Je kan in Bonn nergens naast het logo kijken, speciaal gemaakt voor dat feestjaar van hem. Origineel is het wel. Overal  staat er in dikke letters: BTHVN. Het is krachtig afgekort en eens iets anders dan altijd de volle naam van de jubilaris te  moeten schrijven of er “zum 250. Geburtstag” te moeten aan toevoegen, of “Jubiläumjahr 2020”. Klassiek Centraal was exclusief te gast in de Beethovenstad. Een verslag.

Bonn is in elk geval in de ban van zijn  grote componist. Zowel in het helemaal vernieuwde geboortehuis van hem in hartje Bonn als in de moderne Kunsthalle langs de Museumsmeile lopen twee tentoonstellingen  die de bezoekers voorbij de mythes en de clichés over Beethoven willen brengen.

Wat vind je in dat geboortehuis?

Heel veel over het dagelijks leven en werken van onze componist, in Bonn en in Wenen. En dat zijn zowel originele manuscripten (voortaan te bezichtigen in een aparte “schatkamer”) als vele  gebruiksvoorwerpen. Denken we maar aan zijn wandelstok (én kompas !). Want Beethoven leefde een ordentelijk leven. Misschien wel té, als we sommige bronnen geloven die in hem een “asperger” zagen, een wat autistische persoonlijkheid.

Zijn dagelijkse “Spaziergang” was vaste routine, sloeg hij niet over. Hij deed er inspiratie op en zette zich bij thuiskomst opnieuw aan ’t schrijven. Er ligt ook een vouwlessenaartje dat hij meenam om onderweg muziek te kunnen schrijven. En dan zijn notitieboekjes, “Konversationshefte”, op basis waarvan we zoveel weten over zijn gesprekspartners in zijn dove jaren. Potdoof, want wat op jongere leeftijd als een gehoorprobleem begon, verergerde alleen maar naarmate hij ouder werd. De “hoorbuizen” die er liggen en die hij gebruikte hielpen op den duur niet meer. Van die boekjes waren er wel 240. Maar de helft ervan verdween omdat er te veel kritiek in stond. Overigens was hij ook erg kritisch voor zichzelf. Dat kan je merken aan de vele verbeteringen, aanpassingen, schrappingen op die originele manuscripten. Voor hem was het pas oké als elke noot oké was.

Er is ook een uitgebreide afdeling over ontstaan en geschiedenis van dat meest bekende Beethovenportret van Joseph Stieler uit 1820, afgebeeld met de partituur van zijn Missa solemnis in de hand. Dat werk bood hij verschillende uitgevers aan en zijn kassa rinkelde verschillende keren. Hij kon er een jaar van leven, zei onze gids. Maar het werk, bedoeld  voor de aanstelling van zijn opdrachtgever tot aartsbisschop, was wel niet tijdig klaar!

Je kan er ook zijn laatste hammerklavier bewonderen dat zijn vriend de Weense pianobouwer Conrad Graf hem in 1824  leende, maar hij mocht er tot het einde van zijn dagen op spelen. Van het Italiaanse woord “piano forte” huiverde Beethoven en met Graf experimenteerde hij om een “Hammerflügel” te maken naar zijn eigen klankideaal. Een compromisloze man was hij.

Beethoven in de Bundeskunsthalle

Maar de hoofdbrok van het Beethoven jaar in Bonn moet je elders zoeken. In de Bundeskunsthalle. Vlakbij het Beethovenhuis is er een halte van de tram en U-Bahn nr. 66. Als je die richting Bad Godesberg neemt, ben je tien minuten later aan halte “Museumsmeile”. Daar ligt ook de Kunsthalle. Onder de titel “Beethoven. Welt. Bürger. Musik” kan je daar een indrukwekkend parcours volgen langs zijn vele levensstadia. En dat alles geplaatst in de historische context van het toenmalige Oostenrijk. Werkelijk een must:  meer over Beethoven, de mens én de componist,  zal je zelden nog meemaken. Drie grote afdelingen zijn er. “Welt” gaat over de snelle maatschappelijke verandering, van verlicht absolutisme naar de nieuwe burgerlijke samenleving. Hoe Beethoven zich daar in positioneerde krijgen we te zien we in het hoofdstuk “Bürger”. En het laatste deel “Musik” gaat het over de componist en zijn oeuvre.

Het eerste wat er ligt is natuurlijk de akte van zijn doopsel, uit het archief van de Remigius parochie in Bonn: 17 december 1770. Dat staat vast. Maar zijn eigenlijke geboortedatum daarentegen kennen we niet. Zijn vader is, net als zijn grootvader,  verbonden aan de hofkapel van de Keulse keurvorst en ook zoon Beethoven krijgt al vlug een benoeming. Op een klein schilderij vind je een leuke illustratie van wat zo’n hofkapel allemaal moest doen: spelen op het gemaskerd bal in het Bonnse Hoftheater.

