Auteur Yarrid Dhooghe

Het laatste weekend van oktober is de Leuvense hoogmis voor de hedendaagse kunstmuziek. Transit is een ontmoetingsplek voor componisten, muziekprogrammatoren en échte melomanen van over de hele wereld. Kersvers artistiek directeur Maarten Beirens stelde een evenwichtig programma voor in het weekend van 23 oktober. De kern ligt nog steeds bij de creaties, maar deze werden vergezeld door wat ‘oudere’, 21ste-eeuwse muziek. Beirens slaagde erin om heel diverse composities te laten horen. Niet alleen qua bezetting, maar ook in stijl en genre.

Niet elke dag zakt een Amerikaans topensemble voor hedendaagse muziek af naar het kleine Vlaanderen. Het Talea Ensemble deed dat wel en bracht op Transits openingsconcert muziek van de componisten Anthony Cheung, Luc Brewaeys, Pierluigi Billone en Georges Aperghis. Van laatstgenoemde werd zelfs Wild Romance voor het eerst gecreëerd. Het achterliggende idee van Aperghis’ werk is dat het ensemble op zoek gaat naar pijnlijke herinneringen van de zangeres, met als gevolg dat er spanningen ontstaan. Het uiteindelijke resultaat voelt nogal kubistisch aan. Verschillende fragmenten worden aan elkaar geregen; verwarrende perspectieven, waaronder dat van een spartelende zangeres, wisselen elkaar af. Op het begin meandert het werk nogal, maar langzaamaan komt er een zekere doelgerichtheid.

Een ander opmerkelijk werk was van componist en rijzende ster Pierluigi Billone. In Δίκη Wall voor solo percussie en ensemble gaat metaal op metaal. De percussionist draagt een Chinese gong als harnas en heeft verder nog twee Tibetaanse klankschalen, een Thaise gong en een plaatklok ter beschikking. Met deze middelen laat Billone de meest uitzonderlijke klanken horen. Hoewel dit exploreren van klanken de oren spitst en het zelfs leuk is om te zien hoe de muzikant de klanken maakt, zijn de mogelijkheden niet oneindig. De gevonden klanken worden naast elkaar geplaatst, maar een relatie ontbreekt soms.

Talea Ensemble, mt Tom De Cock, mt

De volgende dag stond Billone weer op het programma. Het lecture + recital van percussionist Tom de Cock en musicoloog Klaas Coulembier ging over diens Mani. De Leonardis voor vier schokdempers (drie van een auto, één van een bus) en twee glazen vazen. Waar Δίκη Wall het bij het exploreren hield, ging Mani. De Leonardis nog een stap verder. De ontdekte klanken werden meer in relatie met elkaar gebracht, waardoor de compositie sterker was. Tom de Cocks schitterende uitvoering heeft daar ongetwijfeld ook iets mee te maken.

Later op de dag beklom Het Collectief het podium. Zij brachten een wereldcreatie van Vykintas Baltakas Smokey Arnold en het in 2013 gecomponeerde Fluxus – static friction van Frédéric D’haene. Baltakas’ werk vertrekt heel sterk vanuit de context zelf. Het Collectief is een ensemble met een focus op de vroeg twintigste-eeuwse muziek en de tweede Weense school. Dit heeft ertoe geleid dat Baltakas een ‘alternatieve track’ op het deel ‘Heimweh’ uit Pierrot Lunaire componeerde. ‘Alternatieve tracks’ zijn vooral bekend binnen de jazz, en deze invloed is ook hoorbaar in Smokey Arnold. Baltakas beschouwt de melancholie als een slingerbeweging. Die dynamiek heeft hij ook proberen te verwerken in deze nieuwe creatie. Het werk klonk boeiend, maar niet bijzonder. De gesproken dialoog tussen de muzikanten was grappig, maar ook goedkoop.

D’haenes Fluxus – static friction is een paradoxale titel. Dit is op zichzelf niet zo vreemd als je weet dat het werk refereert aan een wereld met zijn vele contrasterende waardesystemen, denk- en levenswijzen. Muzikaal heeft hij dit verwezenlijkt door middel van een drone-akkoord en een frictie-akkoord die tegelijkertijd een onafhankelijke functie hebben, maar ook onderling afhankelijk zijn van elkaar. Het resultaat was een boeiend klankbeeld, dat langzaam evolueert. Hierdoor krijgt de luisteraar de kans om de gelaagdheid van het werk onmiddellijk gewaar te worden en mee te volgen hoe bepaalde lagen evolueren.

Het Collectief, mt Gareth Davis, mt

Oordopjes dragen; dat was de boodschap bij het concert van Gareth Davis & The Julie Mittens. De Oostenrijkse componist Peter Ablinger is vaak beïnvloed door design en de abstracte kunst. In Black Series is deze invloed vooral duidelijk in de titels van de werken. Het werk bestaat uit tien stukken die duidelijk refereren aan kunstenaars, bijvoorbeeld Malewitsch, Mondriaan, enz. Het uiteindelijke klankresultaat was luid en nogal vlak. Het einde waarbij de gitarist één voor één zijn snaren liet springen, was onnodig. Black Series was boeiend genoeg voor vijf minuten, maar een uurtje was toch wat teveel van het goede.

