Op 8 maart trad het Nationaal Orkest van België onder leiding van Andrey Boreyko op in het Paleis van Schone Kunsten te Brussel met als thema “Over duizend-en-één-nacht”. De titel spreekt boekdelen: we zouden een hele avond worden ondergedompeld in een sprookjesachtige sfeer.

Het concert vangt aan met “Het betoverde koninkrijk”, een symfonische schets van de Rus Nikolaj Tsjerepin, leerling van Rimski-Korsakov. Het is een impressionistisch, dromerig werk dat betovert door de vele kleurschakeringen, uitstekend geschilderd door het orkest.

Alexander Raskatov (°1953) schreef “Steady time”, drie orkestintermezzi, eigenlijk bedoeld als tussenstukjes bij vier liederen van Moessorgski. Met toestemming van Raskatov koos dirigent Boreyko ervoor om ze te laten afwisselen met de drie delen van Ravels “Sheherazade”. Het eerste intermezzo is onmiskenbaar Russisch: het typische ritmische beieren op kerkklokken is hierin duidelijk te herkennen, gebruik makend van buisklokken en vibrafoon. Het tweede intermezzo klinkt geheimzinnig, gebaseerd op een Oud-Russische orthodoxe hymne, en tevens heel dissonant. Dit kan ook gezegd worden over het derde intermezzo dat klagend en onheilspellend overkomt.

“Shéhérazade” van Maurice Ravel, is een compositie voor mezzosopraan en orkest. De drie delen, “Asie”, “La flûte enchantée” en “L’indifférent”, hebben met zijn grote voorbeeld Debussy de fascinatie voor het Oosten gemeen. Mezzo Nora Gubisch heeft niet alleen veel podiumprésence maar zet hier een schitterende prestatie neer. De tekst blijft altijd duidelijk verstaanbaar en ze begrijpt ook de inhoud van wat ze zingt. Zelfs haar gelaatsuitdrukking verraadt een grote betrokkenheid, zoals bij “L’indifférent”, waarbij een vrouw beschrijft hoe een aziaat haar zonder omkijken voorbijgaat, en waar de ontgoocheling zo op Nora’s gezicht te lezen valt.

Na de pauze volgt de bekende “Shéhérazade” van Rimski-Korsakov, een symfonische suite uit vier bewegingen. Dirigent Boreyko sleept ons en het orkest mee in een werk dat blijft bekoren. Het motief van “Shéhérazade”, de courtisane die haar leven redt door de sultan boeiende verhalen te vertellen, wordt met de nodige rubato op een voortreffelijke wijze vertolkt door de eerste violist. Het orkest maakt grote, indrukwekkende crescendi en volgt de uitstekende aanwijzingen van de dirigent nauwkeurig op. Kortom, deze avond hebben we een herboren orkest gehoord, een proces dat al een tijdje bezig is, en dat voor een groot stuk de verdienste is van een inspirerende dirigent die het orkest tot een hoog niveau leidt.