Begin december gaf Florian Noack een middagconcert in het Brusselse MIM. Ik hoorde hem voor de derde keer in 2 jaar tijd, maar heb geen oren naar het spreekwoord "Alle goede dingen bestaan uit drie", want deze jonge Belgische pianist wil ik beslist nog "meemaken".

Begin december gaf Florian Noack een middagconcert in het Brusselse MIM. Ik hoorde hem voor de derde keer in 2 jaar tijd, maar heb geen oren naar het spreekwoord "Alle goede dingen bestaan uit drie", want deze jonge Belgische pianist wil ik beslist nog "meemaken".

Daar gaat het bij Noack om: hij neemt je mee in zijn pianospel, je maakt het mee, zowel als hij vast repertorium speelt als wanneer hij transcribeert.

Transcripties zijn, samen met minder bekend romantisch repertorium, zijn passie en zijn troeven. Zo zet hij een lange traditie verder. Zelfs de eerbiedwaardige Bach deed het in bijvoorbeeld zijn “16 Konzerte nach verschiedenen Meistern – BWV 972-987”. De grote mijlpaal was echter Franz Liszt die de piano een nieuwe rol toekende.

Nu is er Florian Noack, met ondermeer zijn eigen heerlijke bewerking van Tschaikovsky's balletsuite "Het Zwanenmeer" en van "Aleko" van Rachmaninov.

Meer nog, zijn transcripties trekken nu reeds de aandacht van grote pianisten die zelf specialist in deze materie zijn: Dmitri Bashkirov, Boris Berezovsky, Cyprien Katsaris. Deze laatste bewees in oktober jl.voor het Brussels Piano Festival zijn kunnen in een overdonderende eigen bewerking van het Keizersconcerto van Beethoven.

Twintig vingers…

Tijdens het recital in het MIM pakte Florian Noack uit met zijn visie op "Sheherazade" van Rimsky-Korsakov. Het was onthutsend om horen hoe hij met zijn lenige vingers het beginthema in brede Wagneriaanse opgaande akkoorden uit een wazige inleiding toverde, om het daarna, met schijnbaar gemak, met een veelvoud van thema's, motieven en loopjes om te spelen of beter, te verstrengelen. Wat ik altijd over Katsaris zeg, geldt nu ook Noack: hij lijkt twintig vingers te hebben, ten dienste van een immense muzikaliteit. Dat bleek vooral uit het einde van het vierde en laatste deel, de schipbreuk, waar je de golven hoog opvliegend of rustig uitdeinend bijna echt waarneemt.

Nog golven in “The Enchanted Lake” van Lyadov, waarin Noack zijn beide passies, transcripties en schier onbekende Russische pareltjes, volledig uitleefde.

Ook zijn Schumann bleek een perfecte keuze: de “Symfonische Variaties opus 13”. Zoals uit de titel blijkt, loert ook in dit werk het orkest om de hoek. En daarvan stopte Florian Noack alle sonoriteiten en het hele kleurenpalet in het klavier.

Chapeau voor deze amper 24-jarige zoon uit een muzikaal gezin, die de piano als kleuter van 4 ontdekte, op zijn twaalfde als jong uitzonderlijk talent de Muziekkapel Koningin Elisabeth binnen mocht, masterclasses volgde bij o.a. Abdel Rahman El Bacha, Dmitri Bashkirov, Vitaly Margulis en de betreurde Brigitte Engerer, die profetisch stelde: "Ik ben onder de indruk van zijn maturiteit, zijn enorme technische mogelijkheden, zijn intelligente en aangeboren muzikaliteit. Volgens mij staat een briljante pianistenloopbaan hier buiten kijf".

Na Belfius Classics en Grand Piano 2009 behaalde Noack de tweede prijs en de publieksprijs op het Rachmaninov Concours 2010, de derde prijs in de Koelner Klavierwettbewerb 2011, de tweede prijs in de Internationale Schumann Wedstrijd en de eerste prijs in het Karlobert Kreiten Concours. Hij vervolmaakt zich aan de Hochschule für Musik und Tanz in Keulen en heeft reeds enkele fel gesmaakte CD's op zijn actief.