Opnieuw was dirigent Ivan Fischer met zijn Budapest Festival Orchestra neergestreken in het Brugse Concertgebouw om gedurende een drietal dagen een muzikaal thema uit te werken. Dit keer stond zijn landgenoot Béla Bartók centraal met zijn drie muziekdramatische werken : de opera Hertog Blauwbaards Burcht en de balletten De Houten Prins en De Wonderbaarlijke Mandarijn.

Het is altijd een belevenis Ivan Fischer en zijn orkest aan het werk te zien en te horen. Het uitgebreide orkest neemt nagenoeg het hele grote podium van het Concertgebouw in. Het zijn overwegend Hongaarse musici  (zoals uit de namenlijst in het programma op te maken is) die hun dirigent duidelijk toegewijd zijn en met grote overgave musiceren. Ivan Fischer doet meer dan alleen dirigeren. Hij wil het publiek in de muziek laten doordringen, er de schoonheden en dramatische kracht van laten ontdekken  en dus houdt hij ervan de uitvoeringen in te leiden,  van commentaar te voorzien en te illustreren. Dat gebeurt bovendien op een duidelijk geëngageerde en spirituele manier in een bijzonder vlot Nederlands. En terwijl zijn Hongaars orkest  af en toe te raden heeft waarom de zaal lacht, houdt  Ivan Fischer het publiek in de ban en laat hen, met de sympathieke medewerking van zijn musici en eventueel enkele extra gasten in de kern van de composities doordringen.

Aangezien “Hertog Blauwbaards burcht” een eenakter is en beide balletten nauwelijks een uur duren, kon iedere uitvoering door een uitgebreide inleiding voorafgegaan worden. In de daarop volgende pauze was er kans om in de Foyer de tentoonstelling “Béla Bartók en de ontdekking van de volksmuziek” samengesteld door  Johan Huys te  bekijken.  Dat de Hongaarse volksmuziek een belangrijke rol speelde in Bartóks leven is een feit en dat hij die in zijn composities verwerkte eveneens. Dat maakte Ivan Fischer duidelijk in zijn inleiding tot De Houten Prins met medewerking van musici beslagen in het genre: Marta Sebestyen  (zang) , Istvan Kadar (folkviool), Andras Szabo (folkaltviool) en Zsolt Fejervari (folkcontrabas). Het publiek luisterde aandachtig, hield de adem in bij de virtuoos gebrachte, frisse en opzwepende nummers en applaudisseerde wild enthousiast. Daarna volgde de uitvoering van De Houten Prins geschreven voor een groot orkest (104 musici met o.m. zes percussionisten, twee harpen, celesta en  heel wat hout- en koperblazers). Bartók omschreef  zijn partituur als “een symfonisch gedicht waarop gedanst wordt”. Jammer, zou ik durven zeggen want de choreografie van Krisztián Gergye voor dit ballet was weinig geïnspireerd en de dansers, in het midden van het orkest op een lange smalle strook evoluerend, stoorden eigenlijk het aandachtig luisteren naar de indrukwekkende orkestrale uitvoering.

Ook bij De Wonderbaarlijke Mandarijn was dat enigszins het geval. Choreografisch was het boeiendste element de bewegingen van de aparte figuur van de Mandarijn, duidelijk geïnspireerd door traditionele Javaanse dans . Maar in de inleiding vooraf waarin Ivan Fischer het werk voorgesteld en ontleed had aan de hand van muzikale voorbeelden, expressief door het orkest gebracht, was het hele verhaal van het meisje en de rovers, die haar dwingen ‘klanten’ te lokken, de mysterieuze figuur van de Mandarijn en de vergeefse pogingen om hem te doden eigenlijk aanschouwelijker en indringender tot leven gekomen  dan in de choreografie van Krisztián Gergye. Jammer want het orkest trok opnieuw alle registers open  in deze intense compositie met zijn soms ruwe, agressieve maar fascinerende orkestratie.

Gelukkig geen visualisering bij Hertog Blauwbaards Burcht, weliswaar voorafgegaan door een nodeloos gesprek van Christina Van Geel met Ivan Fischer en Dirk De Wachter maar een indrukwekkende, spannende en orkestraal overweldigende uitvoering. De mysterieuze atmosfeer van Blauwbaards burcht, de beklemming, de onderhuidse spanning, het onbegrip, de evocatie van de geopende ruimtes met de climax van de plotse, weidse blik op Blauwbaards domein bij het openen van de vijfde deur, dit alles welde op uit het orkest onder Ivan Fischers inspirerende leiding en deed het publiek gefascineerd luisteren en meeleven met Judith en Blauwbaard, sober maar expressief en aangrijpend vertolkt door Ildiko Komlosi en Krisztian Cser met ruime stemmen en voorbeeldige inleving. Een schitterende uitvoering.

De editie 2018 van het Budapest Festival (16-19 mei) zal aan Gustav Mahler gewijd zijn. Noteren!


  • WAT: Budapest Festival 2017 – Béla Bartók
  • WIE: Budapest Festival Orchestra, dirigent Ivan Fischer, choreograaf Krisztián Gergye & solisten
  • WAAR & WANNEER: Concertgebouw Brugge, 18, 19, 20 mei 2017
  • FOTO’s: © Ian Douglas, mt