Wat zou jij doen als je Mozart en Beethoven tegen het lijf zou lopen? Vol bewondering naar hen opkijken, natuurlijk. Als ik niet te verlegen zou wezen, zou ik hen vragen om een van hun pianoconcerto’s of symfonieën te spelen.

 

Wat zou jij doen als je Mozart en Beethoven tegen het lijf zou lopen? Vol bewondering naar hen opkijken, natuurlijk. Als ik niet te verlegen zou wezen, zou ik hen vragen om een van hun pianoconcerto’s of symfonieën te spelen.

Helaas zijn ze al enkele eeuwen uit ons leven en zal ik de kans niet meer krijgen het hen te vragen. Waar ik bijzonder verheugd over ben, is dat hun muziek nog altijd in onze muzikale aders stroomt. Zeker ook zo is het bij Jan Caeyers. Hij toverde met zijn jonge kamerorkest Le Concert Olympique op 19 maart 2014 deSingel om tot het Praag van de achttiende eeuw. En ja, Mozart en Beethoven stalen de show.

Als we onze muziekgeschiedenis kennen, dan zouden we moeten weten dat Praag in de achttiende eeuw een bloeiende handelsstad was waar kunst en cultuur eigenlijk op gelijke hoogte stonden met die van Wenen. Daarom gingen de volwassen Mozart en later ook de jonge Beethoven, hun geluk beproeven in Praag. Dat konden de Wieners natuurlijk niet vatten. Ze erkenden het werk van beide genieën niet voldoende.

Experimenteren, spelen en creëren

Terwijl de jonge Beethoven zijn eerste stapjes in de muziekwereld zette, naderde Mozart het einde van zijn levensjaren. Tijdens zijn eerste verblijf in Praag kende de Salzburger een groot succes met onder andere zijn Achtendertigste Symfonie die de bijnaam ‘Praagse’ kreeg.

Le Concert Olympique wilde het publiek dit werk niet onthouden en liet het de genialiteit van Mozart ontdekken. Mozart tast de muzikale grenzen af. Wat opvalt is dat deze symfonie slechts uit drie delen bestaat. De eerste beweging opent met een bombastische klankkleur die zich overtrekt naar een allegro dat zich kenmerkt met lange halen. De enorme contrapuntische complexiteit zorgt ervoor dat er gemusiceerd werd tot op het puntje van de stoel. Het andante staat in scherp contrast met het allegro. Toch behoudt de tweede beweging een zekere expressie. De finale lijkt wel op spielerei tussen fluit en viool. Dirigent Jan Caeyers begrijpt Mozart al langer dan vandaag en hij dreef het orkest tot het uiterste.

Klepper van formaat

Toen Mozart zijn vruchtbare jaren in Praag achter de rug had, zette ook de toen nog jonge Beethoven zijn zinnen op deze stad. De grote droom van de grondlegger van de romantische stijl was om pianovirtuoos te worden, maar hij richtte zich uiteindelijk ten volle op het componeren. Tijdens zijn eerste stop in de cultuurstad schreef hij ‘Ah! Perfido!’, één van de kleppers onder de concertaria’s. Daar mochten wij, luisteraars, tijdens dit concert getuigen van zijn.

De concertaria van Beethoven staat in scherp contrast met de concertaria ‘Ch’io mi schordi di te’ van Mozart, die we later op de avond ook te horen kregen. Beide aria’s werden gezongen door Lenneke Ruiten. Met haar bejubelde debuut in 2013 bij de Staatsoper Stuttgart, heeft ze grote indruk gemaakt bij orkesten als de Wiener Philharmoniker, The English Baroque Soloists, The Monteverdi Choir, … Vanavond mocht ze met Le Concert Olympique haar dynamische stem laten horen als ‘muze’ van Mozart en Beethoven. 

Ondanks dat beide concertaria’s over de klaagzang van een radeloze vrouw gaan, zijn ze in geen enkel opzicht met elkaar te vergelijken en vormen ze eigenlijk elkaars tegenpolen. In ‘Ah! Perfido!’ krijg je de meer emotionele kant van Beethoven te horen, die later ook de romantiek kenmerkte. De expressie en het grote contrast in dynamiek zijn opvallende details in het werk van Beethoven. In tegenstelling tot deze concertaria, hoor je de frivoliteit van de sopraan bij Mozarts ‘Ch’io mi schordi di te’. De meer ingetogen expressie valt hier op. De getemperde emoties worden verbloemd. Het maakt het moeilijk voor de sopraan om aan te sluiten op de technische complexiteit van de pianopartij. Hier wordt ze eer aangedaan en zo hoort het.

Beethoven baart kunst

Beethoven zou geen Beethoven zijn zonder pianoconcerto’s. Dat weet Jan Caeyers maar al te goed. Hij koos voor het Tweede Pianoconcerto, dat tijdens Beethovens tweede verblijf in Praag uitgevoerd werd. In de ‘vroege’ pianoconcerto’s (er zijn er maar vijf) van Beethoven kom je vaak Mozart tegen die hier zijn stempel tien jaar eerder al op had gedrukt.

De solist die vanavond het orkest vervoegde, heeft ongetwijfeld Beethoven al een aantal keer in zijn dromen ontmoet. Sinds 2008 legt François-Frederic Guy zich specifiek toe op het werk van Beethoven. Daarmee is hij uitgegroeid tot een van de meest veelbewogen pianisten van zijn generatie.

De eerste beweging, het Allegro con brio, gaf je een opgeblazen gevoel dat naderhand verdween in een lyrische zinsnede van de strijkers. Nadat de inzet van het orkest, treedt de solist binnen met zangerige loopjes, kenmerkend voor de jonge Beethoven. In de tweede, meer langzame beweging, het adagio, hoor je invloeden van Mozart, maar ook de virtuositeit van Beethoven.

In de finale voelde ik me als op een groot bal. De dansende elementen hadden een grote invloed op de pianopartij. Aan het einde brengt de solist het orkest, bij wijze van spreken, op een ander spoor door een schijnbaar ‘verkeerde’ toonaard aan te geven. Later werden dergelijke modulaties een kenmerk in Beethovens repertoire.

Tijdens dit concert stalen twee grote heren de show: Beethoven en Mozart. Ze worden nog altijd op handen en voeten gedragen door het publiek. Dirigent Jan Caeyers en zijn Le Concert Olympique droegen er, samen met de solist, deze avond hun muzikaal steentje aan bij.  Ze hebben ons laten proeven van de uitzonderlijke muziek die onze geschiedenis rijker heeft gemaakt.

Als het aan mij lag, mocht Le Concert Olympique mijn avonden vullen met werken van muzikale koningen, ik zou er nooit genoeg van krijgen. Ik word er alleen maar wijzer van, en ik mag hopen u ook.