*** In 2007 dirigeerde Antonio Pappano een concertante uitvoering van de enige echte Grand Opéra die Rossini componeerde. Dat was met de Accademia Nazionale di Santa Cecilia. In 2015 leidde hij een scenische versie van de opera in de Royal Opera House in Londen in een regie van Damiano Michieletto en opnieuw met een fantastische Gerald Finley in de titelrol. Een regie die zo hard is dat ze afschuw wekt.

Damiano Michieletto focust uiterst scherp op de repressieve bezetting van de Habsburgse overheersers in het Zwitserse kanton Uri. Het verhaal van de held Wilhelm Tell die zich verzet tegen zijn landvoogd Gesler en in 1307 een pijl door de appel op het hoofd van zijn zoontje zou schieten, behoort tot het rijk van de legende. Wel reëel is dat drie Zwitserse kantons in een strijd tegen de hertog van Oostenrijk de overwinning behaalden en als “Eidgenossenschaft” onafhankelijk werden. Het personage van Prinses Mathilde van Habsburg is ontleend aan het drama van Schiller en levert de opera de onvermijdelijke liefdesgeschiedenis.

In Guillaume Tell speelt Rossini in op twee belangrijke thema’s van de romantische opera: het motief van het vrijheidsideaal en het belang van de natuur als dramatisch element. Met zijn laatste opera heeft Rossini een voor hem ook nieuwe stijl geprobeerd, aangepast aan de Franse Grand Opéra genre Halévy en Meyerbeer. Er zitten dan ook prachtige koorfragmenten in. Maar het ballet vervangt Michieletto door pantomimes die eens te meer de woestheid van de sfeer moet beklemtonen, met onder meer een brutale verkrachtingsscène van een jong meisje.

Regie van de gruwel

Michieletto opent de opera met een vredige verbeeldingsrijke scène van Jemmy, de zoon van Tell, die met speelgoedsoldaatjes speelt. Illusoire uitbeelding want de reële soldaten van de Oostenrijkse bezetter zullen nadien brutale vechters en verkrachters blijken te zijn. Op de bijeenkomst van de bewoners van het kanton voor een huwelijksfeest suggereert de regie meteen een broeierige sfeer. Terecht. Als een opgejaagde Leuthold aankomt, zit hij letterlijk onder het bloed. Hij heeft een soldaat van de landvoogd gedood omdat die zijn dochter aanrandde. Michieletto verdoezelt niets. Met de gevangenneming van de oude Melchtal (een mooie Eric Halfvarson) eindigt het bedrijf dramatisch en geeft scherp het contrast weer tussen de landelijke idylle en de dramatische, politiek getinte intrige, te meer dat Michieletto een wrede oproerpolitie ten tonele voert.

In Michieletto’s regie wordt de strijd in alle hevigheid en brutaliteit voorgesteld en de natuur is vertegenwoordigd door de aarde als een woestenij waarop de hele setting zich afspeelt. In het eerste bedrijf is de scène simpelweg lelijk, met een rij tafels en neonlampen. Vanaf het tweede bedrijf ligt een reusachtige gevelde boom – die wat aan Berlinde De Bruyckere kan doen denken – over de scène. De scène past bij de gure wereld van strijd, maar de belichting is soms wonderlijk mooi.

In het tweede bedrijf worden kinderen geïndoctrineerd met wapens. We maken hier ook kennis met Mathilde en één van de heerlijkste aria’s uit de opera: de mijmering van Mathilde bij de nachtelijke natuur: Sombre forêt. In hun duet belooft Arnold dat hij door militaire heldendaden in dienst van de Oostenrijkers zal bewijzen dat hij haar waard is – hij beseft immers dat zij van een hogere stand is dan hij en bovendien tot het vijandige kamp behoort. De liefdesrelatie tussen Arnold en Mathilde is daardoor in de opera niet alleen een element van idylle, maar ook van spanning. Jammer genoeg moeten de zangers tijdens hun veeleisende partij allerlei zinloze handelingen uitvoeren.