Leuk om weten: in 1789 (!) staat hij ingeschreven aan de universiteit in Bonn. Vertrekt dan met de reputatie van virtuoos pianist én improvisator naar Wenen en komt nooit meer terug. Daar aangekomen, verhuist hij ontelbare keren. De plekken kan je zien op oude Weense stadskaarten. Telkens was er iets niet goed: té luidruchtig, té klein, té donker… . Je ziet er ook de portretten van zijn weldoeners en “ansichten” van hun paleizen. Ook rare dingen liggen er: zo liet hij bij leven al een dodenmasker maken. Dat moet een marteling geweest zijn: tijdens het maken kon je maar via twee dunne strootjes door je neus ademen. En ook rare instrumenten: natuurhoorns van toen, met wel 15 verwisselbare tussenstukken, naargelang de toon zie ze moesten produceren.

“Ich bin beynahe immer krank”

Onder de hoofding ‘Patient Beethoven” zijn er ook macabere  dingen te zien waarmee dokters of kwakzalvers Beethovens vele ziekteklachten probeerden te behandelen. Er hangt een lijst van de 11 artsen die hij raadpleegde. Van die luister- of hoorbuizen die hem gegeven werden besluiten hedendaagse wetenschappers dat ze zijn oor alleen maar verder konden kwetsen.

Op vele plaatsen zijn er luister-eilanden geïnstalleerd. Met zachte rustbanken waarop je kan verwijlen om via koptelefoon  een Beethoven-partituur te beluisteren die past bij het verhaal dat in die zaal verteld wordt.

Veel aandacht ook voor een totaal a-typische maar zeer rendabel Beethovenwerk: Die Wellington Siege oder die Schlacht bei Vittoria”, geschreven naar aanleiding van de Britse overwinning op de Franse troepen in Spanje met fragmenten verwerkt van het “God save the King”, “Rule, Brittania” en Franse marsliederen. Het was financieel zijn succesrijkste werk. Maakwerk, maar geen Kunstwerk! Op die zaalmuur  staat dan ook terecht een uitspraak van hem geschreven: ik onderhandel niet meer over mijn prijs… “Ich fordere und man zahlt”. Een bijwijlen toch zeer zelfzekere Beethoven.

Revolutionair of ook opportunist?

En ook een “pietje-precies” ? Hij was verslaafd aan koffie, met dat kleine autistisch trekje: per tas 60 gemalen koffiebonen. Percolator en schaaltje met die gemalen bonen staan er. Maar er is meer te zien dan “miscellanea”. Op een podium, een prachtige replica van zijn ‘Hammerklavier’. Een werkstuk uit de werkhuizen van onze eigenste Chris Maene. Met een beetje geluk speelt iemand er zijn monumentale sonate opus 106 op als je er bent.

Portretten, tekeningen, gravures, bustes van de grootmeester staan of hangen er genoeg. Merkwaardig toch altijd die “Beethoven beim Spaziergang”, op rugzijde, met hoed op, al of niet met wandelstok in de lucht. Het zijn tekeningen waarin je hem zo hoort nadenken over de ingeving die hem zojuist te binnen viel. En natuurlijk het portret uit 1820 van Joseph Stieler dat ze in het Beethovenhuis hun “Mona Lisa” noemen: Beethoven met zijn Missa solemnis handschrift. Het siert ook de kaft van Jan Caeyers’ Beethovenbiografie.

In de laatste zaal is er voor de gelegenheid nog een echt pronkstuk gemaakt. Een zaalvullende replica van de Beethoven-fries van Gustav Klimt uit het Secession gebouw in Wenen. Met dezelfde afmetingen  als het oorspronkelijke. Het moest voor Klimt de picturale uitbeelding worden van de boodschap uit Beethovens 9de symfonie. Klimt begon zijn fries met de “Sehnsucht nach Gluck”. Beethoven voltooide zijn 9de door ons met zijn koor mee te slepen naar hemelse vreugde, “An die Freude”. De eerste symfonie met een koor, dat was tot dan ongehoord. Maar Beethoven was nu eenmaal bijzonder. Net zoals de tentoonstelling in de Kunsthalle.


  • WAT: Beethoven 2020
  • WAAR: Beethoven-Haus en  tentoonstelling Beethoven – Welt.Bürger.Musik, Bundeskunsthalle, Bonn (Duitsland)
  • WANNEER: tentoonstelling Beethoven – Welt.Bürger.Musik tot 26 april 2020, Beethovenhaus alle dagen geopend
  • FOTO’S: © Roger Creyf, © Beethoven-Haus, © LVM/Klassiek Centraal