Het is geen nieuws meer dat het wereldvermaarde barokorkest La Petite Bande, dat reeds meer dan 40 jaar op inventieve wijze de ‘oude muziek’ dient, van de Vlaamse Gemeenschapsregering geen structurele subsidies meer ontvangt. Moeilijk om zo Kerstmis en Nieuwjaar te vieren?

Het is geen nieuws meer dat het wereldvermaarde barokorkest La Petite Bande, dat reeds meer dan 40 jaar op inventieve wijze de ‘oude muziek’ dient, van de Vlaamse Gemeenschapsregering geen structurele subsidies meer ontvangt. Moeilijk om zo Kerstmis en Nieuwjaar te vieren?

Een stille weldoener huurde de Henry Le Boeufzaal (Bozar, Brussel) af voor een galaconcert op maandag 9 december om het publiek en (vooral) gulle schenkers deel te laten nemen aan een uitvoering van het Weihnachtsoratorium van Johann Sebastian Bach (1685-1750). Een aantal lezers van ons webmagazine verdienden gratis kaarten dankzij hun juist antwoord op de vraag van onze Nieuwsbrief. Zij waren alvast enthousiast over het concert. Dat mochten we onder meer in enkele dankberichten die we ontvingen lezen. Was uw recensent ter plaatse ook enthousiast?

Grote namen uit de ‘oude muziek’

Het Weihnachtsoratorium is een repertoriumwerk voor zeer veel ensembles en jaarlijks kan je het op talloze plaatsen, in kerken en zalen gaan beluisteren. Gezien enerzijds de huidige situatie van La Petite Bande en anderzijds de aanpak door Sigiswald Kuijken, die kiest voor de kleine bezetting zoals Bach het zelf heeft meegemaakt aldus Kuijken, wilden we deze uitvoering zeker niet missen.

Jammer is dat men koos voor een maandagavond. Het is zowat de kalmste avond van de week en het is dan moeilijk om de mensen uit hun huis te krijgen, zeker als het koud is. Koppel dit aan toch te beperkte ruchtbaarheid voor dit prestigieus concert en dan krijg je te weinig publiek in de zaal. Zij die er waren, waren de (toekomstige) schenkers van gewone giften, mecenassen en zuivere liefhebbers van Bach en/of ons bekendste en zowat oudste barokorkest.

Sigiswald Kuijken kon rekenen op grote namen voor zowel het orkest als voor de solisten. Zo bijvoorbeeld speelde Benjamin Alard orgel, de broers Jean-François Madeuf en Pierre-Yves Madeuf speelden historische hoorn en trompet en Barthold Kuijken hoorden we op de traverso. Sigiswald Kuijken stond in voor de eerste vioolpartij. De zangstemmen: Sunhae Im (sopraan), Petra Noskaiová (alt), Stephan Scherpe (tenor) en Jan Van der Crabben (bas). Samen met de andere orkestleden stonden ze waarborg voor uren genieten van de zes cantates die samen het Weihnachtsoratorium vormen.

Welke bezetting?

Talloze teksten zijn er de laatste jaren verschenen en verschijnen nog, heftige discussies zijn en worden gehouden over wat nu de juiste aanpak is/moet zijn om de cantates en missen van Bach zo juist mogelijk uit te voeren. Kern van deze discussie is de bezetting. Hoeveel zangers? Hoe groot het orkest? Alleen solisten? Toch een koor? Slechts 2 instrumenten per lessenaar of toch meer? Kuijken is samen met andere collega’s overtuigd geworden dat het moet met een kleine bezetting. Dat dit een heel ander karakter geeft aan de muziek, beslotener, minder stralend, staat vast. Het verplicht tot anders luisteren, anders interpreteren, anders inleven.

La Petite Bande bracht in die kleine bezetting al de cantates  van Bach op cd uit – de laatste in deze reeks is onlangs verschenen en het is duidelijk dat het ensemble deze ‘nieuwe’ uitvoeringspraktijk in de loop der jaren danig onder de knie kreeg. We stellen vast dat het publiek ook meer en meer vertrouwd is geraakt met zowel de uitvoeringen door kleine bezetting als door grotere orkesten en koren, al dan niet met historische instrumenten.

Is dit zo historisch mogelijk uitvoeren de hoofdzaak? Ook daar kan men nog eeuwen over palaveren… Het belangrijkste is dat men de ziel van de muziek van het genie Bach zo eerlijk mogelijk en met overgave tracht te vertolken. De Schoonheid die hij zijn tijdsgenoten en onnoemelijk veel mensen door de eeuwen heen, nog vele eeuwen die na ons zullen komen, geschonken heeft, blijft Schoonheid zolang ze met waardering wordt vertolkt, in welke bezetting dan ook. Als het dan nog kan, zoals La Petite Bande het doet, kan er nog weinig stuk al zou het nog beter zijn, mochten we in de Thomaskirche in Leipzig kunnen gaan luisteren. De plaats waar deze muziek voor het eerst weerklonk.

