Ze is picture perfect, en kan stevig overweg met vier snaren. Wat heeft een meloman dan eigenlijk nog meer nodig om naar Hasselt te sporen? Een gevarieerde playlist met naast Bach en Philip Glass ook Arvo Pärt, Uno Helmersson en ene Peter Gregson doet de intrige in ieder geval toenemen. Relaas van een timelapse tussen barok en minimalisme op de derde editie van het Nordic night(s) festival. 

Keeping classical music in the mix at the forefront of contemporary art: het is een nobel streven waar Mari Samuelsen graag mee haar frêle schouders onderzet. Maar hoe doe je dat dan? In het geval van de Noorse violiste door bewust een brug te slaan naar muziek uit films en populaire tv-series en inspiratie te zoeken bij hedendaagse componisten als Ólafur Arnalds, Jóhann Jóhannsson en Max Richter. Met een weinigzeggend containerbegrip worden de muzikale kronkels van deze heren tot de post-klassiek gerekend. IJle strijkers, quasi-improvisatorische pianoriedels en een flinke scheut elektronica leveren de ideale soundtrack voor wie sfeer en verstilling zoekt. Het album Nordic Noir dat Samuelsen vorig jaar op het Decca-label uitbracht, past perfect in dit plaatje. Het werd ook meteen naar de top van de Noorse hitlijsten gekatapulteerd. Opnames met klassieke muziek die het goed doen bij een breder publiek: ze zijn zeldzaam en dus te koesteren.

Op Nordic Noir figureren componisten als Uno Helmersson en Arvo Pärt die ook op de gevarieerde playlist van vanavond stonden. Toch was het concert allesbehalve een makkelijk doorslagje van wat u en ik ook thuis op cd hadden kunnen beluisteren. Uiteraard mocht Helmerssons bezwerende Timelapse niet ontbreken. Het is dé hit van het album en naar eigen zeggen ook de favoriete song van Samuelsen zelf. Geen wonder dus dat het ook nog eens als toemaatje werd gespeeld. Maar voor het overige waren het allemaal nummers die niet op de plaat terug te vinden zijn. Zo opende Samuelsen, de felle spot alleen op haar gericht, met de befaamde Chaconne van Bach. Van een grillige binnenkomer gesproken. Wie zich voor anderhalf uurtje easy listening had opgemaakt, kwam dus algauw bedrogen uit. Paradoxaal genoeg liet onze bevallige blondine het er allemaal zo moeiteloos uitzien. Haar vingers dartelden op magische  wijze over de snaren. Een uitgekiende articulatie stond de natuurlijke flow van het stuk nimmer in de weg. En wat dan te schrijven over de sublieme sonore rijkdom die Samuelsen uit haar Duke of Edinburgh Stradivarius wist te puren. Naakt en tegelijk o zo complex: dit is barokmuziek die mijlenver afstaat van het minimalisme dat nog zou volgen.

Eenzame engel

Speciaal voor deze derde editie van Nordic night(s), een vierdaags multidisciplinair kunstenfestival dat de culturele dialoog tussen het Noorden en onze regio wil intensifiëren, bracht het CCHA Mari Samuelsen met Casco Phil in contact. Het Belgische kamerorkest onder leiding van Ben Haemhouts vierde begin dit jaar zijn tiende verjaardag en begeleidde attentvol, inclusief delicate fraseringen, zin voor expressie en bovenal een goed oor voor dynamische nuance. Een vroeg hoogtepunt op deze manier was het hypnotiserende Echorus van Philip Glass (1995) – één van Samuelsens lievelingscomponisten – waarin zij zowel met concertmeester Maximilian Lohse als het ensemble een steeds indringender wordende paringsdans uitvoerde. Eenzelfde meerstemmige verstrengeling, zij het dan op een iets meer intieme schaal, deed zich ook voor tijdens de uitvoering van Bachs vijfde prelude en fuga uit het eerste boek van Das Wohltemperierte Klavier (BWV 850) en de daaropvolgende Invention (BWV 784). Maar het eerste échte kippenvelmoment was dan al even achter de rug. Daarvoor tekende ene Peter Gregson: een Schotse cellist van begin de dertig die recent de suites van Bach in een gedurfd nieuw jasje stak, maar dus ook niet te beroerd is om zelf stukken te schrijven. Zijn Sequence (Four), waarin Samuelsen opvallend genoeg de magnetiserende rol van de synthesizer voor haar rekening nam, blijft in het geheugen gegrift door de gevoelsvolle manier waarop Casco Phil zijn intrede maakte. Komt repetitieve ambient door de aard van het beestje soms koud en berekend over, dan was dit hier allerminst het geval.

Scandinaviërs hebben geen monopolie op Noordse muziek. “Je hoort de wezenskenmerken bijvoorbeeld ook terug in werk van componisten uit de Baltische staten […]”. Samuelsen illustreerde haar woorden uit het programmaboekje met werk van de Let Pēteris Vasks en de Est Arvo Pärt. Lonely Angel (2006), Vasks poëtische meditatie voor viool en strijkorkest, koppelt spookachtig gemijmer aan tijdloze eenvoud en werd niet alleen zeer ingetogen gespeeld, maar ook fijnzinnig geëscorteerd. Eenzelfde spirituele onthechting klonk bijwijlen ook in Fratres (1977) door, al spoort Pärt door het gaussiaanse opzet van zijn ingenieuze variatiereeks de musici expliciet aan om naar een energieke climax toe te werken. Door de combinatie van een soepele boogvoering en een snijdende toonvorming werd de spankracht meermaals opgeschroefd. Even fascinerend was het om vervolgens vast te stellen hoe het ensemble geleidelijk aan de sereniteit terugvond. “Fratres is a work I feel very close to. It’s under my skin”, zo getuigt Samuelsen. En na deze vertolking allicht ook onder dat van vele toehoorders.

Het concert eindigde met Jóhann Jóhannssons Good Night, Day: een melancholische afsluiter én een pakkend eerbetoon aan de eerder dit jaar onverwachts overleden IJslander. Het publiek bedankte de muzikanten met een staande ovatie. (Post-)klassiek heeft een bruisende toekomst. En een al even meeslepend verleden. Zoveel is na deze avond wel zeker.


  • WAT: Nordic Noir + minimalistic baroque – werk van onder anderen Jóhann Jóhannsson (1969-2018), Philip Glass (°1937), Uno Helmersson (°1977), Peter Gregson (°1987) Arvo Pärt (°1935) en … Johann Sebastian Bach (1685-1750).
  • WIE: Mari Samuelsen (viool) | Casco Phil o.l.v. Ben Haemhouts
  • WAAR: Cultuurcentrum Hasselt (CCHA)
  • WANNEER: vrijdag 26 oktober 2018 – i.h.k.v. Nordic night(s), derde editie van het multidisciplinair festival ter meerdere eer en glorie van het (Hoge) Noorden
  • FOTORIGHT: © Kaja Bruskeland & Tom Herbots