Mechelen hoort opnieuw stemmen, en wat voor stemmen deze keer. Op de vooravond van hun vijftigste verjaardag bezoeken de King’s Singers Mechelen. In een selectie van nummers uit hun vroegere repertoire brengen ze ons een beeld van het beginnende Tudoriaanse Engelse rijk. De King’s Singers van deze generatie zijn: Patrick Dunache (contratenor), Timothy Wayne-Wright (contratenor), Julian Gregory (tenor), Christopher Bruerton (bariton), Christopher Gabbitas (bariton) en Jonathan Howard (bas).

De King’s Singers werden bijna vijftig jaar geleden opgericht aan het King’s College te Cambridge en ontleenden er hun naam aan. Doorheen de jaren wijzigde de bezetting maar ze stonden steeds garant voor verbluffende zang. Hun repertoire gaat van klassiek tot populaire muziek en hun albums gaan van het traditionele kerstliederen album tot covers van bekende popsongs maar ze schuwen ook het serieuze klassieke werk niet.

Met Royal Blood strijken ze neer te Mechelen. De Sint-Pieter & Paulkerk was het décor voor dit optreden. De barokke kerk was het – eerder sobere – decor voor de uitvoering. De akoestiek was niet optimaal, zeker niet voor de gesproken bindteksten maar de organisatie voorzag een tekstbundel voor alle liederen waardoor toeschouwers konden meevolgen. De keuze van de liederen – zowel religieus als seculier – schetsten een beeld van het leven aan het Britse hof en op de Engelse samenleving in het algemeen ten tijde van Henry VIII.

In het eerste deel van het concert kregen we een keure aan componisten gelinkt aan deze periode. Naast Henry VIII zelf, horen we Britse componisten zoals Byrd en Tallis. Waar die eerste het heeft over het plezier in de jacht en het liederlijk leven in het algemeen, geven Byrd en Tallis ons een inzicht in het verscheurde Engeland waar zij als katholiek componist zich zorgen maakten om de opmars van het anglicanisme en het verdrukte eigen geloof. Clement Janequin en Orlandus Lassus brengen ons dan weer terug naar het wereldlijke. Vooral de uitvoering van Janequin’s “Guerre” toonde de veelzijdigheid van de groep aan met een weergave van de verschillende geluiden op en rond het strijgewoel. Een duidelijk enthousiasme bleek uit hun impressies van flitsende pijlen en kanongebulder. Als eigentijdse vreemde eend kreeg ook Benjamin Britten een rol in dit eerste deel met zijn visie op het leven van de Elisabeth I, Gloriana. Ook hier kregen we een staalkaart van sterk vocaal werk met zangpartijen die probleemloos een bergriviertje lieten weerklinken om al even vlot een impressie te geven van boerenmeisjes of ruigere vissers en plattelandsbewerkers.

Het tweede deel bestond uit een meer eigentijdse compositie op teksten van John Donne. De composities van Richard Rodney Bennett vielen qua stijl enigzins uit de toon met het eerste deel; de teksten daarentegen sloten feilloos aan. Donne, die in zijn jonge jaren als metaphysical poët het liederlijke leven in al zijn facetten bezong, was als volwassene Deken van St-Paul’s cathedral in London. Het was zeker een technisch erg knappe uitvoering maar ze bekoorde minder dan het eerste deel.

Encore!

Als extraatjes kregen we twee nummers te horen uit de CD die verwacht wordt eind dit jaar om het feestelijke jaar in te zetten. De spiritual “Down by the riverside” werd uitgebeend en ontdaan van veel van de traditionele franjes en deed in niets meer denken aan de katoenplantages. Een tweede nummer “Some folks’ lives roll easy“, een bewerking van het nummer van Paul Simon kon evenmin begeesteren. Deze encores pasten niet echt met het voorgaande concert waardoor ze wellicht aan kracht moesten inboeten.

Met de finale afsluiter, Greensleeves, werd de cirkel gesloten en kwamen we terug in de periode waar we begonnen waren. Een klassieker binnen het genre werd magistraal gebracht en liet het voorgaande bis-werk ver achter zich.


  • WAT: Mechelen hoort stemmen, Royal Blood
  • WIE: The King’s Singers
  • WANNEER: Woensdag 3 mei 2017
  • WAAR: Mechelen
  • FOTO: © Mechelen hoort stemmen