Op de affiche in het bespreekbureau van BOZAR stond de violiste alleen. Want zij is de publiekstrekker, de ster, maar dan zonder kapsones. Toch kwam Janine Jansen niet alleen naar Brussel afgezakt. In haar zog volgde pianist Alexander Gavrylyuk. Het was de opmaat voor een tournee die hen op dit moment langs enkele van de meest prestigieuze Europese zalen voert …    

“Ik werk veelvuldig met pianisten samen, maar Gavrylyuk is echt een favoriet. Hij staat absoluut in dienst van de muziek, is oprecht, nooit gepolijst.” Janine Jansen spaart de lof voor haar compagnon de route niet, en dat is meer dan alleen een promopraatje. De carrière van Gavrylyuk scheert dezer dagen sowieso hoge toppen. Op de eerste plaats als solist maakt de Oekraïens-Australische dertiger grote sier in zowat alle vier de windstreken. Alexander, ‘Sasha’ voor de intimi, “is easily the most compelling pianist of his generation”, zo klinkt de weleens vaker gehoorde catchphrase vanuit zijn tweede vaderland. Maar de Nederlandse grande dame van de viool had het op de website van het Concertgebouw Amsterdam, waar het duo midden volgende week eveneens halt houdt, evengoed over zichzelf kunnen hebben. Ook zij staat (wereld)bekend als een integere muzikante, eentje die op even eigenzinnige als genereuze manier het klassieke repertoire met vuur verdedigt. “Ik geef alleen maar, het is volkomen natuurlijk. Er is geen andere manier. En ik wil dat ook”, zoals ze helemaal aan het eind van de documentaire Janine (2010) haast verontschuldigend toegeeft. Dat beloofde dus voor het concert van vanavond.

We’d sink into our seats …

Jansen is een grote publiekstrekker, ook in Brussel. Het volk in BOZAR stroomt toe, de Henry Le Boeufzaal loopt meer dan aardig vol. Daar heeft het verleidelijke programma uiteraard ook een aandeel in: met vier werken uit de tweede helft van de 19de eeuw rijgt het de hoogtepunten uit het romantische vioolrepertoire aan elkaar. Het is altijd mooi om het echtpaar Schumann en Brahms op die manier opnieuw te verenigen. En dus volgde voor de pauze na de eerste vioolsonate van Robert ook de tweede van Johannes, met daar fijntjes tussenin de Drei Romanzen van Clara. Hun beider muze, steun en toeverlaat werd tweehonderd jaar geleden geboren. Deze hommage aan de hand van een trio karakterstukjes, geschreven in 1853, was een toepasselijk cadeau. De eerste romance (Andante molto) knipoogt bovendien naar de sonate die haar man twee jaar eerder componeerde, maar waar hij ontevreden mee was: een kritische zin waar zijn melomane nakomers bijzonder blij mee kunnen zijn, want daarom voltooide Schumann in 1851 meteen een tweede vioolsonate. Om maar eens te onderstrepen dat deze toondichter naast 1842 nog wel andere vruchtbare kamermuziekjaren kende. Ook goede vriend Brahms stortte zich in zijn creatieve leven met veel ijver op het meer intieme werk. In de zomer van 1886, tijdens een lange vakantie aan de Zwitserse Thunersee, vloeiden zowel een cellosonate (opus 99), een pianotrio (opus 101) als de tweede vioolsonate (opus 100) uit zijn pen. Om maar eens te onderstrepen dat zonnige waterspiegels en zuivere berglucht tot prachtige daden kunnen inspireren. Pièce de résistance op de playlist was een andere sonate die in datzelfde jaar aan de Belgische violist Eugène Ysaÿe (1858-1931) werd opgedragen. Het in onze contreien bekendste huwelijksgeschenk uit de klassieke muziekgeschiedenis was afkomstig van César Franck, die andere geboren Luikenaar. Franck presteerde daarmee een crowdpleaser, die nadien samen met Ysaÿe de wereld heeft veroverd. Volgens vele musici behoort dit gecanoniseerde stuk zonder twijfel tot één van de knapste exploten in het genre. Om maar eens te onderstrepen dat ons landje ook zijn sterren aan het muzikale firmament telt. Opvallend tot slot was de hechte tonale verwantschap tussen de sonates, die alle drie in la zijn gezet. Een reis door La La Land dus als het ware, maar dan met Jansen en Gavrylyuk in de hoofdrollen. We’d sink into our seats / Right as they dimmed out all the lights …

