We mochten het weekeinde van 8 tot 10 november getuige zijn van een echt op en top Russisch festival, Russische uitvoerders en een Russische componist die centraal stond: Sergey Rachmaninoff.

We werden verwelkomd met dansen uit zijn opera Aleko, een korte maar krachtige inleiding. Rachmaninoffs muziek komt voor mij persoonlijk als echt Russisch over, hij heeft een zeer eigenzinnig temperament met veel zin voor schoonheid en het kan ook wel eens melancholisch worden.

Andrey Boreyko was, zoals altijd, zeer precies in zijn muzikale leiding en hoewel hij soms wat met de vinger moest wijzen, hield hij algemeen genomen goed de controle over de pianisten en over het Nationaal Orkest van België. Een orkest dat meer en meer in onze smaak valt sinds het aantreden van Boreyko. De dynamiek die vandaag het orkest uitstraalt is hoopgevend.

Samen met de reeds genoemde dansen, stonden op het programma van beide avonden Rachmaninoffs werken voor piano en orkest. Drie pianisten die reeds internationaal in de prijzen vielen werden gekozen om de vijf composities voor piano en orkest van Rachmaninoff uit te voeren.

Rach 1 en Paganinirapsodie

Het eerste pianoconcert en de rapsodie op een thema van Paganini werden gespeeld door Dmitri Mayboroda, een jonge knaap die de avond van het concert zijn 20ste verjaardag vierde. Het publiek werd na het concert getrakteerd op een trio van de gevierde componist door de jarige pianist, een violiste en een celliste uit het NOB. Mayboroda is een beloftevol pianist, maar dan vooral als technisch virtuoos. Hij ging iets te moeiteloos over het klavier. Hij kreeg ruim de tijd om zijn technisch sterk spel in de kijker te zetten, maar het gaf ons nog geen kippenvel. Daarvoor speelt hij alsnog te berekend en nog wat te droog, te vlak. Nu ja, hij is nog maar 20 en zal nog evolueren in de toekomst.

Zondag hoorden we deze jonge kracht met Rachmaninoffs Rapsodie op een thema van Paganini. De componist wist wel iets mooi te maken van het puur virtuoze circuswerk van Paganini. In allerlei verschillende vormen kwam het thema terug; een mars, iets filmisch, iets balletachtig, iets eerder romantisch (niet in de zin van de kunstperiode). Het werd een soort spelletje voor het orkest op de duur, maar het geheel heeft steeds meer waarde dan het originele stuk in feite.

Rach 2 en 4

Het tweede en het vierde pianoconcerto werden door Denis Kozhukhin onder handen genomen. Het tweede, een memorabel stuk dat zeer gekend is, werd uitstekend vertolkt – muziek om de muziek en Rachmaninoff om Rachmaninoff. Het vierde, een iets vreemder werk van samenstelling, had wel allerlei sterke ingrediënten: duistere stukken, dan weer een zeemzoet. Er werd alles uitgehaald wat maar kon maar het gaf steeds een vreemde indruk. Het was niet echt het beste stuk voor Kozhukhin om zich in uit te leven en het was wat ongebalanceerd: de piano was soms niet meer te horen door het orkest. We merkten wel een groot verschil met de eerste pianist. Het spel van Denis Kozhukhin viel ons met ‘goesting’ in de oren. Hij speelde gebondener, minutieuzer, overtuigender, lyrisch en in sterke dialoog samen met het orkest en de dirigent. Onder zijn handen werden de pianotoetsen eerder ‘belletjes’.

Rach 3

Na de laatste pauze echter is het totaal misgegaan. Denis Matsuev maakte er werkelijk ‘Rachmaniakoff’ van en speelde ongepast aan een overbodig hoog tempo en beledigde Rachmaninoff totaal. Een Sputnikraket kon zijn tempo niet volgen. We dachten meteen dat de man hoognodig naar het kleine kamertje moest maar waarom dan drie (help) bisnummers op de door hem al zo toegetakelde piano bonken? Ach, hij vermassacreerde Rach 3 tot een rocknummer zonder ziel. Schandelijk snel, keihard de toetsen van de piano aanslaand, overdreven wiebelend, show verkopend zonder einde, totaal de ziel van dat populaire concerto verknoeiend, de dirigent en orkest in niets respecterend, een instrument stukmakend: dat is wat ons overblijft van het oren pijn doend luisteren naar Denis Matsuev. Smaak valt niet te betwisten maar dit was ronduit lelijk. Het snob-publiek ging na zijn bravoure als in een massahysterische waan, gevolg van massamanipulatie, als een dolle bende al juichend door het lint. Bozar werd haast een arena. Niet voor herhaling vatbaar. Geef ons maar de échte muzikant van het festival, de man die meer dan verdiend in 2010 de KEW piano won: Denis Kozhukin. Als iemand de boodschap van Rachmaninoff vertolkte dan was hij het en alleen hij. Voor zo’n talent buigen we.

Er werden vele bisnummers gespeeld (de eerste dag wel twee door beide pianisten) waaronder Rachmaninoff, Bach en andere. Dmitri Mayboroda maakte er vooral gebruik van om zijn technische kunde te tonen. Denis Kozhukhin speelde enkele rustigere en gevoeligere werkjes zodat we tot rust konden komen wat gepast was na al die virtuositeit. Matsuev stelde alles in het werk om de eer van het Rachmaninoff feest volledig naar zich toe te trekken, niet alleen met zijn getimmer op het klavier tijdens Rach 3 maar ook in zijn drie bisnummers waarvan de laatste een in het geheel totaal niet passend stuk jazz. Hiermee bewees de man opnieuw de ziel van de muziek niet begrepen te hebben. Ware dit wel, dan had hij Rachmaninoff gerespecteerd.

Het publiek was alweer buitengewoon lastig gedurende beide concerten- typisch in Bozar. Gehoest, gezucht, gerinkel van een gsm en dingen die op de grond vielen waren vaak te horen. Iemand moest perse, net voor dat een stuk gedaan was, benadrukken hoe prachtig het wel niet is, nog een ander moest absoluut nadat de eerste noten amper uitgestorven waren, een of ander pilletje uit een pakje prullen en diezelfde dure vogel moest, net voor het einde van alweer een aantal stille tonen, een luide zucht slaken. Ergernis sta bij! Wat bezielt toch een groot deel van het Bozarpubliek dat het maar geen manieren wil leren?