Eén-noot-muziek, zo kan je misschien best het concert omschrijven waar Wim Henderickx’ muziek in het midden stond, omringd door 20ste eeuwse componisten die hem inspireerden en 21ste eeuwse componisten die hij op zijn beurt inspireerde.

Onder artistieke leiding van Mathias Coppens rondden deCompagnie en het HERMESensemble het Klavierfestival in AMUZ af. Het was niet het slotconcert dat je van een ‘gewoon’ klavierfestival zou verwachten en onder meer om die reden wilden we er wel eens bij zijn en u, beste lezers, onze ervaring kenbaar maken. Met heel wat hedendaagse ‘ernstige muziek’ had ik het altijd wat moeilijk en heb ik het nog moeilijk net als met zoveel hedendaagse dingen om over de gespannen tijd waarin we leven niks te zeggen. Het vele lawaai, de waanzinnige haast, de controles, de bochten van politiek en pers, vluchtelingenstromen, oorlogen en pleinrevoluties en dan het vele lawaai dat overal altijd aanwezig is: het zijn dingen die een mens het leven niet eenvoudiger maken ondanks de luxe die ons hier omringt en al die ongezonde drukte moet compenseren. Dat verstoorde levenspatroon vinden we terug in de kunst en dus ook in de muziek. Sommige mensen gaan op zoek naar stilte en vinden die ook, maar toch blijft iets van de waanzin van de huidige tijd de kunstenaar achtervolgen en beïnvloeden.

Zij die inspireerden

Toru Takemitsu (1930-1996) componeerde een In Memoriam Olivier Messiaen voor piano solo. Een dromerig werk dat draait om één noot, fragiel en met grote finesse en opvallend mooie pianotouché uitgevoerd door Mathias Coppens. Met ‘Kho Lu’ voor fluit en klarinet van Giacinto Scelsi (1905-1988) kregen we een wat uitgerokken werkje dat ook rond één noot draaide. Daar de fluit en klarinet zowat heelde tijd dicht tegen elkaar kleven met het minimaalste toonverschil en de toonhoogte echt niet de laagste is, is het soms letterlijk een werk dat de oren pijnigt. Het duurt wat lang maar van Wim Henderickx vernamen we in de inleiding voorafgaand aan het concert en gegeven door een vlotte en kundige spreker Klaas Coulembier, dat de langzame stukken zo langzaam zijn als je zelf wil ervaren. Het vraagt van de luisteraar een losmaken van de tijd. Doe het maar in een eeuw waar tijd nu eenmaal de dictator van het bestaan is. Een haast onmogelijke opgave maar Tille Van Gestel, fluitiste met een echt mooie zuivere, zachte klank uit haar instrument tovert en klarinettist Sven Van De Voorde die al even mooi speelt, laten het over zich gaan. Zij zijn meer gewend dan ondergetekende die ergens is blijven steken bij de ‘klassieken’, zowat alles voor hen en een deel van de romantiek en post-romantiek. Ik geeft het toe. Wie me het meest melodieus aansprak deze avond is Olivier Messiaen (1908-1992) waarvan het ‘Quator pour la fin du Temps voor klarinet, viool, cello en piano werd gebracht. Hij sloot het best aan bij wat mij het best ligt, ook al staat de muziek van Messiaen al mijlenver van ‘het klassieke’.

De geïnspireerde inspirator

Wat zou het Pianotrio van Wim Henderickx (1962) dan met mij doen? De pianist Geert Callaert, violist Floris Uyterhoeven en cellist Paul Stavridis zijn net als al de andere musici van beide ensembles mensen met talent dat we moeten horen. Zij verdienen zonder uitzondering de internationale podia. En het Pianotrio dan? Welja, dat ook, maar vergeet de tijd want de componist is iemand die zich kan onthechten van de wereld, letterlijk en dat leerde hij tijdens de meditaties op hoge bergtoppen in de Himalaya. Dit trio spreekt van stilte, van verdwijning uit de realiteit, het kijken naar het oneindige en dat kan, vermoed ik, alleen maar daar waar de natuur nog ongerept en ijl is. In die bergen dus of midden de wereldzeeën.

Zij die geïnspireerd werden door de inspirator

Wie op het feest Vijf Jaar Klassiek Centraal was (juni 2011 in het Brusselse Stadhuis) hoorde daar het werk DWE van Hanne Deneire (1980) uitvoeren. Het is intussen 4,5 jaar geleden maar het nu opnieuw horen maakte meteen de herinnering wakker. Deze keer klonk het krachtiger, levendiger, overtuigender. Het is een compositie voor klarinet, viool en piano. Wie denkt dat hedendaagse muziek niet geïnterpreteerd kan worden, heeft het duidelijk mis.

In première kreeg het publiek ‘Creatie voor fluit, klarinet, viool, cello en piano van Mathias Coppens (1988). Een nog zoekend werk dat sterk beïnvloed is door de leermeester en eigenlijk in een wat zelfde lijn kon je Bram Van Camp (1980) zijn Music for three instruments, klarinet, viool en piano plaatsen. Ook al wil Henderickx het niet, hij is een voorbeeld voor zijn studenten die hem minder lossen dan hij en zij het willen.

Het concert sloot af met een werk van ander kaliber. Raga I voor twee piano’s en percussie. Ja, het is geweten dat Wim Henderickx wat heeft met slagwerk en dat toont hij in dit werk geen klein beetje. Kon er een betere percussionist gevonden worden dan Jaume Santionaja Espinos om hier de verschillende slagwerkinstrumenten te bedienen? Van de kleine Tibetaanse belletjes tot het zware slagwerk? Ik denk het niet. Ook al zijn de lange meditatieve momenten aanwezig, met dit stuk staat Henderickx midden de hysterische drukte van de Antwerpse ring waar het verkeer altijd in de knoop zit. Dit werk houdt je wakker en alert. Droom weg, jawel, maar niet te lang want het leven gaat echt wel verder dus blijf bij de pinken…