De regisseur blijft de toeschouwer de hele opera door bestoken met wreedaardige scènes. De personages zijn in hedendaagse kostuums voorgesteld – wat dus ook beangstigende accessoires voor de repressieve soldaten betekent. Er is één mysterieuze figuur in historische kledij die ons in het eerste bedrijf wordt voorgesteld. Deze figuur is misschien de verpersoonlijking van Tell, die als legendarische held tot een imaginaire wereld behoort? Een soort icoon uit het verleden, die verloren loopt in de wrede hedendaagse wereld. Bij de cruciale scène waarin Tell uitgedaagd wordt de appel van het hoofd van zijn zoontje Jemmy te schieten, overhandigt deze “historische” Tell de kruisboog en pijlenkoker aan Tell. Voor de rest zijn alle wapens modern tuig, van automatische revolvers tot Kalasjnikovs. Ook de koorpassages worden vaak gezongen door een koor onder het bloed, met militante gebaren. Alles wijst op gruwel en vechtlust, soms tot het wansmakelijke toe. Dat is zeker het geval in de verkrachtingsscène in het derde bedrijf.

Muzikaal meesterlijk

Een uitdaging voor Antonio Pappano om in deze uitvoering eens te meer als een uiterst gedreven dirigent te werk te gaan. Pappano zorgt voor muzikale spankracht. Zijn recept is natuurlijk zijn ongeëvenaarde kunst om muziek tot drama te maken. Pappano maakt het dilemma tussen liefde en vrijheid voor het vaderland hoorbaar. In elk bedrijf krijgen we er perfecte staaltjes van. De spanning tussen Guillaume en Arnold in hun duet in het eerste bedrijf bijvoorbeeld. Evengoed maakt hij de lyriek van de liefde hoorbaar in de scènes met Mathilde en Arnold. De spanning in het orkest is extreem wanneer Gesler Tell uitdaagt bij het schieten van de appel van het hoofd van zijn zoontje Jemmy. Spanning verkrijgt Pappano niet uitsluitend door kracht en felheid, maar ook door de zachtheid waartoe hij zijn orkest kan inspireren. Bij de aria Sois immobile met de prachtige cellosolo bijvoorbeeld. Pappano is met zijn orkest van de Royal Opera dan ook meer de moeite dan het visuele aspect van de voorstelling, door zijn juiste beheersing van de dynamiek en zijn uitstekende orkestrale vertolking van de inhoud. Ook Renato Balsadonna verdient als koordirigent een grote bravo.

De zangers passen uitstekend in de dramatische opzet van de opname: hun inleving in de situatie is perfect en sluit homogeen aan bij de expressiviteit van koor en orkest. Gerald Finley is als Guillaume Tell gewoon schitterend: met zijn warme en charismatische bariton drukt hij zowel autoriteit als tederheid uit, en hij zingt ook verstaanbaar Frans. Van Malin Byström als Mathilde kan je geen gebenedijd woord verstaan. Ze ziet er mooi en verleidelijk uit, maar zingt met iets te zware toon en met moeite voor de coloraturen. In haar duet met Arnold in het derde bedrijf heeft ze een zuivere hoogte, maar mis ik flexibiliteit in de stem voor de Franse klanken. Als Arnold laat John Osborn zijn mooie flexibele stem horen. Het is de zoveelste belcantopartij waarin de tenor zijn kunst en kunde toont. Gesler heeft met Nicolas Courjal een sterke verdediger van de hovaardige heerser. Vocaal klinkt hij nijdig en doordringend. Enkelejda Shkosa is een mooie en tedere Hedwige, maar Sofia Fomina vind ik een ongelukkige casting voor Jemmy. Vocaal zingt ze de partij zeker lovenswaardig, maar haar figuur kan ik moeilijk met de jonge zoon van Tell vereenzelvigen.

Al bij al is het uiteraard de moeite deze opera visueel te beleven. Maar aan het einde van de harde voorstelling verzucht je toch even. De bonus met zangers en dirigent is interessant, maar geeft nauwelijks verantwoording voor de enscenering. Gelukkig verzacht de mooie muziek …


  • WAT: Gioacchino Rossini (1792-1868) |  Guillaume Tell
  • REGIE: Damiano Michieletto
  • STEMMEN: Gerald Finley, John Osborn, Malin Byström, Sofia Fomina, Enkelejda Shkosa, Nicolas Courjal, Enea Scala, Eric Halfvarson
  • ORKEST: Koor en Orkest van Royal Opera House London o.l.v. Antonio Pappano
  • UITGAVE: Opus Arte OA1205 D