Vooraf aan het concert

Voor het concert startte, luisterde het publiek naar toespraken van de manager van La Petite Bande, Geert Robberechts die de huidige financiële toestand toelichtte en kon aankondigen dat de Koning Boudewijnstichting een ‘Fonds La Petite Bande’ heeft opgericht. Schenkingen aan dit fonds kunnen ingebracht worden bij de belastingaangifte. Een goede zaak.

Esther Visser, een jonge Nederlandse violiste die les kreeg van Sigiswald Kuijken richtte, aangedaan door de moeilijkheden waarmee het orkest door de minister van cultuur Schauvliege is opgezadeld, een nieuwe vereniging ‘Vrienden Van La Petite Bande’ op. Giften aan deze vereniging zijn eveneens aftrekbaar van de belastingen. Nog een goede zaak.

De vrouw van Sigiswald, Marleen Thiers, bracht op haar beurt een korte voorstelling, of mogen we zeggen lezing, die vooral een ode was een De Schoonheid en het belang aan Schoonheid. Iets waar we zelf al meermaals op drukten en zullen blijven drukken: de Schone Kunstbeleving. Haar tekst leest u onderaan dit artikel. Kuijken gaf op zijn beurt enige toelichting over het oratorium zelf en het waarom van de keuze voor een kleine bezetting.

De uitvoering

U kent allicht de grootse inzet van het Weihnachtsoratorium. Zelfs met een kleine bezetting, klinkt het feest in alles door dankzij de rijke kleurschakkeringen, de weelde bij de strijkers, hout- en koperblazers, het orgel en de pauken gevolgd door het koor (hier de vier solisten) dat uitbundig zingt; “Jauchzet, frohlocket! Auf, preiset die Tage”. Meteen was de toon gezet. Je voelde een soort vreugde ontstaan bij het stille publiek dat geen vin verroerde. Ogen dicht en je kon je midden in de Thomaskirche wanen, ja meer nog, bij dat fameuze kribbetje…

De Evangelist werd gezongen door tenor Stephan Scherpe, ons tot dit concert onbekend was. Deze jonge Duitse zanger is uit het juiste hout gesneden om als evangelist te zingen. Heel fijne hoge tenor met voldoende dragend volume, precieze fraseringen, rijke vocalises met een sterke techniek. Hij is een geknipte oratorium- en liedzanger.

Sunhae Im kennen we als een van de favoriete sopranen die voormalig contratenor en huidig dirigent René Jacobs inzet voor onder meer zijn uitvoeringen van de Mozart-opera’s. Zelf ben ik niet de grootste fan van haar fragiel, wat kindachtig, klinkend stemmetje. Het is me te fijn en ietsje nasaal, wel zeer zuiver en enorm soepel. Ze heeft ook een groot inlevingsvermogen en zingt tekstbewust. Dat maakt veel goed.

Minder overtuigd waren we van de alt Petra Noskaiová. Haar tessituur is in de laagte niet zo goed hoorbaar, je moet de oren spitsen. Het duurde ook wat tot ze helemaal openbloeide. Pas na de vierde cantate konden we ze gaan genieten met een grote warmte en dragend volume als was het plots een andere zangeres.

De Vlaamse bas-bariton Jan Van der Crabben weet altijd weer breed ingevulde romige klanken te toveren uit zijn goed beheerste stem. Vloeiend Duits (minder goed bij de zangeressen) klonk en je zag hem ook genieten van een Bach die hem na aan het hart moet staan. Het kan gewoon niet anders.

Sigiswald Kuijken dirigeerde niet, maar gaf wel de inzetten aan waar nodig. Zelf speelde hij de eerste viool en de solopartij. Samen met het kleine orkest klonk alles zeer evenwichtig. Het was onmogelijk een instrument boven de andere te horen. Dit is een teken van grote professionaliteit waarover te weinig ensembles beschikken. Een reden te meer waarom dit orkest moet blijven.

Na de lange concertavond mocht La Petite Bande een langdurende staande ovatie in ontvangst nemen. Dit wat niet alleen een applaus voor een zeer fraaie uitvoering van Bachs Weihnachtsoratorium, dit was ook een applaus dat dankbaarheid uitstraalde voor al die jaren overgave en een applaus dat hoop gaf aan de toekomst van een ensemble dat nog vele jaren onder ons mag, nee, moet zijn en blijven.

Brussel, 9 december 2013. Gala Kerst Concert LPB.

Geachte Dames en Heren,

 

U ziet het, ik heb mijn concertkleed al aan en ja, ik ben de vrouw van Sigiswald Kuijken, en straks speel ik mee in het Weihnachts Oratorium van Bach.

U bent naar hier gekomen omdat u wilde "geven"…

En dan nog wel geven voor iets wat men niet kan vastnemen met de handen..

Inderdaad : puur geven voor de Schoonheid.

 

Maar…

Is dat wel verantwoord in een wereld vol miserie en ellende ?

