Een optreden van Leif Ove Andsnes heeft altijd iets feestelijks. In tempore non suspecto, d.w.z. op een ogenblik in zijn carrière dat hij helemaal nog niet zo bekend was, is hij er eens in geslaagd mij tot trance toe te ontroeren – en met mij de halve zaal van het conservatorium van Brussel.

Een optreden van Leif Ove Andsnes heeft altijd iets feestelijks. In tempore non suspecto, d.w.z. op een ogenblik in zijn carrière dat hij helemaal nog niet zo bekend was, is hij er eens in geslaagd mij tot trance toe te ontroeren – en met mij de halve zaal van het conservatorium van Brussel.

Project

Met zijn project The Beethoven Journey exploreert Andsnes, samen met het Mahler Chamber Orchestra, de vijf pianoconcerto’s van Ludwig van Beethoven ( 1770-1827). Het programma vanavond bevat het Pianoconcerto nr. 2 in Bes, opus 19 en het nr. 4 in G. Dit laatste is volgens kenners het mooiste van de vijf…

Neo-klassiek

Beide delen van het optreden krijgen een ‘introductie’ met kamermuziek van Igor Stravinsky (1882-1971).

Het Concerto in Es voor kamerorkest “Dumbarton Oaks” (uit 1938) was een opdracht van het rijke echtpaar Bliss en het werk werd dan ook genoemd naar het domein van die familie. Het is eigenlijk een concerto grosso, naar het model van de Brandenburgse concerto’s van  J.S. Bach, en grijpt terug naar het basisschema van de klassieke symfonie. Een neoklassieke Stravinsky die wel ‘leuk’ in het oor ligt en waarbij slechts 15 muzikanten intiem met elkaar dialogeren. Noteer het feit dat hier inderdaad geen dirigent bij nodig is. Het samenspel is perfect en het applaus navenant. Hierna volgt van Beethoven (zie infra).

Na de pauze wordt het publiek als het ware opnieuw ‘opgewarmd’ met nog een stukje kamermuziek van Stravinsky: het Septet (1952/53) voor drie strijkers, drie blazers en piano. Ook dit was een opdracht van diplomaat Bliss. De drie korte delen van telkens drie à vier minuten omvatten uiteenlopende compositorische technieken maar ook duidelijk herkenbare humor. Eveneens herkenbaar zijn een paar frasen uit de Psalmensymfonie. Andsnes dirigeert het ensemble vanaf de vleugel, maar dit is je reinste kamermuziek en zoals in het Dumbarton Oaks is het feilloos teamwerk.

Fingerspitzengefühl

Het genre (klassiek) pianoconcerto kwam tot een climax rond 1780, toen W.A. Mozart een paar van zijn pareltjes uitvoerde tijdens de abonnementsconcerten in Wenen. Ook van Beethoven kwam naar Wenen en in 1792 schreef hij twee concerto’s, waaronder zijn tweede. Ludwig van Beethoven – toen beter bekend als solist dan als componist – gebruikt de klassieke, driedelige vorm (snel-langzaam-snel) zoals Bach en Vivaldi dit meer dan een eeuw eerder al deden. Zijn eerste twee pianoconcerto’s zijn Mozartiaans (chromatische appogiatura’s en versieringen) maar van Beethoven aarzelt niet de pianopartij de hoofdrol te geven.

Andsnes is in zeer goede doen. Tijdens de cadenza’s zitten zowel de muzikanten zelf als het publiek gefascineerd te luisteren. Het publiek van het PSK is (relatief) gedisciplineerd en de hoestbuien blijven beperkt tot de korte tussenpauzes… We horen pianospel van de bovenste plank, niet meteen van het moeilijkste op technisch vlak – denkt een mens dan – maar wat Andsnes ermee doet, is wonderbaar. Het doet me denken aan de allergrootsten (Arrau, Gilels, Pollini) maar dan met nog meer Fingerspitzengefühl en vooral meer gedrevenheid.

