Nominatie Gouden Label Jong Talent – Het is een publiekstrekker en het mag, het altijd weer ontroerende Stabat Mater van Giovanni Batista Pergolesi (1710-1736). Het is de weemoed, de stille en tranende pijn van de lijdende Moeder die haar Zoon ter dood gebracht ziet, die door de stervende Pergolesi – hij leed aan tuberculose en stierf enkele dagen na de voltooiing van dit werk – op de meest sublieme wijze getoonzet werd.

De dood van een kind raakt altijd weer ook als is het kind geen kind meer, is voor een ouder altijd een van de grootste drama’s. Wat ook bijzonder schrijnend moet zijn, is als jong mens, wanneer het leven u moet toelachen, wanneer de toekomst veelbelovend is, je weet dat je dagen geteld zijn. Nee, niemand wil dat jonge mensen ons verlaten. Telkens dit gebeurt zijn we wat boos, het komt oneerlijk over. En toch is er ook een vorm van vreugde aanwezig, deze van de herinnering aan de mooie jonge dagen, het uitkijken naar wat allemaal komen zal. De tekst van het laatste duet in het Stabat Mater is zeer toepasselijk op Pergolesi zijn laatste dagen. De muziek die hij hierop toonzette, komt dan ook zeer persoonlijk over. “Wanneer mijn lichaam zal sterven, maak dat mijn ziel gegeven wordt aan de glorie van het Paradijs!”. Dubbele gevoelens, over heel de lijn, die de jonge componist verwerkte in zijn Stabat Mater.

Wij luisterden twee keer. Een keer in Leuven, een keer in Vorselaar.

Hildebrandt Consort

Het programmaboekje van de uitvoering door het Hildebrandt Consort in de Sint-Geertruikerk in Leuven, geeft een leerrijk overzicht weer over het Stabat Mater op zich en hoe het uiteindelijk deel werd van de katholieke liturgie. Tekstschrijfster Nicole Van Opstal (Klara) gaat ook dieper in op de compositie van Pergolesi. Een tekst om even op te vragen en door te lezen.

Voor de orkestrale begeleiding werd gekozen voor een enkelvoudige bezetting per instrument met als solisten sopraan Greet De Geyter en altus Clint van der Linden. Wouter Dekoninck, vorig jaar nog laureaat Gouden Label Project, leidde het geheel in goede banen.

Het werd luisteren naar een gracieuze uitvoering vol esthetiek en elegantie, maar ook geladen met het drama, diepte in treffende ontroering in zeer volgbare tempi die het geheel nog begrijpelijker en inhoudelijk sterker maakten. Twee opvallend sterke solisten – namen onthouden! – werden begeleid door een ervaren ensemble dat klonk als een volledig barokorkest of waar een kleinere bezetting groot in kan zijn.

‘Another’ Pergolesi…

Het interieur van de kloosterkapel van de zusters van Vorselaar is best te smaken dankzij een artistiek verantwoorde decoratie. De decorateurs in de 19de eeuw kenden hun vak. Een concert beluisteren in een sfeermakende omgeving maakt het luisteren toch altijd weer wat aangenamer.

Jan Wouters, een jonge altus die vorig jaar in München afstudeerde, organiseerde in eigen straat in de kapel waar hij tien jaar lang misdienaar was, een concert met als publiekstrekker op de affiche het Stabat Mater van Pergolesi. Hij koos voor de transcriptie van de partituur voor strijkkwartet, sopraan en alt, een partij die hijzelf zou zingen.

Het concert opende wat ludiek zeg maar met een ‘losbandige’ tango van Arthur Piazzolla gevolgd door een kwartet van de Amerikaanse componist Leroy Anderson. Nee, niet ‘the typewriter’ maar wel luchtigere, rustige ontspanningsmuziek die een overgang maakte naar een veel beladener werk van opnieuw Piazzolla. De inzet heeft nog wat tango in zich, maar het werk evolueert naar donkerte en ernst. Het komt over alsof de musici kozen om in de vrolijkheid van het leven al dansend en ongedwongen te beginnen, gaand over een rustige overpeinzing naar een onrust die uitmondt in het Stabat Mater.

Het kwartet van dienst was ‘Another String Quartet’, gespecialiseerd in lichtere genres. Het kweet zich zeer in het Stabat Mater en ondersteunde twee zangers die we nog veel zullen horen de komende jaren op tal van podia. Heleen Goeminne was de sopraan van dienst. Ze zong in haar nog jonge carrière al mooie referenties bij elkaar en daar kan dit Stabat Mater aan toegevoegd worden.

