Bozar nodigde Ton Koopman uit met z’n Amsterdams Baroque Orchestra en in Flagey was het Collegium Vocale Gent de genodigde. Zonder z’n Phillipe Herreweghe maar mét  Christoph Prégardien. Als dirigent dit keer. Dat het genieten zou worden, kon je op voorhand wel weten. En het is natuurlijk verleidelijk om de twee uitvoeringen te vergelijken. Oké, hier gaan we dan.

De opening is genoegzaam bekend, met dat spetterende “Juicht en Jubelt”. Het verhaal is bekend genoeg. In een notendop zit het ook in al die bijna vergeten kerstliedjes over de “herdertjes lagen  bij nachte …” Maar als het Amsterdam Baroque Orchestra van Ton Koopman met dat openingskoor inzet, dan word je toch anders van je sokken geblazen dan door mooie kerstliedjes. Overweldigend altijd, niet zozeer door een keiharde inzet – alhoewel het koor luider klonk dan het orkest – maar door die schittering in de samenklank van pauken, trompetten en houtblazers ondersteund door vurige strijkers onder leiding van een enthousiaste dirigent.

Ton Koopman: “Ja, enthousiast, hoe kan het anders, van het moment dat je beroep je hobby is en je je daar in kunt uitleven, wat is er mooier dan  dat te doen. Ik ben net 75 geworden maar ik voel me geen 75. Het is heerlijk om met jonge mensen muziek te maken. Muziek is harmonie en in die harmonie moet er plezier zijn om met mekaar muziek te maken.  Maar er moet ook durf zijn, niet zomaar lekker doen, nee, je moet durven risico nemen, gaan voor de muziek en als dat lukt, is het heerlijk.”

Die harmonie was er en dat stuwende barokritme ook. Koopman heeft weliswaar de naam om onstuimig te zijn, maar  zijn barokspecialisten namen dit keer toch een nog aannemelijk tempo al miste ik helderheid. Als ik ’s anderendaags het Collegium Vocale hoorde was er ook die harmonie net als die stuwende kracht, maar minder ‘hard’ klinkend misschien, meer ‘dansant’. Zoekend naar een woord om die andere stijl te typeren kom ik alleen uit bij ‘beheersing’: die zuivere afwerking, niet enkel onstuimigheid. Het Amsterdam Baroque Choir,  dat Koopman pas in 1992 oprichtte,  klonk prachtig en zijn solisten ook, vooral tenor Tilman Lichdi. Maar het Collegium Vocale klinkt toch zo perfect homogeen onder leiding van gastdirigent Christoph Prégardien, met  zoon, tenor Julian, opgenomen als verteller evangelist in het koor. Julian Prégardien: “Dat is wel heel bijzonder, ja, ik zie mijn vader wel dirigeren maar durf hem bijna niet aankijken…”. En vader Prégardien? “Ja, dat kan ik geloven, dat is ook voor mij zeer emotioneel. Dat hij onder mijn leiding die evangelistenrol  zo prachtig vertolkt is voor mij echt een bijzonder kerstgeschenk”.

Er zijn de gedragen recitatieven, Ton Koopman ondersteunt ze zelf, rechtstaand aan het orgel, er zijn de opeenvolgende koorpartijen en ook  de aria’s. Bach schreef weliswaar geen opera’s, maar zijn aria’s moeten voor geen enkele operacomponist onderdoen. In de tweede cantate komt er zo’n wonderlijke aria, “Frohe Hirten…”. In de melodielijn van de tenor Julian Prégardien, samen dialogerend met de traverso van Patrick Beuckels, hoor je de dartele schaapjes huppelen richting kindje Jezus. Ook zo in dat lange wiegeliedje “Schlafe mein Liebster”. Bij Koopman gezongen door de prima alt Franziska Gottwald, maar bij Collegium Vocale door rijzende ster bij de contratenoren, Alex Potter. Wat een andere ervaring.

Waar de tweede cantate begon met een Sinfonia start de derde cantate alweer heel opgewekt met orkest en koor, gevolgd door een  merkwaardig duet met iets waar Bach zo’n meester in is : stemmen verweven met mekaar én met zijn geliefde houtblazers. In dat duet voor sopraan en bas bijvoorbeeld “Herr dein Mitleid…”. En even later in die aria voor de alt, in gesprek  met de viool. Dat zo gevarieerd en  melismatisch spelen met  de mensen en middelen die hij voor handen had. Ook de vierde cantate heeft een openingskoor, dit keer met die mooie maar vaak onzekere klank van de hoorns, zeer hoorbaar bij de Amsterdammers. En dan die onvolprezen echo-aria, voor sopraan, ‘echo sopraan’ en hobo. Het moet gezegd, het Collegium uit Gent heeft hier toch een ruime voorsprong met hun hoboïsten en dit keer niet alleen  met  Marcel Ponseele. Collega en oud-leerling van hem Timothée Oudinot soleerde hier buitengewoon. Als er nu één instrument is dat je hét Bach-instrument kan noemen, is het toch wel de hobo ? Marcel Ponseele: “Bach had een heel goeie hoboïst, ook stadsmuzikant, en  de mooiste literatuur die voor dat instrument geschreven is, heeft Bach eigenlijk voor die man geschreven. Ik ben blij dat die literatuur bestaat want na Mozart, ja die heeft er nog een concerto voor gemaakt, verdween dat helemaal in de 19de eeuw.” Ton Koopman kan het alleen maar beamen: “Als je denkt dat Gleditsch, de man die al die stukken van Bach voor het eerst gespeeld heeft, als een gek moet gestudeerd hebben… Maar wat een geweldig leven had hij! Al die mooie stukken als eerste kunnen uitvoeren en dan nog met zo’n geniale dirigent erbij als Bach !”.

