** Deze opname van Fedora van Umberto Giordano is vooral een prikkel voor operaliefhebbers die de kans willen grijpen deze minder bekende opera te zien. Het is vooral een paradestuk van de sopraan en al doet Daniela Dessì het lang niet slecht, toch kan ze het geheel van de voorstelling niet genoeg beheersen om er een voltreffer van te maken.

Nadat hij in 1885 als 18-jarige student het toneelstuk van Sardou in Napels gezien heeft met niemand minder dan Sarah Bernhardt, vat Giordano het plan op voor een opera op het gegeven. Die componeert hij na het succes van Andrea Chénier. De première heeft plaats in november 1898 in het Teatro Lirico in Milaan met de componist als dirigent. Dat Gemma Bellincioni Fedora zong, zegt ons nu niet veel meer, maar dat Enrico Caruso de mannelijke hoofdrol van Loris zong, spreekt meer tot de verbeelding.

Het verhaal vertelt het moeilijke en tragische liefdesverhaal van Fedora met Loris Ipanov, de man die er aanvankelijk van verdacht wordt dat hij haar verloofde, graaf Vladimir Andreyevich, neergeschoten heeft. Fedora is een Russische aristocrate met een passioneel temperament, een kolfje naar de stijl van het verismo en ze zweert dan ook de schuldige te vinden. Dat zou Loris zijn, maar tussen Fedora en Loris is een romance ontstaan, waar Fedora zich aanvankelijk tegen verzet. In de bekendste aria van de opera, Amor ti vieta, geeft Loris toe dat hij voor haar charmes gezwicht is en dat hij doorheeft dat de aantrekking wederzijds is. Tijdens een feest dat Fedora georganiseerd heeft (met een muzikant die beweert even goed te zijn als Chopin), komt het bericht dat de Nihilisten een aanslag hebben gepleegd op de tsaar. Loris kan Fedora ervan overtuigen dat hij niets met de aanslag te maken heeft en bovendien kan hij haar de inhoud van een brief van de graaf onthullen, die hij onderschept heeft en die verklaart waarom hij de graaf neerschoot. De brief is gericht aan een arm meisje met wie de graaf een relatie had en waarin hij beweert dat hij – ondanks het huwelijk met Fedora – hun verhouding niet zou stopzetten. Fedora is geschokt door het verraad van de graaf, die haar dus enkel om haar rijkdom zou trouwen. Ze verblijft een tijd gelukkig samen met Loris in haar villa in Zwitserland. Maar aan hun relatie komt abrupt een einde als Fedora de medeplichtigheid van de broer van Loris aan de moord op de tsaar uitbrengt. Dit bericht veroorzaakt de dood van de moeder van de twee broers. Fedora hoopt op genade en vergeving van Loris, maar hij vervloekt haar. Ze pleegt zelfmoord met gif (dat ze altijd bij zich draagt in een Byzantijns kruis) en sterft in de armen van Loris, die de stervende dan toch vergeeft.

Accurate sfeerschepping, matte inleving

De regie van Rosetta Cucchi (ze deed ook de regie van La Favorite in de Opéra Royal de Wallonie, november 2017) verdeelt het speelvlak in twee delen. Op het voorplan zien we – meestal in een sobere maar effectvolle weergave – de gebeurtenis waarover het op dat moment gaat (het paleis van de graaf, het feest in Parijs), en achter een doorschijnend doek wordt verwezen naar de context waarin die scène zich afspeelt (de sneeuwstorm, de terreur in Rusland, de aanslag). De sfeerschepping is accuraat, maar de inleving van de personages is vaak mat en slaagt er niet in de toeschouwer te doen meeleven. Dat geldt eigenlijk voor iedereen behalve de twee vrouwelijke personages, Fedora zelf en Olga, haar nicht, die we leren kennen op het feest in het tweede bedrijf. Ook vocaal zijn zij de best bezette partijen. Daniela Dessì komt wat moeizaam op gang, maar in de scène waarin ze de knoop doorhakt en ze toegeeft aan haar liefde voor Loris (tweede bedrijf), zingt ze overtuigend met stevige, heldere sopraan. Zij loont zeker de moeite om de voorstelling te zien. Olga is een vlot karakter en Daria Kovalenko zingt haar met veel panache en lyrische speelsheid. De partij van Loris is ontdubbeld op de scène, met een oude Loris die de hele opera alles zwijgend en mysterieus “observeert” in een hoek op het voorplan. Een bizarre ingreep van de regie. De “echte” Loris wordt vertolkt door een zeer ontgoochelende Fabio Armiliato, die noch door zijn spel, noch door zijn acteren kan bekoren. Ook het koor en orkest van het Teatro Carlo Felice musiceert zonder veel inzet onder leiding van een weinig enthousiasmerende dirigent, Valerio Galli.

Een opname die dus vooral zijn waarde heeft als kennismaking met de toch wel boeiende en veelzijdige opera van Umberto Giordano, waar zeker meer uit te halen is.


  • WAT: Umberto Giordano (1867-1948) | Fedora
  • REGIE: Rosetta Cucchi
  • STEMMEN: Daniela Dessì, Fabio Armiliato, Daria Kovalenko, Alfonso Antoniozzi, Margherita Rotondi e.a.
  • ORKEST: Koor en orkest van Teatro Carlo Felice, Genova o.l.v. Valerio Galli
  • UITGAVE: Dynamic 57772 (opname maart 2015)
  • FOTO CREDIT: © Marcello Orselli