Het gebeurt elke woensdagmiddag in Brussel, en dit bijna een gans concertseizoen lang. Op de 8ste verdieping van het Muziekinstrumentenmuseum vindt er dan een fijn kamermuziekconcert plaats. Deze week sierde het strijkerstrio Fenix het programma. Beethoven is u natuurlijk bekend, maar geldt dat ook voor ene Jean Cras?

Al sinds mensenheugenis – 1948 om precies te zijn – zorgen de Brusselse Concerts de Midi voor een moment van muzikale verpozing in onze altijd drukke hoofdstad. Er tijdens de middag even volledig tussenuit op het werk met wat klassieke muziek, en dat voor een prikje: u moet dat echt waar eens proberen … Het komt uw arbeidsprestaties ongetwijfeld ten goede én u gaat er de rest van de dag fluitend mee door. Plaats van gebeuren is nu al enkele seizoenen het Muziekinstrumentenmuseum. Daar, op de 8ste verdieping van dat prachtige Old England-gebouw aan de Hofberg, bevindt zich een concertzaal met 200 plaatsen. Als ware het een klein Grieks theater, zit het publiek er in een halve cirkel rond de muzikanten. De sfeer is bijzonder intimistisch, ideaal voor kamermuziek dus.

Het programma van de Middagconcerten getuigt elk seizoen opnieuw van veel variatie. Nagenoeg alle genres komen aan bod, van het pianorecital en -trio over de meest uiteenlopende duo’s tot het strijkkwartet. Een combinatie die weliswaar veel minder frequent voorkomt, is het strijktrio. En dus was het concert van het TrioFenix deze week een niet te missen unicum. Dit Belgische triumviraat werd in 2006 opgericht en verenigt met Shirly Laub, Tony Nys en Karel Steylaerts drie docenten van het Koninklijk Conservatorium Brussel. Het ensemble speelt uiteraard de grote namen, maar kiest er bewust voor om deze aan minder gekende componisten te koppelen. Met naast Beethoven ook ene Jean Cras op de pupiters was dit concert een mooie getuige van deze filosofie.

Autoritair én sensueel

Er zijn zo van die genres in de muziekgeschiedenis die, om welke reden ook, nooit echt de kans kregen zich op volwaardige wijze te ontwikkelen. Het strijktrio, hoewel veel meer dan louter een afgeslankt strijkkwartet, hoort in dat rijtje thuis. Aan de enthousiaste inzet van Beethoven zal het nochtans niet gelegen hebben, aangezien hij in de eerste jaren na zijn aankomst in Wenen niet minder dan vijf werken voor deze bezetting componeerde. Het opus 9 bestaat uit drie strijktrio’s, waarvan het TrioFenix het laatste in de rij, en het enige stuk in de mineur-toonaard, selecteerde. “La meilleure de mes œuvres”, zo toonde Beethoven zich in een brief aan graaf von Browne – aan wie het drieluik was opgedragen – tevreden met het eindresultaat. De intens doorleefde manier waarop het TrioFenix zijn muziek vertolkte, had ongetwijfeld eveneens op de goedkeuring van de componist kunnen rekenen. Van de zuivere articulatie in de doorwerking van het Allegro con spirito over de heerlijke versmelting van timbres in het Adagio con espressione tot de niet aflatende energie in de finale (Presto): dit was een uitvoering die aan de ribben bleef plakken. De tempi waren doorgaans pittig en getuigden van veel branie. Dynamisch sprak uit het gestroomlijnde samenspel een grote eenheid van denken en handelen. En altviool en cello vertolkten hun brugfunctie afwisselend tot in de puntjes, waardoor met name het openingsdeel een bijzondere stuwing meekreeg. Dat het vurig geaccentueerde scherzo (Allegro molto e vivace) op een valse noot begon, was dus niet veel meer dan een accident de parcours.

Componeren kan men eigenlijk altijd en overal. Vraag dat maar aan de nu goeddeels vergeten Jean Cras. Deze Bretoen, een leerling van de grote liedcomponist Henri Duparc (1848-1933), combineerde zijn muzikale roeping met een succesvolle carrière als marineofficier. Menig compositie van zijn hand kwam op zee tot stand. Zo ook, in 1926, een vernuftig strijktrio, dat door zijn voortdurend wisselende stemmingen geen seconde verveelt. De volatiele eerste beweging – zonder tempoaanwijzing – klinkt eens spontaan en euforisch, dan weer timide en behoedzaam. Het TrioFenix wist deze verschillende karakters zeer treffend te vatten: soms breedvoerig en haast orkestraal, meestal afgelijnd en met een opvallend meticuleuze maatvoering. In het tweede deel (Lent), een buitengewone opeenvolging van bevreemdende muzikale sfeerstukjes, liet Laub zich van haar beste kant horen. Grote klasse hoe de primaria haar veeleisende partij fraseerde en daarbij zowel sensueel als autoritair op het voorplan trad. Pizzicato-liefhebbers konden dan weer hun hartje ophalen in de levenslustige derde beweging (Animé). Speelvreugde en fervente hartstocht gingen daarbij hand in hand. Spontaan applaus barstte na afloop los. Terecht. “Geluk is het verlangen naar herhaling”, zo wist de Tsjechische schrijver Milan Kundera. Welnu, het had vele toehoorders, inclusief mezelf, meer dan gelukkig gemaakt indien het drietal dit deel had hernomen. Maar tot een reprise kwam het na een bijwijlen dansant slot (Très animé) jammer genoeg niet meer. Mede daarom kan u deze muziek onderaan dit stuk beluisteren.

Bij wijze van afsluiter nog wat reclame voor het eerstvolgende middagconcert. Dan brengt het jonge Quatuor Kaliště klavierkwartetten van Mozart en Schumann. Wederom een concert om reikhalzend naar uit te kijken.


  • WAT: Ludwig Van Beethoven (1770-1827) – Strijktrio in c (opus 9 nr. 3) | Jean Cras (1879-1932) – Trio voor viool, altviool en cello
  • WIE: TrioFenix [Shirly Laub (viool), Tony Nys (altviool), Karel Steylaerts (cello)]
  • WAAR: Concertzaal Muziekinstrumentenmuseum, Brussel
  • WANNEER: woensdag 15 februari 2017
  • CREDIT FOTO: Tysje Severens
  • WEBSITE: http://www.concertsdemidi.be/nl/