Na het jonge ‘geweld’ van de voorbije twee dagen stond er vandaag een gevestigde waarde op het podium van het Brusselse conservatorium. Alhoewel. Het Malibran Quartet maakte begin dit jaar een doorstart en presenteerde zich op het festival Midis-Minimes met twee nieuwe leden én … een coup de théâtre.

Zo begon het concert met de aankondiging dat – omwille van onvoorziene omstandigheden – de geplande Trois pièces pour quatuor à cordes van Stravinsky vervangen werden door de nocturne uit Alexander Borodins tweede strijkkwartet (1881). Dat was wel een beetje jammer, aangezien deze drie bijzondere stukjes zelden een concertprogramma halen. Hoe anders is het voor het derde deel uit Borodins tweede kwartet (Andante), dat mede door zijn gebruik in de musical Kismet (1953), of meer recent ook in de Disney-kortfilm The Little Matchgirl (2006), van een ongelooflijke populariteit is gaan genieten. Een echte crowdpleaser dus, en of het een plezier was om het Malibran Quartet dit wonderschone liefdesduet bij wijze van encore te horen uitvoeren. Cellist Guy Danel, ervaren rot in het vak aan het begin van een nieuw kamermuzikaal avontuur, had het genoegen om als eerste die zoetgevooisde, lichtjes melancholische melodie te zingen die doorheen de beweging in alle partijen weleens opduikt. Het antwoord van primaria Tatiana Samouil was al even doorvoeld en de voorbode van een Più mosso waarin ook kersvers tweede viool Nicolas Dupont en altist Tony Nys hun neus met gedecideerde crescendo’s aan het venster staken. Dat was trouwens een zeer aangename constante tijdens de hele duur van het concert: de doortastende manier waarop elk van de musici zijn moment greep en door het voor het overige samenhangende klankbeeld brak wanneer de componist dit voorschreef. De ontboezemingen van Borodin voerden er in ieder geval wel bij.

Onverwacht resultaat

Een heel ander karakter heeft het tweede strijkkwartet van Prokofiev, dat na diens terugkeer naar de Sovjet-Unie werd geschreven. In 1941 besloot de Sovjetregering dat belangrijke intellectuelen en kunstenaars geëvacueerd moesten worden voor het oorlogsgeweld. Zo kwam Sergei in Nalchik, in de noordelijke Kaukasus terecht, waar hij met de volksmuziek van de Kabarden kennismaakte. Over deze episode schrijft hij in zijn autobiografie het volgende: “The Chairman of the Arts Committee in Nalchik said to us, ‘Look here … you have a gold mine of folk music in this region that has practically been untapped.’ He went to his files and brought out some songs collected by earlier musical visitors. The material proved to be very fresh and original, and I settled on writing a string quartet, thinking that the combination of new, untouched Oriental folklore with the most classical of classic forms, the string quartet, ought to produce interesting and unexpected results.” En dat laatste is wel het minste wat je kan zeggen. Dit is machtige muziek die onmogelijk onverschillig laat. Van begin tot eind. In het viriele Allegro sostenuto zette het Malibran Quartet meteen de toon: een precieze wisselwerking tussen de verschillende instrumenten, gevatte accenten, én een broeierige doorwerking die met panache werd geritmeerd. In al het aanstekelijke enthousiasme ging er zo nu en dan wel eens een dynamisch teken verloren, maar de schitterend aangezwollen climax maakte dit helemaal goed. “Un compositeur d’une grande finesse”, zo bestempelde Guy Danel Prokofiev bij de collega’s van Musiq’3 (38:54), en het is deze componist die we in het mysterieuze middendeel (Adagio) ook aan het werk horen. Samen met zijn speelkameraden werkte de cellist de delicate harmonieën tot in de puntjes uit. Het Poco più animato, dat als een onverholen scherzo kan worden opgevat, klonk dan weer heerlijk springerig. Fris van de lever was uiteindelijk ook de dansante finale (Allegro), die als een afwisselend geagiteerd en swingend perpetuum mobile voorbijtrok: een winnende combinatie van technisch meesterschap en communicatief (samen)spel.

Oh la la la / Oh la la la / C’était magnifique’. Soms volstaat het korte refrein van een meezinger uit het begin van de jaren ’80 om het overheersende gevoel aan te geven.


  • WAT: Sergei Prokofiev (1891-1953), Strijkkwartet nr. 2 in F (opus 92) || Alexander Borodin (1833-1887), Strijkkwartet nr. 2 in D – Notturno. Andante
  • WIE: Malibran Quartet [Tatiana Samouil (viool), Nicolas Dupont (viool), Tony Nys (altviool), Guy Danel (cello)]
  • WAAR: Koninklijk Conservatorium, Brussel (i.k.v. het festival Midis-Minimes)
  • WANNEER: woensdag 1 augustus 2018
  • FOTO: © Tysje Severens