muzikaliteit de zaal instuurde, zijn duidelijke tekstprojectie en interpretatievermogen. Maar de nu 77-jarige zanger kan uiteraard niet meer op hetzelfde niveau presteren, hoe handig en ervaren hij de zaken ook aanpakt. Sarah Defrise liet zich kennen als een zangeres met pit en présence, beter thuis in het Franse en Italiaanse repertoire dan bij Mozart met een frisse, heldere sopraan die ze , laat ons hopen, behoedzaam zal behandelen. Het Symfonieorkest Vlaanderen speelde degelijk onder de enthousiaste leiding van Jan Latham-Koenig.


  • WAT: Festival van Vlaanderen Gent – Odegand
  • WIE: Lucienne Renaudin-Vary, José van Dam, Sarah Defrise, Symfonieorkest Vlaanderen, Daniel Kharitov, e.a.
  • WAAR: Gent
  • WANNEER: oktober 2017
  • Foto & Affiche: ©FvV