Gedreven subtiel

Met permissie, maar ik was die avond speciaal aanwezig voor het Pianoconcerto nr. 4 in G, opus 58 van ‘onze’ Ludwig van Beethoven. De versie door Claudio Arrau onder leiding van Sir Colin Davis hangt nog ergens in mijn achterhoofd, maar ik slaag erin met een blanco blad en met verhoogde aandacht naar deze ‘topmuziek’ te luisteren.

Ook dit concerto heeft een lange voorgeschiedenis en werd samen met de vierde symfonie en de Ouverture Coriolan voor het eerst uitgevoerd in het paleis van Prins Lobkowitz op 22 december 1808. Ook hier wordt de klassieke vorm gevolgd (snel-traag-snel) – met dan wel het derde deel attacca (onmiddellijk zonder pauze na deel twee). Maar dit is onmiskenbaar een romantische van Beethoven. Het zit vol elementen die zeer on-klassiek zijn. De opening alleen al, door de piano solo. Ook de dialogen met verschillende instrumenten (in plaats van met het volledige orkest) behoren tot die nieuwigheden. Het kader blijft klassiek – het moet voor de luisteraar, zeker in die tijd, aanvaardbaar blijven –  maar van Beethoven bruist van innovatiedrang die hij nauwelijks nog verbergen kan.

Zo ook Andsnes. Zelden iemand zo gedreven maar vooral subtiel horen piano spelen. “Die man heeft gouden handen”, zegt Liebrecht Vanbeckevoort… zelf niet gespeend van groot talent. Het tweede pianoconcerto is pal in de roos. “Andsnes is het toonbeeld van het meest perfecte ‘zachtaardige’ pianospel op een ‘gezonde’ en ‘natuurlijke’ manier. Hoe hij het doet weet alleen… Andsnes”, vertelt aankomend pianovirtuoos Thomas Boodts. 

Soleren en dirigeren is niet iedereen gegeven. Aan een dirigent zie je of hij ook piano speelt of niet… Het heeft te maken met de ‘onafhankelijkheid’ van beide handen. Andsnes kwijt zich van beide taken zoals slechts zelden iemand dat doet. “Een of twee per generatie kunnen dat”, vertrouwt een collega me toe.

In het vierde concerto miste ik een heel klein beetje de ‘wijsheid’ van een Emil Gilels of van Claudio Arrau in hun grote dagen. But don’t read me wrong. Leif Ove Andsnes gaat niet over één nacht ijs. Uren, dagen, weken, jaren studeren gaan hieraan vooraf. Het is zijn gedrevenheid, zijn bezieling die hem stuurt.

Omdat ik dit vierde concerto goed ken, kan ik me veroorloven naar details te luisteren… en geraak speciaal geboeid door het werk van de linkerhand. Wat een magie, wat een mooie dingen doet die man. De virtuoze passages – ook en in het bijzonder in de cadenza’s – staan ten dienste van de muziek. Muziek in de diepste, mooiste, meest betoverende betekenis van het woord. De a priori ‘harde’ Steinway klinkt plots vederzacht. De nootjes vallen als sterren uit de hemel. Wat is hier aan de hand?

Metafysica

Is hier een soort metafysica aan het werk? We vroegen het aan een pianist die Leif Ove goed kent. “Leif Ove is iemand die ons op een hoger niveau tilt dan alleen maar dat van emoties. Als de echte melomaan na een optreden van Andsnes de zaal verlaat, voelt hij zich als het ware een beter mens. Dit heeft te maken met zijn superieure techniek en zijn intrinsieke bescheidenheid. Zijn virtuositeit aan het klavier is enorm, maar doordat hij daar zo bescheiden mee omgaat, merk je dat haast niet meer en dat is zijn bijzondere kracht. Alles is tegelijk zeer bijzonder en zeer gewoon. Andsnes gaat tot de kern.”

(nvdr: gezien Andsnes eerder reeds Gouden Labels kreeg, onthouden we ons hiervan dit seizoen, al zou hij alweer een verdienen, nog wel met een diamanten krans er om heen)