De Accademia Nazionale di Santa Cecilia kwam op zijn tournee met chef-dirigent Antonio Pappano naar de Philharmonie van het Duitse Essen. Net niet te ver en vooral gefascineerd door de steeds dramatische aanpak van Pappano gingen we luisteren naar het origineel programma, waarbij ook stervioliste Lisa Batiashvili optrad. Het was zoals te verwachten de verplaatsing waard.

Het programma opende met Modest Moessorgski’s Nacht op een kale berg. De symfonische schildering van de heksensabbat in de nacht van Sint-Johannes, van 23 op 24 juni, gaf het orkest meteen de kans in alle hevigheid de wilde heksendans uit te beelden. Schrille blazers nemen het op tegen felle strijkers. Bezwerende akkoorden en harde klankkleuren zorgen voor een demonisch effect, dat duidelijk met veel energie en overtuiging door het orkest gebracht werd. Een geslaagde voorzet.

Het eerste vioolconcerto van Béla Bartók treft een gevoeliger snaar. Bartók componeerde het tussen juli 1907 en februari 1908, toen hij als zesentwintigjarige componist halsoverkop verliefd geworden was op de zeven jaar jongere Stefi Geyer. Het concerto is aan haar opgedragen en is tegelijk een geïdealiseerd portret van de violiste. Het eerste deel (Andante sostenuto) beschouwde hij als een intiem portret, het tweede (Allegro giocoso) als een expressie van haar zelfzekere en extravertere karaktertrekken, terwijl een derde deel de koele, afstandelijke Stefi Geyer had moeten suggereren. Tot dat derde deel kwam het evenwel nooit, vooral omdat Bartók de muziek als zeer direct ervaarde terwijl Stefi ondertussen de band met Bartók verbroken had. Dit had als bijkomend gevolg dat het manuscript pas na haar dood vrijgegeven werd en het tweedelige concerto pas in 1958 na de dood van beiden in première ging.

Indrukwekkende eenvoud

In dit pure bekentenisconcerto schemert de belangstelling van Bartók voor harmonie en ritme gebaseerd op de volksmuziek al zachtjes door. Maar de hoofdtoon wordt zeker nog gezet door de gevoeligheid en de lyrische verzuchting van de liefdesthematiek. Lisa Batiashvili was er een perfecte en doorleefde verdedigster van. De soliste zet het concerto alleen in, met een leidmotief vol verlangen dat dan beetje bij beetje omkranst wordt door de strijkers die Pappano met zijn sublieme precisiegebaren tot een tedere cantilene aanspoort en naar een climax laat uitgroeien. Op het einde van het deel verbluft Batiashvili in het hoogste register met de expressieve herhaling van het Stefi-motief. Na de warmte en lyriek van het eerste deel is het vrolijker en joviale tweede deel een hommage aan de virtuositeit van Stefi. Batiashvili overtuigt met een stevige en assertieve benadering, waarbij her en der in de dialoog met het orkest ook de volksmuziek-elementen helder tot klinken komen. Orkest en soliste zaten duidelijk op dezelfde emotionele golflengte. De présence van Batiashvili – in stijlvolle zwart-zilvergrijze jurk – was van een eenvoud die net indruk maakte. Een concerto dat manifest uitstekende vertolkers zoals deze vereist om in al zijn intensiteit tot zijn recht te komen.

Met Scheherazade, de symfonische suite naar Duizend-en-één-nacht van Nikolai Rimski-Korsakov komen we in een feeërieke sprookjeswereld terecht, waarin het orkest tafereel na tafereel vertelt. Scheherazade is de prinses die erin slaagt door haar charme en vooral door haar verhaalkunst de sultan van zijn kwalijke gewoonte af te helpen elke nacht zijn bruid te doden om er de volgende dag een nieuwe te kiezen. Haar verhaal boeit de sultan zodanig, dat zij verder moet vertellen, duizend-en-één nachten dus. Zo blijft ze in leven en geneest ze hem van zijn waanzin. De kleurrijke orkestwereld van dit symfonisch werk inspireert Pappano om zijn orkest verhalend te laten klinken. Het sprookje uit Duizend-en-één-nacht, waarop Korsakov zijn werk baseerde, wordt prachtig ingezet door het motief van Scheherazade in de vioolsolo. Geleidelijk neemt elke orkestgroep het thema over, tot het in het voltallige orkest tot klinken komt. Dat gebeurt zo naadloos dat het tot een spannend effect leidt en de luisteraar meeneemt in het verhaal. Elk deel schildert met karakteristieke instrumenten (klarinet, fluit, harp) en motieven de episode waarover verteld wordt: de storm op zee, de ontmoeting met prins Kalender, de lyrische Andantino-passage van de prins en de prinses, het feest in Bagdad en de schipbreuk. De Accademia brengt perfect de magie en de Oosterse sfeer van het werk over en de herhaling van het prachtige Scheherazade-motief in viool en harpen op het einde brengt alle rapsodische elementen tot een heerlijke conclusie.

De zaal van Theater und Philharmonie Essen was niet tot de nok gevuld. Maar het fijnproeverspubliek dat aanwezig was, dankte de passage van de Accademia Nazionale di Santa Cecilia en zijn chef-dirigent Antonio Pappano met uitbundig applaus.


  • WAT: Modest Moessorgski (1839-1881) – Nacht op een kale berg | Béla Bartók – Vioolconcerto nr. 1 (Sz 36) | Nikolai Rimski-Korsakov (1844-1908) – Scheherazade (opus 35)
  • WIE: Lisa Batiashvili (viool), Orchestra dell’Accademia Nazionale di Santa Cecilia o.l.v. Antonio Pappano
  • WAAR: Theater und Philharmonie, Essen
  • WANNEER: vrijdag 24 mei 2019