Na de drie Schubertrecitals die Matthias Goerne begin februari in Bozar zong was het onmogelijk zijn passage met de Sächsische Staatskapelle Dresden en de Kindertotenlieder van Gustav Mahler te missen. Het werd inderdaad een fantastisch concert, ook door de prachtige klankweelde van het orkest van Dresden.

Tijdens de zomer van 1907 die Gustav Mahler doorbrengt in zijn zomerse componeerverblijf in Maiernigg, sterft hun oudste dochtertje aan een combinatie van roodvonk en difterie. Mahler heeft met zijn beide dochtertjes een sterke, vertrouwelijke band maar Putzi – zoals het meisje genoemd wordt, is zijn lievelingsdochtertje.  Mahler is kapot van verdriet en hij herkent in de poëzie van de romantische dichter Rückert de emotionele toon voor de muziek. Rückert is een lotgenoot: hij verloor ook 2 kinderen op korte tijd aan roodvonk. Mahler vindt de liederen zo treurig dat hij bijna medelijden heeft met de toehoorder!

Het absolute waarmerk van Matthias Goerne is dat hij alles vertolkt vanuit een sterke innerlijke beleving. Bij deze liederen die bijna als bekentenislyriek door Mahler gecomponeerd zijn, is dat niet anders. Goerne komt oprecht over als iemand die zich identificeert met de droefheid van wie een kind verliest. Naargelang de tekst zingt hij met felle verontwaardiging over het lot dat een kind wegrukt, met een poging tot troost of met de hoop dat het slechts een waanbeeld is, tenslotte met gelatenheid en na een opwelling van boosheid met geloof dat het kind is opgenomen in de eeuwige rust van Gods huis. De warme diepe stem van Goerne wordt vooral beheerst door diepe intensiteit. Keerzijde van zo’n op emotie gefocuste vertolking is dat hij soms omfloerst klinkt en de articulatie te wensen overlaat. Maar bij zo’n geladen liederen als Kindertotenlieder, primeert – vind ik – vooral de emotionele overdracht.

Het orkest draagt bij tot het gevoelseffect met verfijnde nuances in de instrumenten, met gedetailleerde, warme blazers die knap de trieste accenten leggen. Als inleiding tot het concert speelde de Staatskapelle Dresden het mooie melancholische Blumine, origineel het tweede deel van Mahlers eerste symfonie.  Mahler schrapte het bij een latere versie. Het wordt af en toe als zelfstandig muziekstuk uitgevoerd en het gaf meteen aan met wat een precisie en weelde aan klank de Staatskapelle Dresden speelt.

In de Symfonie nr 8 van Antonin Dvořak, kwam de degelijke en diep gewortelde romantische traditie van het orkest helemaal tot bloei. Wat een heerlijk dansend Allegretto grazioso kregen we te horen! Het orkest – waarvan Christian Thielemann al enkele jaren chef-dirigent is, bewees zich onder Daniel Harding als een van de toporkesten tout court. Een prachtige concertavond.


  • WIE: Sächsische Staatskapelle Dresden o.l.v. Daniel Harding, Matthias Goerne, bariton
  • WAT: Gustav Mahler, Blumine, Kindertotenlieder, Antonin Dvořak, Symfonie nr 8 in G, op. 88
  • WANNEER: 7 juni 2017
  • WAAR: Bozar
  • Foto: m.t.