Zo kan je het noemen, die twee concerten in de reeks van het Festival 20/21! Het ene kreeg als titel: Die schöne Müllerin. Het andere Eine schöne Müllerin. Het waren twee werelden apart. De overbekende liedcyclus van Schubert en diezelfde liedcyclus ‘anders’ door hedendaags componist Daan Janssens.  

Die Schöne Müllerin

Op weg naar het eerste concert in het Leuvense Maria Theresia College, de grote aula van de universiteit, stap ik nog vlug binnen in De Vetten Os voor een koffie. Een volks café vlak bij het vroegere Leuvense slachthuis. Een nogal beschonken stamgast zingt er een schlager. Geen nood, ik ga tenslotte ook luisteren naar een schlager, maar dan eentje van Schubert. Ook twee werelden van verschil, net zoals de twee concerten blijken te zijn: volkse romantiek versus hedendaagse rationaliteit.

Op scène in de aula staat dit keer geen Steinway. Evident niet, want het is tenslotte Jos Van Immerseel die bariton Thomas Bauer zal begeleiden. Het is een replica naar een pianoforte van de 19de-eeuwse, Weense pianobouwer Conrad Graf. En vanaf de eerste noot besef je: wat een klank, wat een instrument, wat een pianist. En een zanger die bijwijlen met innig zacht aangeblazen stem zingt, maar als het moet ook heel helder en krachtig uithaalt.

Elk lied, elke strofe wordt geprojecteerd en is mooi in het Duits te volgen. Moest meer gebeuren. En ook al ken je de tekst, toch sta je nog verbaasd over die poëzie. Die is van een eenvoud, gevonden op de diepe levensbodem. Een eenvoud die je natuurlijk ook terugvindt in de soms uiterst sobere pianopartituur. En dat alles getoonzet op het even simpele verhaal van een beekje dat een verliefde jongeman naar die schöne Müllerin leidt, én – afgewezen – naar de dood. Toch geeft hij zich helemaal: “Ich gebe mich drein”, hij waagt het erop, maar “das Wild das ich jagte ist der Tod“. Het is een genot (hoe kan je dat woord gebruiken bij dit tragische lied …) om te luisteren naar de bijna leegte van de pianopartituur. Minimalistisch, maar maximalistisch qua klankrijkdom, en zeker op dit instrument herbouwd door Christopher Clarke en door Van Immerseel meegebracht uit eigen stal.

Beide uitvoerders hebben een prachtig instrument: de pianist zijn pianoforte, de zanger zijn fluwelen stem. We kennen de liedcyclus uit honderden opnames met roemruchte vertolkers, maar wat je hier in die combinatie hoorde, was wonderlijk mooi. Met een dankbaar en verrukt publiek, dat de laatste tonen op “…und der Himmel da oben, wie ist er so weit” in een lange stilte liet uitdeinen, vooraleer vol enthousiasme in een geweldig applaus los te barsten. De hemel was toch even weer dichterbij.

Eine Schöne Müllerin

En twee dagen later, weer Schubert, maar nu in een wereldpremière. Een idee geboren bij een koffie: professor en artistiek leider van het festival 20/21, Pieter Bergé, vraagt oud-leerling en componist Daan Janssens of hij bereid is om 21ste-eeuws te reflecteren over Schuberts 19de-eeuwse Schöne Müllerin. Het duurt even vooraleer hij ja zegt, maar hij doet het. Er is tenslotte nog drie jaar te gaan voor de première. Vanavond titelt dit opdrachtwerk: “Eine schöne Müllerin”. Een andere dus, maar naar analogie met die eerste. En het is zelfs een dubbelcyclus geworden. Naast de bewerking van de Schubertliederen creëerde de componist een paar complementaire liederen. En zocht voor de teksten naar een even getormenteerde ziel – maar nu een hedendaagse – als de jongeman uit het gedicht van Wilhelm Müller. Hij vond die bij de Portugese dichter Fernando Pessoa. Eén van de zinnen uit dat werk dat Daan Janssens voor zo’n nieuw lied gebruikt, verwoordt trefzeker dezelfde tragiek: “… het noodlot alleen maar te willen wat ik zeker niet kan krijgen …”. Ook deze teksten zingt bariton Thomas Bauer in het Duits om de eenheid van het geheel niet te breken. Janssens heeft voor het Spectra Ensemble de begeleiding bij de Schubert-liederen georkestreerd en bij de Pessoa-teksten geïnstrumenteerd. Want dat is eigenlijk zijn sterkte. In zijn liederen, én vooral in de paar fragmenten tussendoor, verklankt hij in een herkenbaar idioom waarbij hij instrumenten in hun oneigenlijke klankwaarde gebruikt. En in allebei die mogelijkheden behaalt hij met glans de intimiteit zo aanwezig in het eerste concert. Bij de opening klinkt de muziek nog donkerder dan bij Schubert, ook al wordt de grote trom gebruikt. Maar de paukenist roffelt niet alleen, hij wrijft ook dreigend over het slagvel. En de cyclus eindigt met de stilste en langste hoornzucht die je ooit gehoord hebt.

De dubbelcyclus blijft een poëtische Schubert aangevuld met een prozaïsche Pessoa, hopeloos romantisch en ragfijn aangevuld met rationaliteit van een intellectuele componist, in casu Daan Janssens. Jammer dat hij bij de lange applausbeurten al té bescheiden maar één keer op het podium verscheen.


  • WAT: Franz Schubert, Die Schöne Müllerin
  • WIE: Jos Van Immerseel, pianoforte (op een Conrad Graf replica, gebouwd door Christopher Clarke) – Thomas Bauer, bariton
  • WANNEER: donderdag 18 oktober 2018
  • WAAR: Grote Aula, Maria-Theresia College, Leuven

  • WAT:  Daan Janssens, Eine Schöne Müllerin
  • WIE: Spectra Ensemble – Filip Rathé, dirigent – Thomas Bauer, bariton
  • WANNEER: zaterdag 20 oktober 2018
  • WAAR: Grote Aula, Maria-Theresia College, Leuven

  • ORGANISATIE: Festival 20/21
  • FOTO’S: © via Festival 20/21