wenn man drin ist, denkt man nur noch daran

es zu ende zu bringen

und wann kommst du raus

fragt man dich

nicht

Dea Loher

A War Requiem is geen gewone dodenmis. Annelies Van Parys ontdeed het van liturgische geplogenheden. Zo klinkt het requiescat op het einde, het enige dat volgens de componiste overbleef, als een stille, woordeloze fluistering. Het werk voor orkest, koor en solisten herdenkt niet zozeer de doden, maar de levenden; overlevenden van oorlog en geweld. Het werd een requiem voor hun na-bestaan waarin angst, gruwel en dood een schier onherstelbare wonde sloeg.

Annelies Van Parys, een veelgevraagde Belgische componiste, schreef A War Requiem ter gelegenheid van de herdenkingen op 11 november. Haar keuze gaat nog net iets verder dan het War Requiem van Benjamin Britten (creatie mei 1966). Anoniemer dan de onbekende soldaat, is zij die nooit herdacht zal worden maar elke oorlog draagt: de vrouw. Vouwen zijn de slachtoffers wiens naam we nooit in steen geciseleerd lezen. Voor haar geen Pomp and Circumstance op deze dag; er huist geen heroïek in smart …

Farewell the neighing steed and the shrill trump /

The spirit-stirring drum, th’ear-piercing fife /

The royal banner, and all quality /

Pride, pomp, and circumstance of glorious war!

Shakespeare, Othello, Act III, Scène 3

Van Parys koos voor de Duitse teksten van Dea Loher en plaatste fragmenten van de monoloog Land ohne Worte (de vrouw) tegenover War Zone (de vrijwilliger). War Zone lijkt een knipoog naar Britten’s War Requiem. Vergelijk bijvoorbeeld zijn keuze voor de teksten van de Britse dichter Wilfred Owen (gestorven in 1918): And greater wars: when every fighter brags. He fights on Death, for lives; not men, for flags (uit: The Next War).

Nooit meer oorlog

War Zone belicht de kant van de soldaat. De vrijwilliger die ten strijde trekt voor een mondvol idealen, een vlag al of niet met kruis of maan. De man of zoon laat bij ‘outer en heerd’ altijd iemand achter die hem bemint. Hij marcheert, uniform in overtuiging maar alleen met zijn angst. Het individu verenigd in de massa wordt inwisselbaar één: “ik heb ‘wij’ leren zeggen”. Angst drijft tot het Gott-mit-uns doden van die andere jonge man. De soldaat zijn geest verbrokkelt tot wanhoop of waanzin. In het beste geval kleeft kameraadschap en een rist sterke verhalen weer wat geest aan elkaar. Elk jaar weer op 11 november herdenken we de doden, de helden: zin-waan. Het was deze keer de laatste oorlog.

Nie Wieder Krieg?

Van Parys richtte haar blik voorbij de vlaggen en de notabelen naar wie achter bleef. Dea Loher bezocht Afghanistan en Kosovo om naar de vrouwen te luisteren die niets anders kunnen dan verder doen. Hun verhalen van pijn, verlies en het lange trou-matiserende wachten, waarbij “trou” een woordspeling is van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan: trou, het niet te repareren gat van het trauma. Hun overleven goot de schrijfster in de monoloog Land ohne Worte. De verzen snijden. Ik herken ze uit mijn werk met vluchtelingen; het moeizaam grabbelen naar woorden. Met zinnen zoeken naar houvast maar: “Ich kann die Bilder nicht vergessen.” De pijn en onzekerheid hakten hard in op de ziel. Woorden kunnen helen, maar soms krassen ze vruchteloos als een vulpen zonder inkt – een ander ciseleren. Lohers tekst slaagt erin om een stem te geven aan die vrouwen. Van Parys geeft die stem kleur en verklankt het onuitspreekbare. Ik citeer graag een fragment net omdat het zo universeel is.

Ik kruip door doornen/het zijn slechts doornen,

Geen kleuren geen vlakken niets abstracts

Ik moet mijn angst leren kennen.

concrete

scènes

concrete scènes

Het leven rafelt als het uniform dat langzaam rot. Ogen die niets zien en ogen die niets anders meer te krijgen.