Het Nadar Ensemble sloot de tweede dag af met werken van componisten Alexander Khubeev, Alexander Schubert, Simon Steen-Andersen en Jennifer Walshe. Het ‘theatrale’, als je het zo mag noemen, was niet weg te denken. In Alexander Khubeevs The Ghost of Dystopia is de dirigent aan diverse objecten, die op platen liggen, verbonden. Elke beweging die hij maakt, resulteert in een beweging van de voorwerpen, waarop akoestische sensoren reageren. Op het begin is het onduidelijk waar het werk naartoe gaat, maar de relatie tussen de in bewegingsruimte beperkte dirigent en de rest van het ensemble wordt steeds duidelijker.

De wereldcreatie 1984, It’s OK van de Ierse componiste Jennifer Walshe was haast een klein muziektheaterwerk. In dit werk probeert ze de twee muzikale werelden, die van de klassieke muziek en die van de punk scène, met elkaar te versmelten. Dit resulteerde in een vreemd, maar boeiend schouwspel. Niet zozeer de klinkende muziek, dan wel om het groteske universum waarop Walshe ons een blik gunt, ving vanaf het begin de aandacht.

 (c) Mark Rietveld

In het concert van Tiptoe Company op zondag werd vooral de muziek van de Vlaamse componist Tim Mariën in de schijnwerper geplaatst. Vooral zijn Universal Strumming voor 12-snarige gitaar en akoestische basgitaar gaf een interessante luisterervaring. Uitgangspunt is het universeel getokkel dat zo populair was aan het hof van de Engelse koning Karel II, al reikte het uiteindelijke resultaat wel wat verder. Het samenspel tussen Jona Kesteleyn en Pieter Lenaerts was plezierig om te zien.

Minder geslaagd was het concert van het LAPS ensemble. Deze Luikse groep programmeerde voor dit concert werken die de honger naar nieuwe geluiden en naar meervoudige hybridisaties zouden stillen. Helaas bleef de muziek van componisten Pierre Slinckx, Claude Ledoux, Tomoko Fukui, Gilles Gobert en Juan Arroyo veelal in het ijle hangen. Transit had al veel meer vernieuwends lekkers op het menu geplaatst. De maag bleef brommen.

Yukiko Sugawara, Mark Rietveld Elizabeth Keusch, Mark Rietveld

Het slotconcert stelde muziek van Mark Andre, Federik Neyrinck en Helmut Lachenmann voor. Uitvoerders van dienst waren Yukiko Sugawara en Elizabeth Keusch. Een Sugawara die ziek op het podium klom, verdient al respect, maar zorgde er wel voor dat niet alles even feilloos verliep.

Frederik Neyrincks compositie draagt de nogal lange titel Kandinsky-Etüde 4-5 Observationen – 2 Improvisationen en vormt het samengaan van de verschillende lijnen, die vorige composities al hadden ingezet. De focus ligt hierbij op het resonerend materiaal. Daarvoor laat hij de pianist zowel de toetsen van het klavier bespelen, al wordt er ook zeer regelmatig direct aan of over de snaren van de piano geplukt of gestreken. Het uiteindelijke resultaat was niet helemaal bekorend. Neyrinck zoekt en vindt prikkelende klanken, maar het geheel kwam op sommige momenten nogal haperend over.

Transit eindigde virtuoos met Helmut Lachenmanns enige cyclus voor stem en piano, Got Lost. Sopraan Elizabeth Keusch haalde alles uit de kast om Lachenmanns huzarenstuk tot een goed einde te brengen. Keusch kende daarbij geen limieten. Zuchten, trillers, zware ademhaling tot zichzelf in het gezicht slaan, het was helemaal geen probleem voor haar. Ondanks de absurditeit ervan, bleef Keusch serieus, waardoor dit stuk meer leek te betekenen dan de hilariteit die het in zich draagt.

Transit 2015 is in zijn missie geslaagd. De toeschouwers kregen een ruim klankenpalet te horen en tal van verschillende mogelijkheden binnen nieuwe muziek passeerden de revue. Sommige componisten kiezen voor een traditionele weg, anderen zoeken meer hybride en/of multimediale oplossingen. Het Leuvense festival voor nieuwe muziek plaatst deze beide paden naast elkaar. En dat zonder erover te oordelen. Beide kunnen evenwaardig zijn. Enkel de kwaliteit telt. Hierdoor valt de muziek niet in dovemansoren.

(Foto’s Tiptoe Company, Yukiko Sugawara, Elizabeth Keusch door Mark Rietveld)