Schrijnende liedcyclus over het leed van vluchtelingen, vroeger en nu

Ik nader de vijftig en wil nu meer dan ooit weten waar ik sta, wat wil ik met mijn muziek. Veel tijd heb ik niet meer te verliezen. En ik wist : al het overbodige moet weg . Zo heb ik het geschreven, en recht uit het hart ” vertelt de componist Jeroen D’hoe tijdens de inleiding in Flagey op de première van zijn “Songs for the Crossing”.

Zo klonken die liederen ook in de concertzaal. Ontdaan van overtolligheid. En ongelooflijk mooi. Met Brussels Philharmonic , sopraan Hanne Roos en het Vlaams Radiokoor in een glansrol. De opdracht was hem gegeven door Flagey-directeur Gilles Ledure. Dat was in 2015, op het hoogtepunt van de vluchtelingencrisis. Ledure bracht D’hoe in contact met Stefan Hertmans. Aan de vier gedichten die Hertmans puurde uit de oorlogsmemoires van zijn “Oorlog en Terpentijn” boek voegde hij er twee aan toe over de gevolgen van die andere crisis die Europa verraste en verbaasde. Met die zes gedichten, in een Engelse vertaling, ging de componist aan de slag voor zijn liedcyclus.

Bijna lieflijk en heel poëtisch georkestreerd opent de titelsong “The Crossing”. Idyllisch, zoals de Middellandse zee er meestal uit ziet, maar niet voor wie dat soort overtochten maakt. Als in het tweede vers het woord “death” gezongen wordt, hoor je meteen dat het verhaal van de vrouw met haar kind in het vluchtelingenbootje niet zo idyllisch is en flitsen de wreedheden dwars door het orkest. Voor de dirigent was de partituur- zoals altijd – heilig, maar D’hoe zelf heeft tijdens de repetitiedagen nog tientallen aanpassingen gemaakt om de tekst toch niet te laten ondersneeuwen door een te zware orkestratie. Dat was een wonderlijke samenwerking, vertelde dirigent Jun Märkl.

Die prachtige orkestratie is hem niet alleen gelukt, maar heeft van de cyclus een subtiele beleving gemaakt, vol lamento’s en sublieme tenuto’s. De vierde song, “The Flight”, gaat over soldaten die over de Ijzer willen vluchten. Hij schreef het a capella, enkel voor het koor, opgesteld op beide zijbalkons. Bijna vechtend wedijveren ze met mekaar, tot in een ijzig slot het “gebulder stil valt in hun bonzend hart” zoals het staat in de tekst die ze zingen.

Het vijfde lied “The Raft” – het vlot – is zonder meer het hoogtepunt van de cyclus, wanhoop ten top. De uitwerking ervan is technisch zeer verfijnd en emotioneel aangrijpend. De dirigent verwachtte bij een stuk over de oorlog iets agressiefs maar, zo zei hij achteraf, wat ik vond was iets “remarkable ’lost in space’, slow and tender, a remarkable interpretation of war. ” Mijn cyclus wil de oorlog niet evoceren, is niet illustratief zei D’hoe. Het is horizontale muziek, horizontaal zoals toen het platgeschoten polderlandschap rond de Ijzervlakte was en zoals nu het platgebombardeerde stedelijk landschap is dat de “refugees” achterlieten.

Componist Jeroen D’hoe kan zich meten met de besten in het vak : hedendaags tonale maar vooral toegankelijke muziek die kan ontroeren. En je hoort er soms zijn geliefde Amerikanen in doorklinken. Ook voor hem lijkt dit werk een “crossing”, die van een componist die de lijn van zijn twijfels overschreden heeft en het muzikale fundament dat hij zocht , gevonden heeft.

Toch nog dit. Brussels Philharmonic speelde in het voorprogramma nog een gearrangeerde versie van Debussy’s pianowerk “En Blanc et Noir”, ook gelinkt aan de oorlog en Ravels “La Valse” uit 1919, een deconstructie van de Weense wals geschreven als afscheid van een tijdperk. En het was heel aangenaam om zulk een briljant georkestreerd werk ook nog eens op een briljante manier uitgevoerd te horen.


  • WAT: Songs for the Crossing van Jeroen D’hoe
  • WIE: Brussels Philharmonic o.l.v. Jun Märkl, Hanne Roos, sopraan, Vlaams Radio Koor
  • WAAR: Flagey, Brussel op 15.12.2017
  • FOTO: Jeroen D’hoe