De muzikale film die werd geprojecteerd, was van een buitengewoon boeiende en doorleefde expressiviteit. Zeker met meneer en mevrouw Schumann gooide het tweetal uitzonderlijk hoge ogen. Klonk de ernstige aanhef van Roberts vioolsonate nog enigszins versluierd, dan ontspon er zich algauw een dynamisch duel – mit leidenschaftlichem Ausdruck – op het scherpst van de snee. De (h)eerlijke wisselwerking tussen beide muzikanten was er één van geven en nemen. Gavrylyuk kroop te gepasten tijde uit zijn soms ondergeschikte rol, terwijl Jansen bijwijlen mirakels verrichtte met de stok om hem op veelzeggende wijze van antwoord te dienen – neen, dit is bijlange na niet de meest gebruiksvriendelijke vioolpartij uit het boekje. Even soeverein fraseerden beide het daaropvolgende Allegretto: een merkwaardig mengsel van trage beweging en puntig scherzo. Het contrast tussen zacht gelamenteer en onverwacht speels gehuppel kwam zeer goed uit de verf. Ook de geanimeerde finale was niet minder dan een demonstratie, een sublieme masterclass in articulatie (Lebhaft). Werd de pianopartij snedig geaccentueerd, dan harkte Jansen er bij momenten stevig in. Of hoe grinta niet alleen in de sport maar ook tijdens concerten een doorslaggevende rol speelt. Wilhelm Joseph von Wasielewski (1822-1896), de man die Schumann in 1850 als concertmeester naar Düsseldorf haalde, en twee jaar na diens dood zijn eerste biograaf werd, had bij een eerste kennismaking met deze vioolsonate naar eigen zeggen moeite met de bruuske toon van dit deel. Een zorg die het duo Jansen-Gavrylyuk alleszins niet had, getuige hun temperamentvolle uitvoering. Voor de drie korte Romanzen van vrouwlief Clara tapte de tandem uit een ander, veel charmanter, maar nog steeds even overtuigend vaatje. Bij mijn gezelschap vielen deze lyrische tussendoortjes het meest in de smaak. Het altijd verfijnde en eendrachtige samenspel kroop inderdaad steeds opnieuw onder de huid. Vooral het stralend geïntoneerde Allegrettomit zartem Vortrage – liet een verpletterende indruk: wat een reliëf, zo luidde hier de paradox! Are you shining just for me?, zou Ryan Gosling zich al zingend afvragen … Gelukkig waren er samen met mij nog vele getuigen van deze sprankelende prestatie. Nog vóór de onderbreking verscheen ook Brahms ten slotte op de pupiter. Ondanks een zorgeloos pastoraal gevoel én een Allegro amabile dat voor dit hele drieluik de overwegend melancholische toon zet, kent ’s mans tweede vioolsonate ook meer extraverte episodes. Exemplarisch is het hybride middendeel, dat op briljante wijze schippert tussen een zachtmoedig Andante tranquillo en een zwierig Vivace. Maar in dit werk overheerste deze avond de blik naar binnen. Een bewuste keuze? Het resultaat klonk er weliswaar ongekunsteld door, maar wist toch minder dan gebruikelijk te beklijven. En ook het summiere slot – Allegretto grazioso – slaagde er niet in om echt te begeesteren. Verrassend genoeg vonden de musici elkaar in deze beweging minder. Dat het daarbij soms leek alsof er zonder leestekens werd gereciteerd, zat hier zeker voor iets tussen. Meer en duidelijker rustpunten waren de zangerige stroom aan noten beslist ten goede gekomen.

A lovely night …

Het is niet moeilijk om verliefd te worden op Francks enige ‘echte’ vioolsonate. Deze compositie verklankt immers het hobbelige, maar tegelijk o zo waardevolle parcours dat liefde heet. Of dat is toch de gangbare interpretatie. In het openingsdeel ontluikt dus de passie. Of zoals Ysaÿe het Allegro ben moderato fijntjes omschreef “[…] un bienfaisant réveil en un matin d’été”. Het was in beide partijen inderdaad een delicaat ontwaken. Maar eens de hartstocht ontstoken, was het puur genieten van de intensiteit waarmee ze elkaar eerst muzikaal het hof maakten om dan in het aansluitende Allegro in ronduit tumultueuze wateren terecht te komen. Jansen en Gavrylyuk haalden terloops echt alles uit de (klank)kast én uit de partituur: wervelende dialogen, flukse tempowissels en een grote dynamische spankracht. En dat zonder ook maar heel even aan transparantie in te boeten. Het mocht een mirakel heten dat, in tegenstelling tot bij Schumann en Brahms, tussentijds applaus deze keer wél uitbleef. Gelukkig maar, want het allerbeste moest dan nog komen: wat Ysaÿe “la plus empoignante partie de l’œuvre” noemde. En of het Recitativo fantasia (Ben moderato) wist te beroeren. Het begon al meteen met de manier waarop Jansen inzette. De kleuren die ze daarbij en ook nog later in dit deel maakte, waren betoverend. Musicienne werd magicienne, geholpen door haar schitterende Stradivarius. Maar zo groot(s) haar toon, zo klein is deze violiste haar ego. Dat leidde tot enkele indringende passages waarin ook Gavrylyuk zich zowel van zijn meest dramatische als flegmatische kant toonde. Timing is een belangrijke sleutel tot het welslagen van de canonische finale, en de voortreffelijke verwevenheid van beide instrumenten toonde aan dat het op dat punt duidelijk snor zat. Viool en piano zaten elkaar met zeer veel enthousiasme op de hielen. Ritmische panache aan de toetsen kreeg een al even gevat antwoord, waardoor het eens dartele, dan weer turbulente karakter van dit Allegro poco mosso nog lekker lang bleef nazinderen. Neen, het was helemaal niet moeilijk om als een blok voor deze muziek en haar vertolkers te vallen.

Met hun magische reis door La La Land trekken Jansen en Gavrylyuk op dit moment langs de meest prestigieuze Europese zalen. Na onder meer Berlijn en Stockholm mogen ze zich ook in Zurich, Londen, Amsterdam en Wenen alvast in de handen wrijven. A lovely night … aan minder dient het publiek zich niet te verwachten. En aan het Andante uit Prokofievs tweede vioolsonate als encore misschien.


  • WAT: Robert Schumann (1810-1856) – Sonate voor viool en piano nr. 1 in a (opus 105) | Clara Schumann (1819-1896) – Drei Romanzen (opus 22) | Johannes Brahms (1833-1897) – Sonate voor viool en piano nr. 2 in A (opus 100) | César Franck (1822-1890) – Sonate voor viool en piano in A (FWV 8)
  • WIE: Janine Jansen (viool) & Alexander Gavrylyuk (piano)
  • WAAR: Henry Le Boeufzaal, BOZAR, Brussel
  • WANNEER: dinsdag 26 februari 2019
  • FOTO’S: © Andreas Terlaak | Marco Borggreve