Omdat ik – in de korte tijd die mij hier gegeven is – dit probleem natuurlijk terzijde moet laten, zal ik nu uiteraard alleen maar spreken over de schoonheid.

Want u bent voor de schoonheid van de muziek van Bach en voor de schoonheid van de interpretatie van LPB,  naar hier gekomen.

Ik plukte voor u wat wijsheden – die ook de mijne zijn ! – uit een boekje van de Frans- Chinese schrijver François Cheng over de Schoonheid.

De schoonheid bestaat, zonder dat ze noodzakelijk lijkt, ze is daar, en ze geeft de indruk overtollig te zijn.

 

Alle filosofen van het oude Griekenland geloofden al dat de schoonheid verbonden is met het sacrale. 

En inderdaad, het behoeft geen betoog dat de mens – in zijn tragische lotgevallen – toch zijn zin en zijn vreugde put uit de schoonheid.

 

De ware schoonheid schuilt vòòr alles in : 'het verlangen' en in 'de bezieling'.

Zij is inderdaad een verlangen, dat uit het binnenste van de mens, of uit het "Zijn" van de mens, ontspringt… als een onuitputtelijke fontein !

 

Wanneer de schoonheid waarachtig is en daarbij gewaarborgd wordt door de goedheid, dan kan met haar de hoogste graad van waarheid bereikt worden.

De schoonheid is dus de adeldom van het goede, de vreugde van het goede, het genot van het goede, en de uitstraling van het goede.

"De schoonheid als verlossing" zou ook de diepere betekenis kunnen zijn van de uitspraak van Dostojevski, die zei : dat de schoonheid de wereld zal redden.

 

En de Franse 19de eeuwse schrijver Alfred de Musset zei het zo :

"Schoonheid is alles.

Plato zelf heeft dat begrepen :

De schoonheid is op aarde het allerhoogste goed.

Om haar te ontsluiten werd het licht geschapen.

Schoon is alleen het ware.

Zonder angst voor lasterpraat zeg ik even goed :

alléén het schone is waar.

Zonder de schoonheid is niets waar."

(Tot hier Alfred Musset)

 

François Cheng, die dus ook tegelijk Chinees is, zegt dat de Chinese Kosmologie gebaseerd is op de " Adem" (met hoofdletter), die tegelijk stof is en geest.

Voor de Chinese mens is de Adem dus het "verborgene" dat blootgelegd wordt.

Dat verborgene wordt volgens hen bezield door die Adem.

Zo wordt de schoonheid dan een "verschijnen"…  

En door het verschijnen van de schoonheid worden wij dan ontroerd

 

De schoonheid wordt echter alleen  gezien door het lichaam, terwijl ze eigenlijk tot de ziel behoort.

Om deze bezielde schoonheid te bereiken is de kunstenaar altijd bereid om pijn en verdriet te doorstaan.

Hij is bereid gebrek en verlies te lijden, totdat hij helemaal wordt verteerd door het vuur van zijn handeling.

Hij weet dat de schoonheid niet zomaar iets is wat wordt gegeven, maar dat zij de hoogste gave is van wat geschonken wordt.

Voor de mens betekent zij dus een eeuwige uitdaging.

(Tot hier het gedachtengoed van François Cheng)

 

Beste Dames en Heren,

Voor Sigiswald en ik is LPB nu ook een eeuwige uitdaging aan het worden…

Wij doorstonden inderdaad sinds één jaar de pijn en het verlies van de subsidies voor LPB, maar onze uitdaging is nu om voor LPB te blijven vechten, opdat de jonge muzikanten die erin meespelen – en die heel veel houden van hun authentieke aanvoerder Sigiswald – nog toekomst zouden hebben samen met hem.

Maar ook willen we LPB verder laten evolueren en af en toe laten spelen onder de leiding van iemand anders, die een bijzonder talent heeft, zoals onlangs gebeurde met onze jonge klavecinist en organist, Benjamin Alard.

Het gaat hier vanavond dus niet alleen om Sigiswald, maar het gaat om de muziek en om de ware schoonheid !

 

Beste Dames en Heren, 

Ik denk deze avond ook aan een bijzondere Tante van mij, die noch man noch kinderen had, die welstellend was, en een héél groot hart bezat, en die van haar bezit gul uitdeelde aan al wie nood had.

Toen zij stierf stond er op haar gedachtenis prentje deze tekst van Kalil Gibran :

"Er zijn mensen die geven, en die geen pijn kennen bij het geven. Door hen verspreidt de glimlach van God zich over de aarde."

 

Beste Dames en Heren,

Moge uw gulheid voor La Petite Bande van deze avond – en van morgen en overmorgen en later nog – de glimlach van God over de wereld uitstrooien.

Dit is wat ik wens voor u… en voor LPB !

Ik dank u voor uw aandacht, en ik zie u straks terug tussen de muzikanten, en nadien – wie weet – bij de Bar ook ?

 

Marleen Kuijken- Thiers