Naast Mozart en Verdi wordt Giacomo Puccini wel bij de meest populaire operacomponisten gerekend, met de (onterechte) restrictie dat het gaat om drie favoriete werken: La Bohème, Tosca en Madama Butterfly. Tosca komt dus ook regelmatig aan bod in de Opéra Royal de Wallonie-Liège (in 2007 en 2014). Zo houdt deze instelling vast aan het repertoire waarin het sterk is: de Franse en Italiaanse klassieken met soms een buitenbeentje.

In Firenze (1895) zag Puccini de charismatische Sarah Bernhardt (1844-1923) optreden als Tosca. Victorien Sardou (1831-1908) had in 1887 speciaal voor haar het melodrama La Tosca (in vijf bedrijven) geschreven. Na heel wat peripetieën waarbij Sardou zelf, de grote muziekuitgever Giulio Ricordi en de librettisten Luigi Illica en Giuseppe Giacosa betrokken waren, vond de première op 14 januari 1900 in Rome (Teatro Costanzi) plaats.

Voor de liefhebbers die graag de partituur en tekst (met Engelse vertaling) willen raadplegen (en gratis kunnen downloaden), verwijs ik naar deze website. Omdat het verhaal welbekend is, dient hier verder niet op ingegaan te worden.

Progressief werk

Tosca was in 1900 een progressief werk, want horen we hier geen harmonieën van Ravel, de grootsheid van de meester uit Bayreuth of ook wel lyrische tonen van Debussy. Puccini was uiterst bekommerd om de meest minutieuze details en dit brengt ons al direct tot de ster van de avond: het orkest. Een fijne klankkleur die gevat werd gebracht en krachtig werd gedirigeerd door de welbekende, 73-jarige Gianluigi Gelmetti, die al meer dan vijftig jaar dirigeert. Hij was een student van de niet onomstreden Sergiu Celibidache, maakte reeds heel wat opnames en ontving terechte onderscheidingen. Componeren doet hij eveneens. Hoewel hij een ruim repertoire beheerst, karakteriseert ook het fijne detailwerk Gelmetti. Hiervan waren we in Luik getuige.

De decors zijn praktisch, doen modern en klassiek tegelijk aan. Claire Servais realiseerde weerom een puik werk (ze tekende hiervoor ook in 2007 en 2014). Dit laatste kan ook geschreven worden over de zangers. Ze leverden een degelijke en regelmatig een overtuigende prestatie. Dit geldt niet alleen voor de drie hoofdrolspelers, maar ook voor de zogenaamde bijrollen, want daar is de opera van Luik ook sterk in. De Argentijnse Virginia Tola heeft reeds vaak de rol van Tosca op zich genomen, en haar timbre, stembeheersing en –kwaliteit voldoen regelmatig. Nog enkele jaren ervaring en ze zal een nog meer beheerste, stemvastere en krachtdadigere Tosca (ook theatraal ietwat anders dan nu) kunnen neerzetten. Dit geldt in gelijke mate voor de twee andere hoofdrolspelers: de Venezolaan Aquiles Machado (Mario Cavaradossi) en (de enige Italiaan) Marco Vratogna (de kale Scarpia). De acteerprestaties van de drie protagonisten waren over het algemeen behoorlijk. Roger Joakim als Cesare Angelotti was technisch erg goed. Laurent Kubla als koster deed het – zoals steeds – meer dan goed qua zang en acteerstijl (en is eerder een hoofdrolspeler). De kleinere rol van Spoletta, vertolkt door Pierre Derhet, viel in goede zin op. De koren onder leiding van Pierre Iodice leverden – zoals we gewoon zijn – een sterk optreden.

Afsluitend kan geschreven worden dat de opvoering die bijgewoond werd muzikaal voldoende was, maar waarbij het orkest zonder meer de hoofdrol speelde en uitblonk. De zangers dienen nog een parcours af te leggen, zowel wat stem als dramaturgie betreft. Misschien eens te rade gaan bij oudere opnames, niet alleen de bekende van Callas, di Stefano en Gobbi maar ook deze van Carmen Melis, Piero Pauli en Apollo Granforte (1929) …


  • WAT: Giacomo Puccini (1858-1924) | Tosca
  • WIE: Virginia Tola, Aquiles Machado, Marco Vratogna, Roger Joakim, Laurent Kubla, Pierre Derhet; koor en orkest van de Opéra Royal de Wallonie-Liège o.l.v. respectievelijk Pierre Iodice en Gianluigi Gelmetti
  • WAAR: Opéra Royal de Wallonie, Luik
  • WANNEER: dinsdag 20 november 2018
  • FOTO: © Opéra Royal de Wallonie-Liège