Klassiek Centraal verwelkomt met deze recensie als nieuwe recensent Geraard Goossens. Welkom beste Geraard!

Zoals veel geniale pianisten – vaak wonderkinderen – begon ook Piotr Anderszewski  (° 4 april 1969, Warschau) op zeer prille leeftijd piano te spelen. Zijn studietijd en volledige carrière doen we hier niet uit te doeken – daarvoor zijn er talloze andere bronnen.

 

Klassiek Centraal verwelkomt met deze recensie als nieuwe recensent Geraard Goossens. Welkom beste Geraard!

Zoals veel geniale pianisten – vaak wonderkinderen – begon ook Piotr Anderszewski  (° 4 april 1969, Warschau) op zeer prille leeftijd piano te spelen. Zijn studietijd en volledige carrière doen we hier niet uit te doeken – daarvoor zijn er talloze andere bronnen.

Wat ons daaruit bij blijft is een dvd – filmdocumentaire van de befaamde Bruno Monsaingeon, die ook Glenn Gould vereeuwigde op dvd – waarin Anderszewski de legendarische Diabellivariaties van Beethoven vertolkt.

Deze fenomenale toetsentovenaar 'live' meemaken is een geschenk uit de hemel.

Hij komt lakoniek, onpretentieus, het podium opgewandeld en valt – zonder het publiek aan te kijken – bijna als bij toeval, in de derde Engelse suite van J.S. Bach (1685-1750). Met Bach voelt hij zich dan ook meteen als een vis in het water.  Zijn ideosyncratisch spel neemt je mee naar plekken waar je als puristische luisteraar misschien liever niet komt. Hij lijkt zich weinig aan te trekken van regels of traditie- maar toch is hij heel consistent en overtuigend. Hij gebruikt alle mogelijkheden van de Steinway om, heel zorgvuldig, het lyrische karakter van de dansen te onderzoeken. Hij legt dan ook meer nadruk op individuele momenten van drama dan op de polyfone structuur van het contrapunt… en is hierin meer een aquarelist dan iemand die met olieverf aan de slag gaat. Dit valt vooral op in de donker-dromerige sarabande en de subliem geschakeerd vertellende gavottes. Uit de gigue spreekt kracht, maar ze wordt nooit brutaal.

Perfecte balans

De veeleisende Fantasie, opus 77 van Robert Schumann (1810-1856). Het is voor mij nooit evident geweest om die, ongetwijfeld geniale, componist te begrijpen. Zijn bijna expliciet faustische "Zwei Seelen wohnen in meiner Brust", zijn zoektocht naar koele rigiditeit die hij, bijna obligaat, combineert met bevestiging van het onbestendige en het fragiele levert asymmetrieën op waar ik als luisteraar heel moeilijk greep op krijg. Anderszewski heeft hier, gelukkig, minder problemen mee. Hij bouwt de drie bewegingen in de Fantasie als één perfect geheel op en brengt alle, soms tegengestelde, elementen van de emotietentoonstelling in een perfecte balans. Zijn dedramatiserend, vrij spel komt het best tot zijn recht in de melancholische passages waar hij zichzelf en ons graag laat wiegen op de harmonieën en daarmee toch de nodige diepgang bereikt. Wat mij opviel waren de referenties die ik in de muziek hoorde, uiteraard naar Beethoven, maar soms ook leek Debussy aangekondigd…

Overtuigend

Na de pauze: vijf miniaturen uit Op het begroeide pad van Leoš Jánaček. Jánaček is zo'n unieke componist dat je hem al na een paar maten niet meer met een ander kunt verwisselen. Ook deze korte stukken hebben een onvoorspelbare, in het volksidioom gewortelde maar toch onconventionele en heel persoonlijke overtuigingskracht. Het associatieve touché van Anderszewski komt hier perfect tot zijn recht. Tot er ergens in de zaal een telefoon afgaat! Dan is de betovering voor mij verbroken.

Gelukkig werd het terug stil in de Vijfde Franse suite van Bach. Ook hier komen de kwaliteiten van Anderszewski als klankalchemist tot hun recht. Ontroerend hoe hij in de sarabande de naaktheid opzoekt.

Als toemaat was er een gratieuze Sarabande uit de Eerste Partita.

Met niets anders verstrijkt de tijd mooier.