Overrompeld werd het publiek echter door Jan Wouters, de organisator van dit concert. We hoorden hem al eerder zingen in het Weihnachtsoratorium van Bach en in de Johannespassion waar je hieronder meer over leest. Drie keer is scheepsrecht. Zijn drie vertolkingen – twee keer Bach en een keer Pergolesi – zijn van een aard dat ik deze 25-jarige zanger zonder twijfel op het niveau plaats van de grootste altussen die we vandaag kennen. Hij past helemaal in de lijn van Andreas Scholl. Jan Wouters is nu al een naam aan het worden, hem horen zingen is hem niet meer vergeten. Technisch bijzonder sterk, een zeer verdragende en zaalvullende stem, wat niet alle altussen (contratenoren) kunnen met dergelijke kracht. Hij koppelt dit aan een absolute muzikaliteit met een grote mimiek, sterke articulatie en een volkomen tekstbeleving. Hij heeft ‘het’, datgene waar niet echt een woord voor bestaat, dat al de groten hebben. Iets dat zo vanzelfsprekend schijnt als je hen op het podium ziet. Na het concert is hij, net als die groten die zich volledig geven, uitgeput. Ik kan alleen maar alle dirigenten, organisatoren, uitgevers van CD’s en wie nog meer aanraden beroep te doen op Jan Wouters. Alleen niet allemaal tegelijk zodat zijn nog jonge stem niet wordt geforceerd.

Een Johannespassion met passie, daar tekenden volgende artiesten en ensembels voor: Kamerkoor Terpander, het Ensemble A (barokorkest), de solisten Liesbeth Devos (sopraan), Jan Wouters (altus), Yves Saelens (tenor -recitant), Tieme Wang (bariton – Jezus) en koorzanger/solist bariton Maurice Maris (Pilatus). Het geheel werd stevig geleid met vaste hand door visierijk dirigent Godfried Van de Vyvere.

Kent u het Ensemble A? Als u koorzanger bent in een of ander Vlaams koor dat passies en cantatates uit de barok uitvoert, mogelijk wel. Ben je vooral een radioluisteraar, ben je dol op CD’s? Dan ken je dit uitmuntend barokorkest dat al een tiental jaar bestaat waarschijnlijk niet. Je moet dus naar een (passie)concert gaan van het betere liefhebberskoor in Vlaanderen om dit ensemble te leren kennen, en ja, ook zo’n koor natuurlijk.

Een toevallig gekregen uitnodiging na een concert, bracht me naar de Sint-Jozefkerk in Sint-Niklaas. Een zeer mooi gedecoreerde neogotische kerk met het middeleeuwse kleurenpalet en symboliek. De buitenarchitectuur is niet bepaald aantrekkelijk, maar het interieur is des te bewonderenswaardiger.

Het Ensemble A is minder gekend, heeft geen opnames, concerteert amper op zich, maar begeleidt voornamelijk koren in de provinciale uitmuntendheidsgraden zoals het Kamerkoor Terpander uit Sint-Niklaas. Het Ensemble A moet absoluut meer bekendheid krijgen. Het staat sinds de oprichting door inspirator en leider Hans Cammaert op het hoogste niveau. Het kan met internationaal overbekende barokorkesten zonder meer wedijveren. Minder bescheiden zijn beste mensen en ja, dring jullie maar wat meer op, het mag, het moet.

Niet elk koorlid van Kamerkoor Terpander is een geschoold zanger, maar er is een evenwichtige harmonische en vooral zuivere klank per stem in de gehele groep. Het geeft een eigen kleur aan het koor dat in deze Johannespassie wel nog iets te uitbundig zingt en soms het barokorkest overstemt.

Het moet niet meer gezegd en geschreven worden misschien, maar toch doe ik het: Yves Saelens is een van onze beste tenoren in Vlaanderen. In de tenoraria’s blijft hij wat voorzichtiger en zeer subtiel, maar als recitant wordt hij in de dramatische teksten, zeg scènes, ontzettend benadrukkend. De verschrikking van het verhaal dat hij vertelt, wordt muzikaal fenomenaal in detail gezet en die details zijn niet min. Voor mij een van de drie beste vertolkers al recitant in Bachs Johannespassion die ik in zo’n 30 jaar als recensent hoorde. Bach zelf zou er koude rillingen van krijgen. De baspartij van Jezus en de bas-aria’s in deze passie worden gezongen door de Nederlandse zanger / acteur Tieme Wang. Hij weet ons vooral in de aria’s te overtuigen met warme klanken zoals we in deze partijen mogen verwachten. Eveneens worden we aangesproken door de twee sopraanaria’s die Liesbeth Devos voor rekening neemt. De sopraan is niet sterk bedeeld in deze passie, maar Devos maalt er niet om en zingt op haar beste niveau.

Wie een ruimere rol heeft, is de koorzanger / solist Maurice Maris. Geen professioneel solozanger, maar we krijgen een zeer puike prestatie, erg tekstbewust en met overtuiging. Zo overstijg je het amateursniveau. De altpartij is ook niet goed bedeeld door Bach en net als de sopraan zijn er slechts twee aria’s. Het is Jan Wouters die ze zingt. Hiervoor las je al in de bewoordingen over zijn prestatie van het Stabat Mater waar hij voor staat. Zijn interpretatie en zang overtroffen de verwachtingen. Ja, zo’n jong talent willen we een extra duw in de rug geven en vandaar de goed en wel overwogen Nominatie Gouden Label Jong Talent voor Jan Wouters.


  • WAT: Stabat Mater van Pergolesi en Johannespassion van Bach
  • WAAR: Leuven en Vorselaar (Stabat Mater) en Sint-Niklaas (Johannespassion)
  • WANNEER: Leuven 16 maart, Vorserlaar 29 maart en Sint-Niklaas 23 maart 2019
  • FOTO’S: © Klassiek Centraal, The Schøyen Collection (foto manuscript)