Het Brusselse zomerfestival Midis-Minimes gaat zijn zesde week in, en dat wordt een vijfdaagse waar melomanen met een hart voor het strijkkwartet al enige tijd reikhalzend naar uitkeken. U hoeft van deze traditionele themaweek geen boogstreek te missen. Want Klassiek Centraal brengt elke ochtend een kort verslag uit. Opener van de debatten dit jaar was niemand minder dan het Quatuor Danel.  

Elke ‘doorzomerde’ festivalganger weet het: een headliner, die beklimt het podium pas als allerlaatste. Midis-Minimes is dus een buitenbeentje, want de met voorsprong meest gereputeerde band van deze week mocht zowaar de spits afbijten. Eigenlijk behoeft het Quatuor Danel geen introductie meer. De wieg van het kwartet mag dan al in Brussel staan, meer dan 25 jaar later is het viertal zijn geboortegrond allang ontgroeit. Zoals uit hun concertactiviteiten van de voorbije maanden blijkt, speelt dit heerschap op een internationaal niveau – van in de VS en Canada tot in Taipei (en zowat overal daartussen). Een langlopende residentie in het Verenigd Koninkrijk (University of Manchester) en sinds oktober 2016 ook in Utrecht (muziekcentrum TivoliVredenburg) vervolledigen het goedgevulde plaatje.

Russische componisten bekleden een bevoorrechte plaats in het repertoire van het Quatuor Danel, en dat werd met dit middagconcert nog eens fijntjes onderstreept. Van de in totaal drie strijkkwartetten die Peter Tsjajkovski tussen 1871 en 1876 voltooide, is het eerste kwartet (opus 11) veruit het populairste gebleken. Een citaat uit een volkswijsje dat het Andante cantabile schraagt, maakte dit werk onsterfelijk, en bleek na afloop van dit concert ook nog eens het perfecte toemaatje natuurlijk. Het tweede kwartet (opus 22), meer vanuit een strenge thematische logica gedacht, spreekt daarentegen minder direct tot de verbeelding en vindt daarom moeilijker de weg naar de pupiters. Nochtans, zo leert ons het programmablaadje, was de componist zelf meer dan tevreden met het resultaat. “Ik beschouw het als mijn beste werk”, schreef hij in 1874 aan zijn broer. “Ik heb het bijna aan een stuk door geschreven en ik was des te meer verbaasd over de lauwe ontvangst, omdat ik ervan uitga dat spontaan geschreven werken integendeel de grootste kans op succes maken.” Een bespiegeling die weliswaar moeilijk te rijmen valt met het doorwrochte opzet van de partituur.

Intense opstootjes

Het Quatuor Danel speelde deze thuismatch voor een quasi-vol huis. Maar een blitzoffensief bij aanvang zat er hoegenaamd niet in: daar stak Tsjajkovski met een ietwat mysterieus Adagio eigenhandig een stokje voor. Het bleek een allesbehalve valse start die na een reeks scherpe uithalen vanop de eerste stoel de toon zette voor een geanimeerde dialoog tussen de primarius en zijn drie zeer attente compagnons (Moderato assai). Maturiteit en metier vormden als het ware een opstapje naar een beweging waarin de spitse staccato’s en roffelende tremolo’s naast het ritme ook mede de dynamiek bepaalden. De passievolle partij van de eerste viool was op het lijf van de energieke Marc Danel geschreven. Engagement en gedrevenheid troef dus, al klonken de momenten van sereniteit eens zo overtuigend. Het daaropvolgende scherzo wordt als een Allegro giusto betiteld, maar strikt laat staan terughoudend was de uitvoering allerminst. Werd het thema aanvankelijk nog trouw gedebiteerd, dan kreeg deze snoeverige galanterie algauw een levendiger vertolking. Met een speels rubato werd enige ironie in de muziek geïnjecteerd. Gedurfd, dat zeker. En interessant, dat ook. Het pakte bovendien goed uit. Opvallende versnellingen zorgden er verder voor dat elke zweem van monotonie met intensere opstootjes werd gecounterd. Spankracht was er eveneens in het buitengewoon knap gefraseerde Andante ma non tanto. Rechttoe rechtaan of omfloerst: alleen al de puntgave manier waarop er samen werd ingezet, maakte een diepe indruk. Met een triomfalistisch dartelende finale zette het kwartet de kroon op het werk, een doortastend aangepakte fuga en razende coda incluis (Allegro con moto).

Danel en de zijnen hebben het strijkkwartetoeuvre van Tsjajkovski recentelijk op cd gezet. Deze live-prestatie maakte duidelijk dat dit vast een boeiend schijfje wordt. Unisono handgeklap inspireerde de musici tot een voor de hand liggend encore: het stuk dat Tolstoj tot tranen bewoog, echode de primarius de zaal in. En met hem ondertussen reeds zovele andere toehoorders. Never a dull moment: dat is wat je tijdens een concert van het Quatuor Danel mag verwachten. Moge het een voorbode zijn voor de rest van deze themaweek.


  • WAT: Peter Tsjajkovski (1840-1893) – Strijkkwartet nr. 2 in F (opus 22)
  • WIE: Quatuor Danel [Marc Danel (viool), Gilles Millet (viool), Vlad Bogdanas (altviool), Yovan Markovitch (cello)]
  • WAAR: Koninklijk Conservatorium Brussel
  • WANNEER: maandag 7 augustus 2017
  • ORGANISATIE: Festival Midis-Minimes
  • AFBEELDING: Frank Rosen (°1946) – String Quartet