*** Uit het verhaal van Walter Scott The Bride of Lammermoor distilleerde Gaetano Donizetti met zijn librettist Salvatore Cammarano een vreselijk huwelijksverhaal. Katie Mitchell, de regisseur van deze voorstelling in het Royal Opera House, buit de hardheid van het verhaal uit tot een drama dat in bloed baadt.

De ambitieuze Enrico Ashton (bariton) wil zijn zuster, Lucia, uithuwelijken aan Arturo (tenor), een partner die hem financieel voordeel biedt, maar van wie zij niet houdt. Lucia heeft een geheime minnaar, Edgardo (tenor), een vijand van haar broer. Een valse brief doet haar denken dat Edgardo haar ontrouw is, en ze stemt toch in met een huwelijk met Arturo. Maar als de geliefde op het huwelijksfeest opdaagt, vermoordt ze haar echtgenoot in de huwelijksnacht. Waanzinnig geworden sterft ze en Edgardo pleegt zelfmoord.

Overdreven hard realistisch manifest

Katie Mitchell heeft een regie ontworpen met een ontdubbeld scènebeeld, zodat we telkens enerzijds zien wat er op dat moment in het verhaal gebeurt en anderzijds wat zich in de geest van de personages afspeelt of wat tot die scène heeft geleid. We krijgen in het Victoriaanse decor van Vicki Mortimer dus tegelijk dingen te zien die normaal verborgen blijven en enkel ingebeeld, maar niet uitgebeeld worden. Zo is de openingsscène bij de graftombe van de moeder van Lucia gepaard met een familiescène rond de urne. De meest gruwelijke scène in het derde bedrijf, namelijk de moord op de echtgenoot, wordt uitgesponnen parallel gezet met het duel tussen Ernesto en Edgardo. Dit procedé geeft bij momenten een overdreven realistisch effect aan de opera, wat evenwel niet altijd een voordeel is en bovendien zodanig overdreven wordt dat het aan het ongeloofwaardige grenst.

De regisseur heeft in elk geval duidelijk de bedoeling het verhaal tot een hard realistisch manifest te maken van een vrouw die zich verzet tegen de suprematie van haar status en de mannelijke wereld die haar omringt. Tot dat realisme behoren ook de vrijscène van Lucia en Edgardo aan het graf in de openingsscène (het blijft dus niet bij ringen uitwisselen als pand van eeuwige trouw), die dan in de volgende scène blijkbaar tot een niet te loochenen zwangerschap leidt, als Lucia in de retro-badkamer braakneigingen heeft. Er volgt bovendien ook een miskraam. In dat bad pleegt ze nadien zelfmoord – weer eens in overvloedig bloed. De moord op Arturo, die zo expliciet uitgesmeerd wordt, grenst aan het ridicule. Bloed is er in elk geval veel te zien in de voorstelling en de harde details zijn toch wel wat van het goede te veel.

Hemelse Diana Damrau

Verwonderlijk – of misschien net niet – dat een zangeres als Diana Damrau dan toch nog een Lucia neerzet die overtuigt en bij momenten aangrijpt. Ze zingt hemels, kan echt doen met haar stem wat ze wil, in gelijk welke positie. Ze is altijd soepel en flexibel, virtuoos in de hoogte en tegelijk leeft ze zich totaal in haar personage in. Zowat de mooiste scène is zeker die van de waanzinsscène, met haar “fictief huwelijk” met Edgardo, en de aria Il dolce suono…ardon gl’incensi, waarin ze danst met Edgardo. Eindelijk wat echte ontroering in de voorstelling. Bovendien wordt de glasharmonica-versie gespeeld, wat toch altijd iets onaards aan de scène geeft.

Charles Castronovo heeft een slank timbre en zingt overtuigd een sombere maar toch vastberaden Edgardo. De belcanto-hoogte klinkt mooi zonder forceren. Ludovic Tézier verpopt zich met dreigende baritonstem helemaal tot een boosaardige en autoritaire Ernesto. Ook de andere stemmen zijn goed bezet en het orkest, aangespoord door Daniel Oren, speelt zinderend. Muzikaal dus zeker de moeite, visueel aanvaardbaar als het niet de enige Lucia in je discotheek hoeft te zijn …


  • WAT: Gaetano Donizetti (1797-1848) | Lucia di Lammermoor
  • REGIE: Katie Mitchell
  • STEMMEN: Diana Damrau, Charles Castronovo, Ludovic Tézier, Kwangchul Youn, …
  • KOOR & ORKEST: Royal Opera Chorus, Orchestra of the Royal Opera House o.l.v. Daniel Oren
  • UITGAVE: Erato 9029579205 (dvd)