Het cultureel centrum Het Gasthuis te Aarschot werd van de sloophamer gered door mensen met een visie. We zwijgen zedig over hen die dit juweeltje, met kapel en alles, aan een projectontwikkelaar wilden verkwanselen. De zaal is groot genoeg om rendabel te kunnen zijn. De cafetaria ruim en gezellig. De kapel is een extra locatie voor specifieke muziek (oratoria, grote koorwerken, passies,..). 

We zijn te gast voor een duorecital klarinet en piano door twee Vlaamse muzikanten die – zonder meer – op weg zijn wereldfaam te maken.

Klarinettist Roeland Hendrikx heeft al een boeiend parkoers achter de rug. Hij is wel een woelwater die steeds méér en steeds beter wil en dat pleit voor hem. Hij studeerde aan het Lemmensinstituut en aan het conservatorium van Antwerpen maar volgde ook masterclasses bij buitenlandse grootmeesters. Hij is tegenwoordig solist in het Nationaal Orkest van België maar was voordien (tot in 2003) verbonden aan het Orkest van de Munt. De rest van zijn curriculum oogt bijzonder indrukwekkend. Het mag volstaan te weten dat hij nu zelf les geeft aan het conservatorium van Maastricht en reeds geruime tijd masterclasses verzorgt in Japan en in de Verenigde Staten.

Pianist Liebrecht Vanbeckevoort kent u wellicht nog van de Koningin Elisabethwedstrijd 2007, waar hij finalist werd en de zesde plaats wegkaapte, naast de Prijs van de stad Brussel. Daarvoor studeerde hij bij Jan Michiels aan het conservatorium van Brussel en behaalde ook nog het einddiploma – summa cum laude – aan het conservatorium van Tilburg. Net zoals Roeland Hendrikx behaalde Liebrecht Vanbeckevoort talrijke prijzen en volgde hij masterclasses bij kleppers als Dmitri Bashkirov, Kum Sing Lee en Menahem Pressler… om er maar drie te noemen.

Wat elke kenner en elke aandachtige luisteraar opvalt is het feit dat Vanbeckevoort enorm is geëvolueerd na de Koningin Elisabethwedstrijd. Hij is intussen een ’volwassen’ pianist geworden die het grote repertoire aankan (Rachmaninov, van Beethoven en zo veel meer).

Het duorecital

In comfortabele zetels (met iets te weinig knieruimte) zitten we klaar. Dit betekent dat beide solisten kunnen schitteren naar believen maar ook – dit is kamermuziek – op elkaar ’ingespeeld’ moeten zijn. Op één uitzondering na wordt muziek vertolkt uit de late 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Claude Debussy (1862-1918): de eerste Rapsodie voor klarinet en piano, bedoeld voor het eindexamen klarinet aan het conservatorium van Parijs. Leuk aan bepaalde stukjes vanavond is het feit dat we daarop zelf nog… onze tanden en vooral onze lippen hebben stukgebeten. De rapsodie van Debussy schuwt geen enkele moeilijkheid en is tegelijk pure muziek en pure techniek. De kunst bestaat erin die techniek te doen vergeten… Roeland Hendrikx, zoals Walter Boeykens zaliger, slaagt erin de klank ”vanuit het niets” tevoorschijn te toveren. Met de ogen dicht hoor je bijzonder mooie tonen die als het ware recht uit de hemel komen zonder instrument of zonder muzikant daartussenin. Liebrecht Vanbeckevoort begeleidt prachtig. Met knipogen naar elkaar begrijpen de musici elkaar perfect en men kan ze nauwelijks betrappen op enige onnauwkeurigheid. Twee stukjes piano solo geven de klarinettist de kans even op adem te komen. Om in de sfeer te blijven: twee Arabesques van dezelfde Debussy, met thema’s die een beetje melomaan meteen herkent.

Dan krijgen we van het allermooiste dat ooit voor klarinet en piano geschreven werd – misschien zelfs de mooiste kamermuziek uit de late 19de eeuw: de Sonate in Es nr. 2 van Johannes Brahms (1833-1897). Drie delen: allegro amabile, allegro appassionato en andante con moto, allegro. Dat Hendrikx en Vanbeckevoort het goed met elkaar kunnen vinden, blijkt uit de dialoog tussen beide instrumenten, gelardeerd met solistische passages waarin ze beiden afwisselend uitblinken. Roeland Hendrikx speelt op een fonkelnieuwe klarinet (Selmer Prestige) waarmee hij prachtige dingen laat horen. Een doorgewinterde klarinetliefhebber zal misschien gehoord hebben dat dit instrument nog niet helemaal ’vol’ klinkt, nog niet voldoende breed ademt. Maar welke wonderen weerklinken keer op keer.

Virtuoos

Na de pauze is het de beurt aan Michel Lysyght (°1958) met Trois Croquis (Pastel, Fusain, Sanguine) in een iets moderner maar goed in het oor liggend idioom en ook hier virtuoos gespeeld. Francis Poulenc (1899-1963) componeerde een aantal sonates voor blaasinstrument en piano. Een ervan is de Sonate voor klarinet en piano, met zeer herkenbare thema’s – een soort signatuur van de componist, iets wat we bijvoorbeeld ook sterk terugvinden bij Sjostakovitsj. Poulenc is niet voor niets een Fransman en de zwier die hij hier aan de dag legt, tart elke verbeelding. Van extra-luid tot subtiel-stil, alles op een bedje pianobegeleiding van de bovenste plank: een waar genot voor het oor. De klanken komen bijna fysiek op je af… ware er niet de kurkdroge akoestiek van deze zaal. Ondanks de schuchtere pogingen met aan de zoldering aangebrachte reflectoren verdwijnt veel moois tussen de pluchen zetels en dito vloerbekleding. De muzikanten spelen zich de hele avond de ziel uit het lijf – ”hard werken” zei Roeland zelf daarover – en zijn tevreden dat het publiek het smaakt, zij het met mate. Want terwijl er hier wereldklasse gebracht wordt, is het applaus een beetje ondermaats.

Circusnummertje

Wat wel enthousiaste reacties losweekt, is het laatste stuk van de avond. Uittreksels uit Rigoletto van Verdi voor klarinet en piano bewerkt door Luigi Bassi (1833-1871). De thema’s zijn bekende meezingers. De bewerking heeft een sterk kijk-eens-ma-zonder-handen-gehalte (hier natuurlijk niet letterlijk te nemen). Op de piano maar vooral dan op de klarinet klinken watervallen van noten. De humor spat van het podium tot ver in de zaal. Het mist zijn doel niet. In jazz-piano heet dat een Fingerbreaker. Welnu dat is het ook. Een puik idee om de avond af te ronden, zo blijkt, maar ook iets dat de sfeer gecreëerd door Poulenc en Brahms en Debussy een beetje breekt. Een kniesoor die hierom treurt, hoor ik u denken.