Betoverend, beklemmend

Muzikaal deed A War Requiem me soms denken aan de kracht van Alban Berg, het intieme van Messiaen en het verhalende van Poulenc. Toch is het werk onmiskenbaar een Van Parys die met haar spectrale klanktaal een boeiend en indringend verhaal weet te brengen. Tekst en muziek als de prosodie van intieme pijn en brokstukken waan-hoop. Ik denk niet dat Van Parys loutering beoogt. Noch, zoals menig dodenmis, tracht ze te troosten. Haar werk overstijgt de novemberkrans. Haar vertelling spreidt zich breder en richt de blik – het oor eigenlijk, dat ziet meer – naar wat we doorgaans vermijden.

Op haar manier geeft de componiste misschien wat toekomst. Met haar werken zegt ze “… we verdragen hem [de oorlog] gewoon niet meer …”, zoals Freud schreef in een brief naar Einstein. Nie Wieder Krieg, en al die nadere uitwassen die zo vaak ten oorlog leiden.

Het doet wat met de mens. De uitvoering die avond in de Blauwe Zaal van deSingel – groot podium, grote bezetting – had iets Mahleriaans intiems: een binnenstebuiten gekeerde ziel. Het klonk zoals het moet klinken, denk ik. Groot orkest gebruik ik hier niet alleen in letterlijke zin.

Dirigent Hugh Wolff heeft er ongetwijfeld werk aan gehad om die indringende spectrale klankwereld zo treffend en beklijvend te kunnen laten klinken. Niemand stak erbovenuit, en dat hoort ook zo. Collegium Vocale in een grote bezetting schitterde dialogerend met beide uitmuntende solisten en dito orkest.

Mahlers vijfde: gezucht en gezwier

Al snel vertoefde ik in Wenen. Gesommeerd door de trompet.

Stel je Wenen voor met de camera van een groot regisseur: je vertoeft in de straten waar Hans Richard groet, kinderen huppelen door kasseistraten, de warme konditorei met keuvelende dames à la mode du temps. Wat verder zwaait de camera voorbij enkele heren genietend van een sigaar, en dringt de huizen in. Een man snikt omringd van stille kinderen gebogen over een doodsbed, een koppel gehaast, iemand schreeuwt ‘Jude’ en in het huis ernaast grijpt een nonkel naar een nichtje. De Trauermarsch, ik kan het niet anders denken na Van Parys’ werk, bezielt dit alles: de stroop, de pijn, de troost, de hoop, de ellende, Wenen. Mahler schudt het van zich af want hier, in de vijfde, zal vooral liefde klinken. En de kracht van A War Requiem droogt als een krokodillentraan in de konditorei.

Het orkest droeg me verder mee met de Weense zwier en Mahlers zuchten. Een ‘sachertorte’ Adagietto vertolkte het verlangen van de verliefde componist en zonder pauze de laatste hoopvolle Rondo-Finale. Het publiek was mee op de reis.

Men hoort graag wat men kent, dat biedt houvast. Maar tegelijk zijn de verwachtingen groter. Herkenbaarder dan het nieuwe en zoeter dan het rauwe van A War Requiem beloonde het publiek deze magistraal vertolkte nummer vijf met een minutenlang applaus en (deels) staande ovatie. De mooie solo’s van hoorn Ivo Hadermann en trompet Leo Wouters klinken nog na.

Ik heb ervan genoten, al mocht de orde anders? Of was het de bedoeling om het publiek wat met gemoedsrust terug te slapen te leggen?

Bis!

Bis? Dat kan. Je hoeft niet te wachten tot een 11de november. VRT stelde op Radioplus.be het hele concert van de 11de in BOZAR beschikbaar. Je kan het ook terugvinden bij hun Franstalige collega’s van de RTBF. Het is de moeite, maar laat A War Requiem toch eerst even bezinken en speel Mahlers vijfde een andere keer.


  • WAT: Annelies Van Parys (°1975) – A War Requiem (wereldcreatie) | Gustav Mahler (1860-1911) –  symfonie nr. 5 in cis (opus
  • WIE: Belgian National Orchestra en Collegium Vocale Gent o.l.v. Hugh Wolff, Sophie Karthäuser (sopraan), Thomas Bauer (bariton)
  • WAAR: deSingel, Antwerpen
  • WANNEER: zaterdag 10 november 2018
  • FOTO: © Veerle Vercauteren