Festival 20/21 presenteert al jarenlang de klassiekers van de toekomst. Al zo lang, dat Le Sacre op hun openingsconcert eigenlijk al een klassieker van het verleden is geworden. Maar daar hoor je ons niet over klagen.

Een programma uitgepuurd tot de essentie. Amper twee werken, maar dan wel twee die perfect toegespitst waren op het ensemble. Bartóks Sonate voor twee piano’s en slagwerk en Le Sacre du Printemps. In een pianoreductie, maar dan wel aangevuld met een slagwerksectie.

Dat de Pieter de Somer-aula niet gemaakt is als concertzaal, maar wel als martellokaal voor de vele nieuwe studenten in een massaopleiding, is altijd pijnlijk duidelijk op het openingsconcert van Festival 20/21. Elke horlogepiep of gsm-vibratie duidelijk hoorbaar.

De plotse intrede van de herfst droeg zeker niet bij tot de luisterervaring. Het seizoen van de verkoudheidskuch is een jammerlijke gewoonte geworden, maar dat we er in Leuven ook trompettergesnut moesten bijnemen was van het goede teveel. Daarom een warme oproep in deze kille dagen. Bij verkoudheid, gewoon thuisblijven.

Instrumenten met een identiteitscrisis

Maar laten we het over de muziek hebben. Bartóks Sonate was niet zo strak als ze had mogen zijn. De pianomelodieën liepen te vaak dooreen in een vervelende geluidsmassa, al heeft ook dat weer grotendeels met de concertaula te maken. Het was vooral de percussie die het werk staande hield.

Toch slaat die lofzang niet alleen op Tom De Cock en Titus Franken. Ook beide pianisten van Het Collectief transformeerden hun piano’s tot percussieve raminstrumenten. Dat spel tussen ritme en melodie, want ook de percussionisten namen vaak melodische lijnen op zich, speelde het viertal dan weer wel goed uit. De voornaamste reden waarom Bartóks sonate niet helemaal ontaarde in een ergere warboel.

Dat percussieve uit het snaarinstrument naar boven halen deed Het Collectief ook in Le Sacre du Printemps. In Les Augures Printaniers klonken de syncopische strijkakkoorden uit het origineel op de piano’s nog dreigender en drammender. De energie die in het origineel uit de gigantische orkestbezetting komt, wordt hier opgewekt door de aartsmoeilijkheid van de pianoreductie. Goed, er waren hier en daar schoonheidsfoutjes, maar als je probleemloos door deze partituur dartelt klinkt het te klinisch. Nu wrong het af en toe, en gelukkig maar.

Er werd zeker niet te kwistig met de percussiesectie omgesprongen, maar het duo voegde op net de juiste momenten accenten toe. In de finaledelen groeide het aandeel van De Cock en Franken en zo slaagde deze minimale bezetting er toch in om de fenomenale climaxen uit het originele werk na te bootsen. Al werden ze ook hier weer, and I hate to bring it up again, niet geholpen door de zaalakoestiek.

Het openingsconcert van Festival 20/21 werd er een van willen en, ondanks stevige tegenwerking, ook kunnen. Ideetje: we doen dit openingsconcert volgend jaar gewoon nog eens over, maar dan in een betere zaal.


  • WAT: Béla Bartók, Sonate voor twee piano’s en slagwerk; Igor Stravinsky, Le Sacre du Printemps
  • WIE: Het Collectief (piano), Tom De Cock & Titus Franken (slagwerk)
  • WAAR: Pieter de Somer-aula, Leuven (i.h.k.v. Festival 20/21)
  • WANNEER: vrijdag 3 augustus 2018
  • FOTO: © Guy Buys