De lenige zwierigheid waarmee de 75-jarige Koopman dirigeert staat bijna haaks op de rustige zekerheid waarmee Christoph Prégardien voor het Collegium Vocale staat. Allemaal professionele barokspecialisten, maar zou het bij Bach ook zo professioneel geklonken hebben ? Ton Koopman : “Ik denk het wel, want Bach was een genie en een genie kan niet accepteren dat iets middelmatig is. Dat kunnen wij, arme mensen wel….”. Alhoewel zijn echte beroep zanger is, is ook Christoph Prégardien dolgelukkig om voor zo’n uitgelezen gezelschap te staan. “Ik heb veel met Herreweghe als zanger samengewerkt en die kennis en ervaring die ik met hem heb opgedaan wil ik ook doorgeven als  ik voor zijn zangers en orkest sta. Ik doe het graag en het geeft me een goed gevoel dat te kunnen doen”. Voelt hij zich dan als Stellvertreter, plaatsvervanger  van Herreweghe ?  “Absoluut niet, die pretentie zou ik me niet durven aanmatigen. Maar Philippe heeft dit jaar zoveel werk met de 50ste verjaardag van het koor dat hij het mij gevraagd heeft. Het is een geschenk en ik ben er dankbaar voor”.

In Bozar houdt Koopman het bij vier cantates van de zes,  in een avondvullend programma. In Flagey bracht het Collegium Vocale alle zes cantates, opgedeeld in een namiddag- én een avondconcert. Zo konden we in  die vijfde cantate nog eens volop genieten van Peter Kooij in de aria ‘Erleucht auch meine finstre Sinnen’, voor bas en die hobo d’amore van Marcel Ponseele, én even later van het prachtig terzetto ‘Ach, wenn wird die Zeit…’ voor sopraan (Hana Blazikova), contratenor en tenor. In het laatste deel kwam er met het slotkoor nog eens die reminiscentie aan dat fameuze ‘hoofd vol bloed en wonden’. Een van de vele voorbeelden van die recyclerende ofte ‘parodiërende’ Bach. Het geheel wordt stevig beëindigd met de koperblazers, zoals in het begin van het kerstoratorium.

Het publiek apprecieerde die jonge tenor Julian Prégardien met een stevig applaus maar deed dat absoluut ook voor de overige zangers, het hele koor en de orkestleden. Bij Bozar en Koopman klonk het applaus luider, maar er kan daar natuurlijk ook meer volk binnen. Bij Koopman kon er een kerstliedje als toemaat van af. In beide gevallen hing er tijdens de uitvoeringen een bijna gewijde stilte die je niet zo makkelijk vindt bij concerten met 19de eeuwse muziek. Zo eren Bachfans  hun meester en niet voor niks steeg zijn  Weinachtsoratorium in Klara’s Top 100 van dit jaar van 8 naar 5.

Slotappreciatie ? Collegium Vocale wint bij mij op punten van het Amsterdam Baroque Orchestra. De onstuimige dirigeerstijl van Koopman werkt aanstekelijk, maar met die sobere aanpak van Christoph Prégardien merk je dat hij in de leer is geweest bij Herreweghe. Het was enerzijds opgewekt en anderzijds ingetogen, maar in beide uitvoeringen zorgden voor een schitterend weekend.


  • WAT : Weihnachtsoratorium BWV 248, J.S Bach, cantaten I-IV
  • WIE : Amsterdam Baroque Orchestra en Amsterdam Baroque Choir, leiding Ton Koopman en  solisten Martha Bosch (sopraan), Franziska Gottwald (alt), Tilman Lichdi (tenor) Klaus Mertens (bas).
  • WAAR : BOZAR, Brussel
  • WANNEER : vrijdag 14 december 2019
  • FOTO: mt

  • WAT : Weihnachtsoratorium BWV 248, J.S Bach, cantaten I-VI
  • WIE : Collegium Vocale Gent, leiding Christoph Prégardien met solisten Hana Blazikova (sopraan), Alex Potter (contratenor), Julian Prégardien (tenor), Peter Kooij (bas).
  • WAAR: Flagey, Brussel
  • WANNEER : zaterdag 15 december 2019
  • FOTO: © Roger Creyf