QUARTZ. Het is de roepnaam van een nieuw internationaal strijkkwartetfestival in Sint-Truiden. Hoe internationaal precies, werd op de tweede avond van deze eerste editie heel snel duidelijk. Het GoYa Quartet Amsterdam beet immers de spits af. Met de slappe lach. Om nadien de Truiense Academiezaal in te pakken met een grenzeloos gedreven werk: het eerste kwartet uit het opus 41 van Robert Schumann. 

Laat ik u eerst even kennismaken met het GoYa Quartet Amsterdam. What’s in a name? Deze meidengroep leerde elkaar kennen in het Koninklijk Concertgebouworkest. Dat is één van de beste symfonieorkesten ter wereld. De Nederlandse trots in de branding, zo u wil. Hun mannelijke held is dan weer overduidelijk een Spaanse hof- en historieschilder wiens meesterwerken over de hele wereld verspreid raakten – quod non.  Maar zelf zijn de vier vriendinnen eigenlijk uit België, Cuba, Italië én Frankrijk afkomstig. Het kwartet wordt aangevoerd door Sylvia Huang, dit voorjaar nog strijkend onder Belgische vlag tijdens het Concours Reine Elisabeth. Ze gooide niet alleen hoge ogen, maar werd ook door het publiek aan het hart gedrukt. Zouden haar kamermuzikale avonturen daarbij geholpen hebben? Want al sinds het seizoen 2014-2015 is het GoYa Quartet in de weer met de opbouw van repertoire. Echt lang duurde het niet alvorens zij de buitenwacht met vaardige onverschrokkenheid én een diepgaande kennis van de partituur konden overtuigen. Handel met voorkennis, noemen ze dat. Zo leverde het viertal op 30 september 2017 deze live-prestatie af …:

Geniale rolverdeling

De uitvoering die u zonet hoorde, staat op eenzelfde niveau als de bejubelde opname die het Zehetmair Quartett in 2003 voor ECM realiseerde – toentertijd Album of the Year volgens het magazine Gramophone, álle mogelijke genres en categorieën inbegrepen. Hoe beide ensembles deze muziek aanvliegen, en wat ze allemaal uit de noten naar boven spitten: op buitengewone wijze werd de genialiteit van de componist hier geaccentueerd. Een mens zou dus voor minder naar Sint-Truiden afzakken om zoiets live mee te maken. In die achthoekige Academiezaal dan nog wel, gebouwd van 1843 tot 1845, waar samen met de studentikoze intimiteit ook de geest van Schumanns kamermuziek schitterend gedijt. En het festival QUARTZ dus voor de allereerste keer neerstreek. Geïnspireerd door B-Classic, en met het Quatuor Danel als geëngageerde spin in het muzikale web, beloofde het voor velen een boeiende driedaagse te worden (4-6 oktober 2019). De aula was op zaterdagavond ook letterlijk tot in de nok gevuld. Dat Mozart en Mendelssohn evengoed de affiche haalden, zat daar zeker voor veel tussen. Al reageerden de aanwezigen – en niet in het minst de immer enthousiaste gastheer Rick de Leeuw – uitgelaten toen de laatste noot van Mieczysław Weinbergs pianokwintet was uitgestorven. Een staande ovatie vielen de ontzettend aardige pianist Frank Peters en zijn strijdmakkers voor dit fascinerende oorlogsepos te beurt (1944). Dat ook het dromerige klarinetkwintet van Mozart met Danel en de zijnen een integere vertolking zou krijgen (1789), stond eigenlijk in de sterren geschreven. Superlatieven, laat staan woorden schoten deze zomer tijdens Festival Midis-Minimes tekort om de verstilde indruk van het Larghetto te omschrijven. Samen met hen sprong ditmaal Annelien Van Wauwe in het oor. Een eerste ontmoeting tussen beide, zo bleek, die haar in de geïnspireerde finale tot enkele verfijnde versieringen bracht (Allegretto con variazioni). Knap.

