Op 30 november vond in de Schouwburg van Leuven het lustrumconcert plaats van ’t Muziek Frascati. Trouw aan de visie van dit semi-professionele orkest, bestond de programmatie uit toegankelijke werken zoals een selectie uit “Des Knaben Wunderhorn” van Mahler en de symfonie “Uit de Nieuwe Wereld” van Mahler.

Voor de gelegenheid van hun eerste lustrum schreef de hedendaagse Vlaamse componist Pieter Schuermans “Festive Ouverture”, waarmee het concert aanving.

Ook deze feestelijke ouverture van Schuermans (°1970) kan omschreven worden als een toegankelijk werk. Naar eigen zeggen evolueerde hij van een avant-gardistisch klankidioom naar publieksvriendelijker composities, een transitie die we bij veel hedendaagse toondichters opmerken. Hij concentreert zich vooral op het spelen met tijd, ritme en metrum, een onderwerp waarmee hij momenteel doctoreert. Dat was ook te horen in deze ouverture. Het in onze Westerse muziek vrij ongebruikelijk metrum 5/4, uiteraard verwijzend naar het eerste lustrum, en polymetriek maakte van deze creatie geen gemakkelijke opgave voor het orkest, dat zich trouwens behoorlijk van zijn taak kweet onder de deskundige leiding van dirigent Kris Stroobants.

Uit “Des Knaben Wunderhorn” van Gustav Mahler (1860-1911) hoorden we vijf van de vijftien orkestliederen, met mezzosopraan Annelies Dille als soliste. In tegenstelling tot veel van Mahlers oeuvre zijn dit licht verteerbare liederen, gebaseerd op Duitse volksliederen, uitgegeven in het begin van de 19de eeuw. We werden er zelfs in deze sombere herfsttijden opgewekt van, mede door de uitstekende vertolking van Dille, die zich inleefde in de teksten.

Een andere uiting van romantisch nationalisme vinden we normaal gezien bij de Tsjechische componist Antonin Dvorak (1941-1904), maar voor de symfonie nr. 9 in e liet hij zich inspireren door de Verenigde Staten: “Uit de Nieuwe Wereld”. Het werd zijn populairste werk. Over het algemeen werd het een gesmaakte uitvoering met de nodige dynamiek, maar af en toe schortte er wat aan de balans zodat sommige instrumenten verdronken, een euvel dat we al hadden opgemerkt bij “Des Knaben Wonderhorn” waarbij de mezzosopraan soms moest opboksen tegen een iets te luid orkest. Ook de intonatie van vooral de violen is nog voor verbetering vatbaar en bij wijlen missen we wat diepgang. Musiceren in de Leuvense Schouwburg moet trouwens geen pretje zijn vanwege de kurkdroge akoestiek.

Dat aan de kwaliteit van het orkest gewerkt wordt, staat als een paal boven water: ’t Muziek Frascati is immers opgevat als een pedagogisch project, volgens dirigent Kris Stroobants, en wil orkestervaring aanbieden aan goede amateurs en preprofessionelen. Daarbij vindt coaching plaats op drie niveaus: individueel, partieel (bijvoorbeeld strijkers of houtblazers) en tutti. Er is een kern van professionelen in het orkest, waarvan de anderen kunnen leren, en die zelf ook sinds 2011 een eigen kamerorkest vormt, namelijk Collegium Frascati, dat binnenkort op concertreis naar China vertrekt.