Het jonge professionele kamerorkest Lumen Symphonicum, opgericht onder impuls van dirigent David De Geest, mag een vaste waarde worden. We hadden het geluk het memorabele debuutconcert mogen bij te wonen ruim een jaar geleden en nu was het luisteren hoe en of er evolutie in dit ensemble zit.

Voor het debuut koos men de steeds verwaasloosder uitziende zaal van het Brussels Conservatorium. Voor dit concert was het publiek te gast in de Myrizaal van het Gentse Conservatorium. Een mooi zaaltje, heel wat kleiner, vooral geschikt voor kamermuziek.

Weense Klassiek: voor elk wat wils

David De Geest koos voor een Weens klassiek programma met werken van Antonio Salieri (1750-1825), Franz Schubert (1797-1828) en Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791).

De ouverture La Secchia Rapita van Salieri, voor de gelegenheid getranscribeerd door de dirigent zelf, is een wat dwazer werk dat veel, soms té veel decibels produceert. Te veel poeha, te weinig muziek als ik het sterk mag uitdrukken. Het is een opdracht de muziek blijvend in het oor te houden. Wat anders is dan de eerste symfonie van Schubert. 16 Jaar was de nog puberende tiener toen hij een symfonie componeerde waarmee hij, als het ware, de werken van zijn leermeester Salieri naar de vergetelheid zond. Het werk is ook nog jeugdig onstuimig, maar heeft ook al heel wat lyriek in zich, meer contrasten en melodie. Naar mijn gevoel klonk het orkest in beide werken, waar veel kopers en slagwerk in voorkomen, te luid voor de redelijk kleine zaal.

Herbeleefde ontdekking uit mijn kleine jongenstijd

Ja hoor, Mozarts zijn beroemde serenade ‘Eine kleine Nachtmusik’ leerde ik zo rond mijn vijf jaar bewust kennen. Een 45 toeren plaatje waarvan ik kan zeggen dat ik het zeker ontelbare keren heb afgespeeld. Dat en in diezelfde tijd de Vijfde van Beethoven en de ouverture van Wagners Tannhauser en nog andere werken van Haydn, Händel, Bach, Vivaldi enz. De Kleine Nachtmusik ligt eigenlijk aan de basis van Klassiek Centraal. Zonder Mozart was ik er allicht nooit aan begonnen. Ter zake nu: de uitvoering riep de herinnering sterker op dan al de andere uitvoeringen die ik in de loop der jaren hoorde, zowel in concert, radio of op CD. Ik hoorde die 45 toerenplaat terug. Het orkesttimbre, de interpretatie, de tempi… Zou David De Geest die opname kennen? Zelf weet ik niet meer wie of wat ‘mijn Mozart’ uitvoerde, maar De Geest riep een geest op die mij terugbracht naar de periode 1965/’66. Wat heb ik van deze Mozart, 50/51 jaar later zitten genieten.

Dat David De Geest een Mozartdirigent is, heb ik al eerder begrepen, maar zijn visie is sterk groeiend en neemt u het van mij aan of niet, wat mij betreft is hij een van de beste – misschien wel de beste – Mozartdirigenten in ons land. Dat bewees hij in die hartveroverende serenade die luchtig is, maar ook zwaar dramatisch en meer dan je denkt. Dat is me nu pas opgevallen. Talloze details kwamen ook tot uiting in de 40ste symfonie van het grootste muzikale genie aller tijden. De Geest weet accenten te benadrukken die in vele uitvoeringen door routine niet altijd tot uiting komen. Sommige contrasten mogen nog meer benadrukt worden, het andante mocht merkelijk langzamer met meer pianissimo maar goed, het gaat hier over interpretatie, niet over muzikale tekortkomingen, wel integendeel.

We werden met de neus gedrukt op de feiten en ja, je ontdekt dat deze symfonie afscheid neemt van het classisme en de deuren van de nieuwe stijl, de romantiek, opent.  Met overtuiging raad ik u aan, beste lezers, om het jonge kamerorkest Lumen Symphonicum op te volgen.


  • WAT: Salieri, Schubert en Mozart
  • WIE: Lumen Symphonicum onder leiding van David De Geest
  • WAAR & WANNEER: zaterdag 29 april 2017, Myrizaal, Gent