In kamermuziek speelt ieder zijn of haar rol; ga je door aandachtig naar elkaar te luisteren bovenal samen op ontdekking. Daarbij is het natuurlijk handig om jouw tekst in een oogopslag bij je te hebben. Bovendien blaas je al die meerstemmige muziek pas echt goed en wel leven in als ook de rolverdeling correct is. Een aanstekelijke slappe lach ontstak dus aan de start van de concertjesreeks, toen altvioliste Martina Forni op de parterre enige spraakverwarring aantrof. De hilariteit zinderde door de aula, terwijl zij haar instrument aan violiste Mirelys Morgan Verdecia aanbood. Vlug enkele blaadjes uitwisselen met het buurmeisje én de concentratie terugvinden. Want het ijs was dan wel onmiddellijk gebroken, er stond het GoYa Quartet Amsterdam met Schumanns grenzeloos gedreven eerste worp een zeer uitdagend, vierdelig parcours te wachten (1842). En een ronduit subliem Andante espressivo om dit alles in te leiden. Zo mysterieus en spannend deze aanhef klinkt, zo miraculeus raakten de vier dames langzaam met elkaar verweven en werd hun dialoog opgestart. Instant emotie. Pakkend. In het daaropvolgende Allegro, een magnifieke blend van melodie en ritme, liet celliste Honorine Schaeffer het niet na om de boel wakker te schudden, alvorens de hele bende van jetje gaf. Opschakelen naar het scherzo dan maar, dat een niet minder bevlogen karakter kreeg. Enkele intonatie-probleempjes zonken in het niets bij de urgentie die van dit fel geaccentueerde Presto afspatte. Het Adagio was dan weer vooral stilte voor de storm. Al geeft Schumann zeker ook hier ieder het zijne, wat een bijzonder indringend totaalplaatje opleverde. Daar draagt ook het bezielde slot ten langen leste toe bij (Allegro). En hoe? Doordat het kwartet op ontvlambare wijze met elkaar door het vuur ging. Elkaar daarbij soms temperamentvol in de rede viel. Om zich net voor het ultieme orgelpunt ook nog even breekbaar te tonen (Moderato). Zoals Forni het me in het publiek na afloop spontaan toevertrouwde: kwartetspelen geeft deze vier orkestleden “zuurstof”. Iets waarmee deze vier straffe vrouwen overduidelijk óók de wereld zouden aankunnen.

In inniger Verehrung

Schumann droeg zijn drie strijkkwartetten uit het opus 41 – “in inniger Verehrung” – op aan Mendelssohn. Het was diens Octet voor strijkers – festivalstuk én miraculeus jeugdwerk par excellence (1825) – waarmee QUARTZ de tweede dag besloot. Van bij aanvang van het Allegro moderato viel de energieke leiding op. Con fuoco dus, jazeker. Eens zoveel omdat het collectief quasi-rechtopstaand aantrad. Dat het GoYa Quartet zich in een iets ruimere formatie eveneens in haar nopjes zou voelen, stond wederom in de sterren geschreven. En dus volgde op een gracieus doorleefd Moderato een heerlijk springerig en gepointeerd scherzo (Allegro leggierisimo), datgene waar Mendelssohn uiteindelijk een patent op zou nemen. Door zo dicht bij de actie te zitten, was de uitwisseling van motiefjes extra prettig om volgen. Al die spitsvondigheid verleidde de toehoorders tot een vroegtijdig applaus. Als aanmoediging om er in het afrondende Presto nog een flinke lap op te geven? Aan overgave was er ook in deze laatste beweging alleszins geen gebrek. Hoe fijn moet het niet zijn om in deze onstuimige mallemolen mee te draaien … Blinkende oogjes spraken in dat verband boekdelen. Net als een prevelend “merci” van Huang richting haar twee rijzige buurmannen tijdens het aanhoudende handgeklap achteraf. Tot Marc Danel het plots welletjes vond, de boel nog een laatste keer oppookte, en iedereen met een opgewekt gemoed definitief richting foyer stuurde.

La Rochefoucauld wist het al in de 17de eeuw: “Les passions sont les seuls orateurs qui persuadent toujours.


  • WIE: GoYa Quartet Amsterdam [Sylvia Huang en Mirelys Morgan Verdecia (viool), Martina Forni (altviool), Honorine Schaeffer (cello)] – Quatuor Danel [Marc Danel en Gilles Millet (viool), Vlad Bogdanas (altviool), Yovan Markovitch (cello)] – Annelien Van Wauwe (klarinet) – Frank Peters (piano)
  • WAT: Robert Schumann (1810-1856) – Strijkkwartet in La mineur (opus 41 nr. 1) || Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) – Klarinetkwintet in La majeur (KV 581) || Mieczysław Weinberg (1919-1996) –  Pianokwintet in Fa mineur (opus 18) || Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) – Octet in Es majeur (opus 20)
  • WAAR: Academiezaal, Sint-Truiden
  • WANNEER: zaterdag 5 oktober 2019 – in het kader van het QUARTZ festival [4-6 oktober 2019]
  • FOTO’S: © Liesbeth Collin
  • ORGANISATIE: B-Classic i.s.m. CC De Bogaard