Met de Messa di Gloria van Pietro Mascagni bevestigt de Opéra de Wallonie eens te meer zijn inzet om onbekende en te weinig uitgevoerde werken onder de aandacht te brengen. Na de double-bill die de opera in januari presenteerde (Il segreto di Susanna en La Voix Humaine), kreeg het publiek deze keer een religieus werk voorgeschoteld.

Met de Messa di Gloria van Pietro Mascagni bevestigt de Opéra de Wallonie eens te meer zijn inzet om onbekende en te weinig uitgevoerde werken onder de aandacht te brengen. Na de double-bill die de opera in januari presenteerde (Il segreto di Susanna en La Voix Humaine), kreeg het publiek deze keer een religieus werk voorgeschoteld.

Mascagni componeerde de Messa di Gloria in 1890 en dat kan verklaren dat het intermezzo dat net voor het Benedictus zit, het beroemde Intermezzo sinfonico is dat we kennen uit Cavalleria rusticana, zijn meest populaire opera. Misschien is Mascagni ook geïnspireerd door de negen jaar eerder geschreven Messa di Gloria van Puccini. De Toscaanse componisten waren tijdens hun studieperiode aan het conservatorium van Milaan goede vrienden geweest.

Makkelijk uitgevoerd

Na zijn huwelijk vestigt Mascagni zich in het kleine stadje Cerignola (Puglia), waar hij lesgeeft en directeur is van de Filharmonie. Voor dat orkest en koor componeert hij zijn Messa di Gloria. In een brief aan zijn tijdgenoot, de musicoloog en componist Amintore Galli, schrijft Mascagni het volgende over zijn Messa di Gloria:

De mis is geschreven voor Cerignola, wat een absoluut verzachtende omstandigheid is voor mij. Ze is gecomponeerd voor een jeugdorkest, maar ik denk dat het als kerkmuziek zeker geschikt is. Ze kan makkelijk uitgevoerd worden maar tegelijkertijd mist ze zeker geen effect. Ik heb dat in Cerignola reeds ondervonden.”

De mis werd uitgevoerd door de Filarmonica van Cerignola in de kerk van Sant’Antonio in april 1888 en werd gunstig onthaald. Tijdens zijn verblijf in Cerignola componeerde hij ook een Messa di Requiem, die onuitgegeven bleef. Men vermoedt dat het ook deze Messa di Gloria was die onder leiding van Mascagni zelf uitgevoerd werd ter gelegenheid van de viering van het driehonderdjarig bestaan van de Duomo van Orvieto (voltooid 1591) op 31 mei 1891.

Boeiend en gevarieerd

In de uitvoering door Koor en Orkest van de Opéra Royal de Wallonie, onder de zorgvuldige en geïnspireerde leiding van de gerespecteerde maestro Claudio Scimone, heeft Mascagni’s mis “zeker geen effect gemist”. De inzet met het Kyrie klonk meteen dramatisch, zoals wel meer het geval is als operacomponisten zich inlaten met religieuze muziek. Het beste voorbeeld daarvan is uiteraard Verdi’s Messa da Requiem. Bepaalde instrumenten van het orkest kregen in sommige delen een apart accent, wat de liturgische muziek boeiend en gevarieerd maakte. Het Gloria is in zeven delen opgedeeld, waarbij in het Gratias de celli een ontroerende en warme solopassage krijgen. De inzet van het Qui sedes is voorbehouden aan een indringende trompetsolo, als intro voor de zachte baritonstem. In het Elevazione mocht de concertmeester schitteren met een prachtige vioolsolo waarbij de andere strijkers een melodieus pizzicato speelden. Het koor zong genuanceerd en met groot engagement en het was duidelijk dat koor en orkest ervan overtuigd waren dat dit werk van Mascagni beter verdient dan de vergetelheid waar het zich in bevindt.

De twee solisten, tenor en bariton, zetten zich met geestdrift in voor het werk, maar ze waren jammer genoeg divers van kwaliteit. Tenor Papuna Tchuradze had een mooi timbre, maar forceerde de stem geregeld, wat tot een onfraai effect leidde. Pierre Doyen zong daarentegen met warme en soepele bariton. Maar het geheel van het concert was absoluut een mooie ervaring die ons ontroerd achterliet. De hele mis lang was het publiek dan ook zalig-stil in de zaal en dat bleef het nog minutenlang nadat de laatste tonen van het Agnus Dei weggestorven waren.