Augustus 2014: Ning Kam en Liebrecht Vanbeckevoort musiceren voor het eerst samen. Beide laureaten van de Koningin Elisabethwedstrijd (Kam 2de prijs viool, 2001 en Vanbeckevoort 6de prijs piano 2007) vinden elkaar in het festival Klassiek Leeft Meesterlijk in Knokke. Tijdens een 3-daagse in het Atomium (Brussel) spelen ze voor de 7de keer in duo.  Dit nieuwe duo is klaar voor meer en voor internationale podia.

Augustus 2014: Ning Kam en Liebrecht Vanbeckevoort musiceren voor het eerst samen. Beide laureaten van de Koningin Elisabethwedstrijd (Kam 2de prijs viool, 2001 en Vanbeckevoort 6de prijs piano 2007) vinden elkaar in het festival Klassiek Leeft Meesterlijk in Knokke. Tijdens een 3-daagse in het Atomium (Brussel) spelen ze voor de 7de keer in duo.  Dit nieuwe duo is klaar voor meer en voor internationale podia.

Kam en Vanbeckevoort genieten de eer om als eersten een klassiek concert in een van de bollen (sferen zeg maar) van het Atomium te geven. Piano’s Maene leverde een concertvleugel. Prestige voor de firma, bloed zweet en tranen voor de pianoverhuizers. Piano demonteren, lift in, trappen op en af, monteren – concerten – piano demonteren, trappen op en af, lift in, terug naar de werkplaats en nog eens monteren. Maene beseft dat dit een staaltje van kunde is en filmt het als promotiemateriaal. Gelijk hebben ze. Al even veel gezwoeg is het voor het cateringbedrijf dat drie dagen lang genodigden verwent met heerlijke hapjes na de concerten. Het zijn zo van die dingen waar niet iedereen bij stil staat als iemand van de idee bevalt om in zo’n bol van het Atomium op de Brusselse Heizel een concert te organiseren.

We vragen aan beide musici of ze het wel zien zitten met de akoestiek in die brok metaal. Als we hen horen repeteren, rijst die vraag meer dan spontaan op. Het klinkt hol en onwezenlijk ruim. Het is de derde avond waar Klassiek Centraal te gast is en zo kunnen beide musici ons verzekeren: “Als er volk zit, gaat het best. We zijn ook verrast van het positieve effect”. Met enige onzekerheid nemen we plaats voor het concert, een volle bol mensen die in de sfeer van die bol, maar nog meer van het concert, worden opgenomen. Wij (onze jonge stagiair Gommaar en uw hoofdredacteur) eveneens…

Romantisch groot repertoire

Voor we plaats nemen, kijken we even over Brussel door de grote ramen van de sfeerbol (hoe moet je dat nu noemen, zo’n stuk ijzeratoom?) We zien het Heizelpark en dat is genoeg op zich, al die prachtige bomen, om te begrijpen wat Mendelssohn en Brahms nog veel meer konden zien dan wij: de rijkdom van de natuur. Een belangrijke inspiratiebron. Presentatrice Katelijne Boon (Klara) verwijst er naar in haar toelichting: Johannes Brahms componeerde in 1887 zijn sonate voor viool en piano, opus 100 in Zwitserland waar hij werd geïnspireerd door de oneindig indrukwekkende schoonheid van de natuur. Hij was in de praktische onmogelijkheid al de muzikale invallen die hij daar opdeed op te schrijven. Het kon gewoon niet door het ‘overaanbod’ dat in zijn hoofd weerklonk. Dit werk was voor de liefhebbers van de kamermuziek voor piano en viool de hoofdvogel van het concert. Mogen we het omschrijven als verliefdheid met de extra dimensie van de kunstenaar die de kunstenaar net tot kunstenaar maakt. Het duo speelt de Brahms met een soms pakkende lyriek, met een op elkaar inwerkende vanzelfsprekendheid die je doet vermoeden dat ze al vele jaren samen dit werk spelen. Dat is niet zo en ook niet met de andere werken. Misschien kon je wel iets horen in het openingsstuk, de sonate voor viool en piano van Felix Mendelssohn. Al denk ik dat bij het foutje eerder de letterlijk stijgende temperatuur in de zaal de dwarsligger was, samen met de warme luchtblazers die zo nu en dan het ijzeren dak en gebinte deden kraken. Prestigieus is die bol wel, een concertzaal is het echter niet. Ter zake: naast virtuositeit op zowel de viool als de piano genieten we van de mooie opbouw, de gelijklopende crescendo’s en decrescendo’s, de brede romantische bogen die de muziek binden, de uitbundigheid en de frêle intimiteit.

Losser tweede deel

Een vioolsolo krijgen we met de overbekende Schotse hymne ‘Amazing Grace’ van John Newton. Ning Kam bewerkte dit muziekstuk – wie kent het niet van doedelzak te beluisteren? – en gaf het naast de mistige dromerigheid van de Schotse hooglanden ook iets schier Aziatisch aan waardoor het werk ook thuis zou kunnen horen in – ik zeg maar wat – de Himalaya of zo en wie weet, in de Amerikaanse Canyons want ja, Kam wordt zelfs jazzy.

We worden met het volgend werk nog maar eens met de neus gedrukt op het genie van Charlie Chaplin, de Britse zigeuner (Rom) die zich als Jood uitgaf, hopend op meer succes in de VS. Een zet die hem commercieel succes bracht maar had dat allemaal wel zo succesvol kunnen zijn, was hij geen geniale kunstenaar? Niet alleen zijn grappen en grollen zijn voor de eeuwigheid, ook zijn soms weemoedige muziek waar je gemakkelijk zo naar kan luisteren. Het duo speelt ‘Smile’ uit ‘Modern Times.

De avond rond af met een bijna te veel aan overdreven bravoure. Malagueña en de Carmen Fantasie van Pablo de Sarasate. Je kunt je niet van de indruk ontdoen dat de Sarasate met deze werken Paganini in de vergetelheid wilde spelen. Nu ja, wij hebben toch maar die werken en kunnen er wel eens van genieten. En dat deden we, net als van al die andere werken. Al was de locatie niet voor de hand liggend en waren er wat licht storende elementen, wie spijt heeft aanwezig geweest te zijn, was elders met de gedachten.