Antwerpen, de Sint-Joriskerk, een neogotiek afkooksel van de sierlijke Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, verwelkomt een meer dan behoorlijk opgekomen publiek – geen stoel onbezet – dat kennis zal maken met vergeten werken van grote componisten van bij ons: Peter Benoit (1834-1901) en François-Joseph Fétis (1784-1871).

Antwerpen, de Sint-Joriskerk, een neogotiek afkooksel van de sierlijke Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, verwelkomt een meer dan behoorlijk opgekomen publiek – geen stoel onbezet – dat kennis zal maken met vergeten werken van grote componisten van bij ons: Peter Benoit (1834-1901) en François-Joseph Fétis (1784-1871).

Peter Benoit, leerling van Fétis, componeerde voor de inhuldiging van de muurschilderingen van Jan Swerts en Godfried Guffens in de kerk waar we te gast zijn, zijn tweede groot religieus werk. Benoits vergeten ouverture tot het al even vergeten Drama Christi, krijgt een herkansing in de kerk waar het in première ging. De schilderingen zijn typerend voor het 'neo' dat de romantici domineerde. Laten we het maar best over de muziek hebben.

Peter Benoit hield zich aan het thema van de nieuwe schilderingen: Christus' lijden, benaderd in een meer humanistische vorm. Net als Brahms met zijn Deutsches Requiem, kiest Benoit voor de volkstaal, een keuze die de Vlaamsvijandige Mechelse Fransdolle clerici, met 'le cardinal / archevèque' op kop, destijds  zuur opbrak. Fétis houdt zich bij het Latijn voor zijn Requiem dat een mix is van laat-classicisme en romantiek en vooral een persoonlijk visitekaartje aan de belangrijke heren en dames van stand die de dienst bijwonen : Fétis zijn requiem bulkt uit van Duitse, Italiaanse en Franse invloeden die zowel op zich aanwezig ziin als in een mengvorm voorkomen. Zoiets op enkele dagen componeren is een bewijs van absolute virtuose compositiekunde. Eigentijdse instrumenten, waaronder Adolphe Sax zijn nieuwste 'saxhoorn'. vormden de kleine muziekkapel van 14 musici. Zij voerden het werk uit voor de eerste staatsbegrafenis in jong België, nl. deze van koningin Louise-Marie d'Orléans (+11 oktober 1850). Op 24 oktober 1850, bijna dag op dag 165 jaar geleden, werd het tijdens de officiële herdenking in de Brusselse kathedraal uitgevoerd. Ook Benoit kiest voor een klein ensemble van enkele cello's, koperensemble en groot orgel.

Benoit

Wie Benoits werk kent, herkent hem meteen. Nog steeds onderschatten we de compositorische waarde van de stichter van het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen.

Vol orgel in brede registers zet met de strijkers en warme kopers in. Verwijst Benoit, zoals zovelen, naar Wagner? 

De cellisten van het Metropolis Orkest en het Koperensemble Bluesette Bornem spelen samen met invallend organist Nicolaas De Troyer (wat een prestatie !) de korte ouverture onder leiding van dirigent Jaak Gregoor. Dat hij de kans mag krijgen zijn droom, het hele werk op cd vast te leggen, te doen slagen. Het wordt een aanwinst.

Fétis

Hoornblazers en pauken vullen het ensemble aan. De koren Metropolis Koor en Arenbergkoor Heverlee treden aan. Het solistenkwartet met sopraan Anne Cambier, mezzo Inez Carsauw, tenor Mauricio Villanueva Espinosa en bariton Joris Stroobants krijgen samen met koor, orkest en dirigent een warm welkom, volgend op het door het publiek gewaardeerde werk van Benoit.

In de tutti koorpartijen bewijzen de zangers zich met uit volle borst te zingen in sterk evenwicht met het orgel en het orkest. De stillere partijen vertonen soms een weker moment. Fétis componeerde voor de best geschoolden en dat laat zich voelen. De solisten zingen zuiver al zouden ze nog sterker op elkaar moeten anticiperen. Het ons onbekende koperensemble verrast in positieve zin. Extra lof verdient invallend organist Nicolaas De Troyer die op 24 uur tijd de partituur meester werd.

Met de hem typerende vaste hand, overgave en groot inlevingsvermogen leidde Jaak Gregoor de musici tot het uiterste van hun kunnen door een requiem dat dit land niet kent. Onbegrijpelijk. We mogen muzikale vorsers als Gregoor en zijn musicologische rechterhand David Vergauwen dankbaar zijn om deze kwalitatief betere werken van onder het stof te halen.