Dat Berlioz een, neen dé meester is van de fantastische symfonische muziek hoef ik u niet meer te vertellen. En met een topper als Sir Bryn Terfel in de rol van Méphisto kan de helleval van Faust al bijna niet meer naar de verdoemenis. Al kwamen de duivelse paarden misschien toch wat traag op gang.

Het duurde even voor iedereen zijn draai vond in het epische werk van Hector Berlioz. Bij een grote productie met koor wordt de spanning aan het begin van het concert natuurlijk altijd wat gebroken door het opkomen van de zangers. Maar eens het Duitse Rundfunkchor en vervolgens de solisten samen met dirigent Marc Soustrot het podium bestegen hadden, was het Malmöse symfonieorkest duidelijk al wat ingedommeld. Toegegeven La Damnation de Faust komt redelijk traag op gang, maar het was niettemin opvallend hoe het orkest de eerste scène “Le vieil hiver a fait place au printemps” nodig had om zowel zichzelf als het publiek terug in de muziek te storten. Daarbij werden de Zweden niet geholpen door een twijfelachtige Paul Groves die het Frans niet altijd even machtig was.

Gelukkig raakte het orkest snel op dreef. De muzikanten dansten door de feestmuziek van het “Rondo des Paysans” en vooral de strijkers pingpongden de melodielijnen vinnig naar elkaar door. Doorheen de rest van het eerste deel werd snel duidelijk dat vooral het orkest uit Malmö de meestervertellers in dit fantastische verhaal waren. Groves groeide weliswaar snel in zijn rol, en hij leek ook de eerdere twijfel over zijn taalgevoel af te schudden. Maar de Amerikaan toonde zich pas echt voor de volle honderd procent in de latere duetten aan de zijde van Sir Bryn Terfel. Ook het koor was een tijdlang in hetzelfde bedje ziek en klonk lange tijd vrij klinisch. Zeker in het “Rondo des Paysans” konden ze de nodige speelsheid niet aan de dag brengen. Iets waar de tenoren en bassen later in het “Choir des buveurs” beter in slaagden. En ook de vrouwelijke partijen toonden een perfecte inleving tijdens de ijselijke schreeuw in “La course à l’abîme”. Het felle contrast met hun godvruchtige “Sancta Margarita” maakte het alleen maar bewonderenswaardiger.

Schoenmaker blijf bij je leest

Dat ik na de pauze wat minder overtuigd werd, is vooral de schuld van Hector Berlioz. Het derde en vierde deel van het operaconcert zijn veel vocaler dan de twee delen die voor de pauze gespeeld werden. Berlioz mag dan wel fantastische vocale stukken geschreven hebben, hij is wat mij betreft toch bedrevener in expressieve orchestratie. De aria’s, duetten, trio’s en koorstukken die in delen drie en vier veel meer voorkomen dan instrumentale delen, zijn bezwaarlijk saai te noemen, maar kunnen niet tippen aan Berlioz’ orchestrale hoogtepunten.

Nergens wordt dat meer duidelijk dan in de bombastische scene “La course à l’abîme” waar de componist met fragmenten van text painting bepaalde elementen uit het verhaal extra in de verf zet. Die muzikale elementjes zijn ook echt op het lijf van het Malmöse symfonieorkest geschreven Hier trekken ze de rol van verteller volledig naar zich toe. Al zal mezzosopraan Sophie Kochs’ weinig bezielende vertolking van Margeruite, Berlioz’ compositie ook niet ten goede gekomen zijn.

Sir Bryn Terfel steelt de show

En dan moeten we het uiteraard ook hebben over de ster van de avond. De Britse bas-bariton Sir Bryn Terfel werd op voorhand al uitgespeeld als de publiekstrekker, maar wist die favorietenrol ook zonder problemen in te lossen. De Welshman voelde perfect aan hoezeer hij zich dramatisch kon inleven in deze orkestrale zetting. Zonder in zijn rol te overdrijven zette hij een magistrale Méphistotélès neer en wist hij niet alleen doctor Faust, maar ook het publiek te betoveren.

Terfel is zo’n begenadigd zanger dat hij bovendien alle andere solisten naar een hoger niveau tilde. Zoals eerder al aangehaald waren Groves beste stukken aan diens zijde. Dat had vooral ook te maken met een fantastische synergie tussen beide zangers. De tegenstelling tussen de onwetende Faust naast de verduivelde Méphisto werd door het duo schitterend uitgespeeld. Daarnaast zette ook Sophie Koch (Marguerite), die van alle solisten het minst kon overtuigen, haar sterkste prestatie neer aan de zijde van Terfel in het trio “Allons il est trop tard”. Daar kon ze natuurlijk enigszins schuilen achter het duo Terfel-Groves.

Er was maar één solist die Sir Bryn Terfel even naar de kroon kon steken. De machtige stem van de Franse bas-bariton Edwin Crossley-Mercer galmde als een klok door de Koningin Elisabethzaal. Zijn drinklied is een moeilijke evenwichtsoefening door het lichtvoetig onderwerp in een klassieke aria. Door de diepe basklanken is het voor de zanger bovendien niet eenvoudig om die luchtige thematiek zonder te veel serieux over te brengen. Crossley-Mercer haalt echter de beste cantuszanger in zichzelf boven en brengt het studentikoos vertier ondanks zijn bombastische basstem op een bijzonder speelse manier. Het mannenkoor wist de teneur van de solist door te trekken in de cynische fuga die volgt. Ook zij balanceerden volleerd tussen humoristisch drinkgelag en vroom kerkgezang en zetten in de fuga hun beste prestatie van de avond neer.  

Hoewel iedereen de avond begon met een sputterende diesel, sloegen alle motoren gelukkig vrij snel aan. Met een ongelofelijke Sir Bryn Terfel als voortrekker en een Malmö Symphony Orchestra dat de sage wonderbaarlijk vertelde, werd La Damnation de Faust in de Koningin Elisabethzaal een verduiveld vermakelijk concert.


  • WIE: MDR Rundfunkchor en Malmö Symphony Orchestra o.l.v. Marc Soustrot & Denis Comtet met Sir Bryn Terfel, Paul Groves, Sophie Koch en Edwin Crossley-Mercer
  • WAT: Hector Berlioz – La damnation de Faust
  • WAAR: Koningin Elisabethzaal, Antwerpen
  • WANNEER: Zondag 3 juni 2018
  • FOTO: © Petr Dyrc